Zoeken
39 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Toekomstverwachting van een Boom | Vacature in het groen- Bomen.online
De levensverwachting of toekomstverwachting van een boom wordt, met enkele uitzonderingen, bepaald door de beschikbare ondergrondse groeiruimte. Wij verstrekken graag professioneel advies over de kosten van een dergelijke bomenrapportage. Toekomstverwachting van een boom. INHOUD: Het "Soort" toekomstverwachting! Externe factoren t.a.v. de toekomstverwachting. De groeiruimte versus de toekomstverwachtingen. Gelukkig sterven de meeste mensen op oudere leeftijd, maar helaas zijn er uitzonderingen. Hierbij kun je opmerken dat hoe ouder je wordt, hoe vatbaarder je bent voor allerlei mankementen. Voor een boom geldt hetzelfde. Op deze pagina wordt herhaaldelijk verwezen naar "de criteria aanleg boomgroeiplaats". Bij de aanleg van een nieuwe boomgroeiplaats dient te worden vastgesteld of er in de toekomst voldoende (groei)ruimte beschikbaar is. De toekomstverwachting, oftewel de groeimogelijkheden van een boom, wordt door 3 factoren bepaald. De natuurlijke omloopcyclus. De (groei)ruimtes: opgedeeld in 2 onderdelen. Daarnaast zijn er nog externe factoren , waar een boom vroegtijdig aan kan bezwijken. Het "Soort" toekomstverwachting is ruim interpreteerbaar! De toekomstverwachting van een boom kan op verschillende manieren en vooral vanuit diverse perspectieven worden beoordeeld. De uitkomst varieert doorgaans aanzienlijk, zeer afhankelijk van de tijdshorizon die wordt gehanteerd. Hoe verder men in de toekomst kijkt, des te meer groeiruimte er nodig zal zijn. Een eerste stap in het proces is het beoordelen van de natuurlijke levensduur van het boomsoort. Het is niet nuttig om een analyse voor een periode van 80 jaar te gaan maken terwijl de natuurlijke levensduur van de boom slechts 60 jaar is. Omdat de natuurlijke levensduur in veel gevallen nog steeds breed kan worden geïnterpreteerd, wordt meestal een economische omlooptijd als criterium gebruikt. Dit gebeurt volgens de richtlijnen van het Handboek Bomen of op basis van een vooraf vastgestelde omlooptijd per functiegebied . Bij het opstellen van een bomen effect analyse wordt vaak als beoordelingscriterium opgenomen of de boom nog een toekomst heeft van langer dan 15 jaar. Externe negatieve factoren t.a.v. de toekomstverwachting Conditionele factoren waar een boom vroegtijdig aan kan bezwijken zijn: er is een verkeerde boomkeuze geweest, die totaal niet aansluit op de situatie ter plaatsen (denk aan: bodemtype, waterprofiel en bijvoorbeeld (zee)wind), en er kan sprake zijn van ernstige ziektes en/of (zwam)aantastingen. Mechanische factoren kunnen zijn: Onnatuurlijke scheefstand. Ernstige bast-, kroon- of stamschade. (Storm- wind- bliksem- en aanrijschade, maar ook een spechtengat.) Wortelbeschadiging. Dit heeft veelal betrekking op werkzaamheden die plaats gevonden hebben rond de bomen. Het beschadigen van (gestel)wortels is in het algemeen de hoofdoorzaak van het voortijdig uitvallen van bomen. De ondergrondse gevolgen van dergelijke wortelschade, bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden, worden vaak jaren later pas zichtbaar (bij de inventarisatie van de boomconditie). Daarom is het van belang dat wortelschade wordt voorkomen. Op de poster "WERKEN ROND BOMEN" kan 5 soorten wortelschade terugvinden. Bijlage 1: Een PDF met een hoogwaardige afdrukkwaliteit van de poster "Werken Rond Bomen" Afbeelding 1: Op de poster “WERKEN ROND BOMEN” worden 5 soorten wortelschade benoemd. De ondergrondse ruimte voorspelt vaak de toekomstverwachting De toekomstverwachting van een boom wordt, afgezien van de externe factoren en zijn natuurlijke levensduur, altijd bepaald door de beschikbare (groei)ruimte. Deze ruimte kan formeel worden opgedeeld in twee onderdelen: de bovengrondse groeiruimte (de mogelijkheid van de boom om zich bovengronds voldoende te ontwikkelen) en de ondergrondse (groei)ruimte. In de praktijk komt dit neer op de volgende verklaring: de toekomstverwachting van een boom wordt in veel gevallen bepaald door de ondergrondse groeiruimte. Hierbij alvast een afbeelding die uitgebreid wordt toegelicht op de informatiepagina over de aanleg van een boomgroeiplaats. 1.0 2.0 3.0 4.0 2.Wh 2.Bkw. Samenvatting van een boomgroeiplaats volgens vier vuistregels. Klik op de nummers in de afbeelding voor meer informatie. Daarnaast is er een PDF met hogere leeskwaliteit, die automatisch op een andere pagina opent. 1.0 3.0 2.Wh 2.Bkw. boomgroeiplaats
- ALLE onderwerpen | Vacature in het groen- Bomen.online
Boom, Groen en klimaat Oplossingen Technische en creatieve Uitzending en dienstverlening voor: Tuin- en landschaps- inrichtingen Grafische Groen concepten xxxxxx xxxx xxxx xxxx Our Story Every website has a story, and your visitors want to hear yours. This space is a great opportunity to give a full background on who you are, what your team does, and what your site has to offer. Double click on the text box to start editing your content and make sure to add all the relevant details you want site visitors to know. If you’re a business, talk about how you started and share your professional journey. Explain your core values, your commitment to customers, and how you stand out from the crowd. Add a photo, gallery, or video for even more engagement. Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Technische en creatieve Uitzending en dienstverlening voor: Boom, Groen en klimaat Oplossingen Tuin- en landschaps- inrichtingen Grafische Groen concepten Contact Vragen? Bel, mail of WhatsApp mij. Ik help u graag. M. tel +31 (0)6- 36 35 00 69 xxxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxxx Technische en creatieve oplossingen voor tuin en landschap, voor boom-, groen- en klimaatadaptatie
- Stadsontwerp Vergroening, waterbeheersing en klimaatadaptatie. Bomen online - Vacature in het groen - Kuus buiteninrichting
Tuin- en landschapsarchitectuur is prima te combineren met klimaatadaptatie. Bomen helpen hittestress te verminderen, bieden schaduw en bevorderen de biodiversiteit. Our Story Every website has a story, and your visitors want to hear yours. This space is a great opportunity to give a full background on who you are, what your team does, and what your site has to offer. Double click on the text box to start editing your content and make sure to add all the relevant details you want site visitors to know. If you’re a business, talk about how you started and share your professional journey. Explain your core values, your commitment to customers, and how you stand out from the crowd. Add a photo, gallery, or video for even more engagement. Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Boom, Groen en klimaat Oplossingen Technische en creatieve Uitzending en dienstverlening voor: Tuin- en landschaps- inrichtingen Grafische Groen concepten klimaatadaptatie stadsontwerp Deze animatiefilm maakt deel uit van de groene grafische diensten en onderstreept dat wateroverlast in belangrijke mate kan worden voorkomen door vergroening in combinatie met innovatieve methoden, die ook wel bekendstaan als waterbeheer of klimaatadaptatie. Groen, met name goed groeiende grote bomen, absorbeert warmte, houdt water vast, biedt schaduw en stimuleert biodiversiteit. Effectief waterbeheer is essentieel voor optimale groei. Daarnaast toont deze animatie aan dat tuin- en landschapsarchitectuur goed samen kan gaan met klimaatadaptatie, (zie einde film). Heeft u interesse in een animatiefilm die past bij uw wensen? Neem contact met ons op. We kunnen ook andere groene thema's animeren. Animatiefilm vergroening, waterbeheersing en klimaatadaptatie Technische en creatieve oplossingen voor tuin en landschap, voor boom-, groen- en klimaatadaptatie
- Toelichting: Boomkwaliteit, Boomconditie, afwijkingen en aantastingen| Bomen-online | Vacature in het groen
Naast conditiewaarden zijn er andere kwaliteitscriteria, waaronder mechanische opbouw, mogelijke afwijkingen en boomgebreken zoals aantastingen en verzwakkingen. De Boomkwaliteit Inhoud De Condities van een boom - 5 classificering van een boomconditie Een boom met een goede conditie De conditie van de boom is voldoende De conditie van de boom is onvoldoende Een boom met een slechte conditie Een boom met een zeer slechte conditie Mechanische kwaliteitscriteria van een boom - De visuele kroonopbouw - Boomgebreken en mogelijk afwijkingen Een mogelijk gebrek Een tijdelijk gebrek Een gebrek Een afwijking De Conditie van een boom Wanneer een boom tekenen vertoont van een verminderde conditie, zoals weergegeven in de vijf onderstaande afbeeldingen, zijn er doorgaans vier factoren die hierbij een rol spelen: De meest voorkomende oorzaak is een gebrek aan ondergrondse (groei)ruimte. Niet altijd maar dit probleem kan vaak worden opgelost door de huidige groeiplaats te vergroten en/of te verbeteren. Hoe ouder een boom wordt hoe meer groeiruimte hij nodig heeft. Een andere factor is een verkeerde boomkeuze die (totaal) niet aansluit op de plaatselijke omstandigheden (zoals bodemtype, waterprofiel, (zee)wind, et cetera). In sommige gevallen kan de groeiplaats worden aangepast, maar bij een slechte conditie is het vaak beter om een nieuwe boom te plaatsen. Er kan sprake zijn van een (ernstige) virusaantasting. Of dit probleem opgelost kan worden, hangt volledig af van het specifieke type virus.. Het spreiden van assortiment wordt altijd aanbevolen, omdat dit bijdraagt aan de duurzaamheid. (Ter verduidelijking: de meeste aantastingen, zoals een luis en een zwamaantasting vallen vaak onder de mechanische boomkwaliteit). Ten slotte: er kan in het verleden wortelschade zijn ontstaan, waarschijnlijk zijn er in het verleden graafwerkzaamheden rond de boom geweest. Bij beperkte wortelschade is er vaak sprake van een tijdelijke vermindering. In het geval van ernstige schade is de overlevingskans van de boom gering. Het verstrekken van water en het verbeteren van de bodemstructuur zijn mogelijke maatregelen die overwogen kunnen worden. 5 classificering van een boomconditie De classificering van een boomconditie wordt opgedeeld in 5 categorieën: goed, voldoende, onvoldoende, slecht en zeer slecht. Hierbij mogen de volgende criteria niet afwijkend zijn van het beeld wat je van het soort boom zou mogen verwachten: Het vertakkingspatroon, de scheutlengte, de blad- of knopbezetting, de kleur van het blad, en de grootte van het blad of de knop. Conditiekwalificatie Goed - Er is sprake van een sterke en gezonde groei. De kroon heeft een mooi sluitend vertakkingspatroon. De uitlopers, bladbezetting, grootte van het blad en de bladkleur zijn allemaal zoals verwacht. Deze classificering wordt meestal gegeven aan bomen in hun jeugd- of jongvolwassen fase. Conditiekwalificatie Voldoende - Er is sprake van een normale, acceptabele groei. Het vertakkingspatroon van de kroon is doorgaans aan de rand dunner geworden. De lengte van de uitlopers (de nieuwe twijgen) is enigszins verminderd. Evenzo kunnen de bladbezetting, bladgrootte en bladkleur minder zijn. Oudere bomen (vanaf 50 à 75 jaar) vallen zelden in de categorie "goed". Het is geen positief teken wanneer jongere bomen (jeugd- of jongvolwassen fase) worden gekwalificeerd als "voldoende". Boomcondities zijn ingedeeld in goed, voldoende, onvoldoende, slecht en zeer slecht. Conditiekwalificatie Onvoldoende - Er is sprake van een onregelmatige kroon. De eindscheuten vertonen de afgelopen jaren een aanzienlijke afname in lengte, wat vaak gepaard gaat met een mindere bladbezetting, kleinere bladeren of afwijkende bladkleuren. Daarnaast kan de aanwezigheid van dood hout aan de buitenzijde van de kroon (15 tot 30%) ook een indicatie zijn voor een matige conditie. Afhankelijk van de oorzaak (of oorzaken), is herstel mogelijk. Indien het probleem te wijten is aan beperkte ondergrondse (groei)ruimte, een veelvoorkomend verschijnsel, is echter wel actie vereist. Conditiekwalificatie Slecht - Er is sprake van duidelijke stagnatie in de groei, gecombineerd met verschijnselen van afsterving. De boom bevat vaak meer dan 30 tot 40% dood hout. Het herstelproces is, afhankelijk van verschillende factoren, is doorgaans twijfelachtig. Het is verstandig om te overwegen of verwijdering van de boom niet de beste oplossing is. Conditiekwalificatie Zeer slecht - De boom is dood of grotendeels afgestorven, waarbij meer dan 60 tot 70% van de boom niet meer levensvatbaar is. Herstel is niet mogelijk. Mechanische kwaliteitscriteria van een boom Naast de conditiewaarden zijn er ook verschillende andere kwaliteitscriteria. Dit omvat de mechanische structuur van de kroon, mogelijke afwijkingen, en boomgebreken zoals aantastingen, verzwakkingen en andere potentiële problemen. De visuele kroonopbouw Kroonschade is een bekend voorbeeld van een visuele afwijking. Tijdens een storm zijn één of meerdere bepalende (hoofd)takken uit de kroon gewaaid, waardoor er geen sprake meer is van een normaal boombeeld – dat wil zeggen, er is geen uiterlijk meer dat je wel zou mogen verwachten van dit type boom. Hoewel dit soms geen fraai gezicht is, heeft het formeel gezien geen invloed op de toekomstverwachting van de boom. De definitie van een acceptabel visueel boombeeld is niet in juridische termen vast te leggen. Vaak speelt de omgeving van een boom een bepalende rol. Aan een bosboom (zie boom C in de afbeelding 6) worden immers andere visuele kwaliteitseisen gesteld dan aan een boom binnen het stedelijk gebied, (zie boom A in de afbeelding 6). Ook de leeftijd kan van invloed zijn. De mechanische en visuele kwaliteitseisen bij jongere laan- of parkbomen, die zich in de begeleidingssnoei- of opkroonfase bevinden, waarbij tevens wordt beoordeeld of het beoogde eindbeeld in de toekomst haalbaar is, liggen veel hoger dan bij oudere bomen. Oudere bomen bevinden zich doorgaans al in de fase van onderhoudssnoei, waarbij opkronen en dergelijke niet meer aan de orde zijn. De Visuele kwaliteitsnormen voor een kroonopbouw Aan een bosboom (C in de afbeelding) worden immers andere visuele kwaliteitseisen gesteld dan aan een half-solitaire boom (B in de afbeelding), terwijl voor een solitaire boom weer andere kwaliteitsnormen gelden. Boomgebreken en mogelijk afwijkingen Het is belangrijk om op te merken dat er duidelijk onderscheid bestaat tussen een gebrek en een afwijking, waarbij beide criteria verschillende varianten kunnen hebben. Het grootste verschil tussen beide is dat een gebrek (of een mogelijk gebrek) altijd een risico vormt voor de directe leefomgeving van de boom, daarnaast heeft een gebrek in tegenstelling tot een afwijking ook vaak invloed op de levensverwachting. Een afwijking is doorgaans van visuele aard en vormt nooit geen risico voor zijn directe leefomgeving. Hier volgt een nadere toelichting Een mogelijk gebrek - Indien bij de veldbeoordeling een spechtengat in de stam wordt geconstateerd, kan dit wijzen op een potentieel gevaar voor stambreuk, wat een direct risico vormt voor de leefomgeving. Een dergelijke boom wordt dan ingedeeld in de categorie “nader onderzoek”. Dit nader onderzoek moet vervolgens vaststellen nee wat het werkelijke risico is. Een tijdelijk gebrek - Tijdens de veldbeoordeling kan een plakoksel worden vastgesteld. Dit is een zware zijtak die niet goed is aangehecht aan de hoofdstam, waardoor er een verhoogd risico bestaat dat deze bij harde wind uit de kroon kan waaien. Dit probleem kan worden opgelost door bijvoorbeeld het plaatsen van een anker of het wegsnoeien van de betreffende zijtak. Een tijdelijk gebrek is altijd direct waarneembaar in het veld en heeft geen invloed op de toekomstverwachting zoals bedoeld in dit onderzoek. Een gebrek - Een gebrek is altijd direct waarneembaar in het veld, maar in tegenstelling tot een tijdelijk gebrek is het niet op korte termijn op te lossen. Het meest bekende voorbeeld hiervan is een slechte conditie; dit is alleen in het veld vast te stellen en kan niet snel worden verholpen. Een afwijking - Lichte stamschade die momenteel aan het herstellen is, wordt aangeduid als een afwijking. Bij een afwijking is er NOOIT geen sprake van een (mogelijk) risico voor de directe leefomgeving. Indien dezelfde stamschade echter 'inrot' vertoont, waarbij er een mogelijk risico op stambreuk bestaat, dient dit als een mogelijk gebrek te worden beschouwd. In dat geval moet aanvullend onderzoek de werkelijke risico's bepalen.
- Bodemtypes en -Kwaliteit versus bomen | Vacature in het groen- Bomen.online
Het bodemtype of de bodemkwaliteit heeft vaak invloed op de ontwikkeling en toekomstverwachting van een boom. Bodemkwaliteit en div. bodemtype INHOUD: Vooraf doorlezen is wel een pre Bodemkwaliteit en bodemtypes Bomen in het bebouwd of stedelijk gebied Het ontstaan van onze bodems Vooraf Deze informatiepagina behandelt de bodemkwaliteiten en de gewenste samenstelling van het substraat voor de aanleg van groeiplaatsen voor bomen. Het is belangrijk om goed op de hoogte te zijn van de onderstaande bodemkundige criteria; deze pagina verwijst er herhaaldelijk naar, maar biedt geen gedetailleerde beschrijvingen. Indien u niet bekend bent met deze criteria, wordt geadviseerd eerst de overige informatiepagina’s te raadplegen. Dit kan door op één van de vier onderwerpen in het onderstaande overzicht te klikken. De 4 belangrijkste basis bodemelementen Wat maakt bodemkunde dan soms zo ingewikkeld? Toelichting van de 4 belangrijkste basis bodemelementen Element Zand. Zand (ver)kleuringen Zandfractie en korrelgroottes (incl. Tabel) Kwaliteit- Zandfractie = Poriënvolume Het element zand. Vaak bepalend voor de bodemkwaliteit Element: Silt - Leem Element: Lutum – Klei Element: Organisch stof – Veen Tabel en classificaties Organisch stof Organische stof versus zandgrond Organische stof versus zwaardere bodemtypes Element: Löss (variant van silt) Overige bodemelementen Nederland kent feitelijk maar 3(4) bodemtypes! Het vaststellen van een bodemtype Wanneer is er dan sprake van een zandgrond? --- Leemlose zandgrond --- Leemarme zandgrond --- Lemige zandgrond --- Sterk leemhoudende zandgrond Wanneer is er dan sprake van een leemgrond? --- Lössgrond is een variant van leemgrond Wanneer is er dan sprake van een Kleigrond? Rivier- Jonge- en oude- zeeklei Lichtere (zavel) en zwaardere kleigronden --- Zavelgrond (zeer lichte kleigrond) --- Lichte kleigrond --- Matige kleigrond --- Zware kleigrond --- Veenachtige kleigronden Wanneer is er dan sprake van een Veengrond 2.0 Waterhuishouding. 1.0 Groeiplaatsberekening 3.0 Grondwaterstanden 4.0 Infiltratiemogelijkheden boomgroeiplaats Samenvatting van een boomgroeiplaats volgens vier vuistregels. Klik op de nummers 1.0 t/m 4.0 in de afbeelding voor meer informatie. Daarnaast is er een PDF met hogere leeskwaliteit, die automatisch op een andere pagina opent. Bodemkwaliteit en bodemtypes De afgebeelde plattegrond is een gedetailleerde kaart van Nederland, afkomstig van Bodemdata. Dit is een website die wordt onderhouden door Wageningen University & Research (WUR) en het Ministerie van Landbouw. De site is openbaar toegankelijk via https://bodemdata.nl/basiskaarten. Op deze website zijn meer dan 200 erkende bodemtypes opgenomen, weergegeven en tot in detail beschreven. De beschrijvingen zijn vaak zeer technisch van aard, waardoor ze voor de gemiddelde Nederlander moeilijk te begrijpen zijn. In essentie is het niet zo moeilijk, hoewel het op internet soms onbedoeld ingewikkeld wordt gemaakt. Hoe dan ook, elk kleurvlak op kaart 1 is een uniek bodemtype en bestaat uit verschillende grondlagen. Bodemkaart nr.1 biedt uitgebreide gegevens. Op deze pagina presenteren we op een vereenvoudigde manier de vier tot zes belangrijkste bodemtypes die in Nederland voorkomen volgens Bodemkaart nr.2. Met deze informatie krijgt u als mogelijke niet-deskundige een helder inzicht in de Nederlandse bodems Bodemkaart nr. 1: Detail kaart Bodemdata.nl Bodemkaart nr. 2: Bodemkaart met 6 bodemtypes. Bomen in het bebouwd of stedelijk gebied Het is belangrijk om te weten dat de bodemstructuren in bebouwde of stedelijke gebieden vaak zijn onderworpen aan intensieve grondbewerking, zoals bij de aanleg van rioleringen en andere infrastructuur. Hierdoor zijn de oorspronkelijke bodemtypes vaak niet meer herkenbaar. Het ontstaan van onze bodems Onze bodem, die meestal uit diverse grondlagen bestaat, is ontstaan door miljoenen jaren van slijtage aan stenen en rotsen, veroorzaakt en verspreidt door wind, water en ijs (ook vaak benoemd als erosie). Met andere woorden, het vrijkomende slijtagestof, vormt onze Nederlandse bodems. Dit proces vond voornamelijk plaats tijdens de ijstijden, maar het gebeurt ook vandaag de dag nog steeds. Denk bijvoorbeeld aan Saharazand dat op uw auto terechtkomt. Wetenschappers hebben berekend dat onze bergen over 1.000 jaar gemiddeld 2 à 3 meter lager zullen zijn als gevolg van erosie. Ook bij hedendaagse overstromingen neemt het water soms grote hoeveelheden slib mee. De 4 belangrijkste elementen en hun afmetingen Het organische stofgehalte is een element dat u kunt vergelijken met potgrond en wat in variërende hoeveelheden in elke bodem voorkomt (van zeer beperkt tot meer overvloedig, zoals bij veengrond). Naast dit organische stofgehalte, worden hieronder de drie belangrijkste korrelgroottes weergegeven. Deze vier genoemde elementen (incl. het organische stof) bepalen gezamenlijk (voor 95%) de opbouw van onze Nederlandse bodems. De indeling is dus niet veel ingewikkelder dan dit. De termen zand, slib en klei verwijzen naar de afmeting van het slijtagestof (zoals bij zandkorrels). Figuur 2: Samenvatting van de vier essentiële elementen die voor 90% het type bodem of de kwaliteit van de groeiplaats van bomen bepalen. Waar zit de complexiteit? Het is belangrijk duidelijk onderscheid te maken tussen een bodemtype, een samenstelling (die in dit document ook wel aangeduid wordt als grondlaag), en een element. Anders gezegd: een zandgrond (wat een bodemtype is, zie kolom A), een zandlaag of -samenstelling (kolom B), en het woord 'zand' zelf (wat een afmeting of korrelgrootte is, zie kolom C) hebben alle drie een totaal andere betekenis. Wat maakt bodemkunde dan soms zo ingewikkeld Figuur 3: De opbouw van een bodemtype. Omschrijvingen van de 4 belangrijkste bodemelementen in Nederland Onderstaand gaan we dieper in op de 4 hierboven genoemde elementen. Deze extra informatie is zeker nuttig om eens door te lezen. Daarnaast worden er enkele varianten nader omschreven. Dit geeft voldoende inzicht voor alle informatie die hier verder verstrekt wordt. Element Zand: Op de afbeelding hiernaast ziet u een schematische weergave van een paar gemiddelde zandkorrels, 25 keer vergroot. Een korrelgrootte tussen 0,063 mm en 2 mm wordt aangeduid als "zand". Als u goed kijkt, zijn sommige zandkorrels met het blote oog zichtbaar. Zand was een van de eerste elementen op onze planeet, waarschijnlijk afgezet tijdens een van de vroege ijstijden toen de aarde nog niet leefbaar was. Daardoor bevat het element zand weinig mineralen. Daarnaast begint de bodem in Nederland over het algemeen met een zandlaag aan de basis. Element nr. 1: Schematische afbeelding van zandkorrels (25x vergroot). Daarnaast is het belangrijk te vermelden dat : het element zand vaak in grote hoeveelheden voorkomt bij vrijwel elk bodemtype. Bijvoorbeeld, diverse kleigronden bestaan nog steeds voor 90% uit het element zand. Het element zand is dus een van de belangrijkste element voor de ontwikkeling van bomen. Zand (ver)kleuringen Element nr. 2: Schematische zandkorrels met een hoog ijzergehalte (25x vergroot). Element nr. 3: Schematische zandkorrels met een hoog kalkgehalte (25x vergroot). De kleur van zand wordt voornamelijk bepaald door het gehalte aan kalk en ijzer. IJzermineralen kunnen oxideren, wat kan resulteren in de verandering van wit zand naar lichtbruin. Zandlagen die door zeewater zijn gevormd, bevatten doorgaans veel kalk afkomstig van schelpen. Daarnaast kan de hoeveelheid organisch materiaal, zoals bij potgrond (zie volgende alinea), de kleur en kwaliteit van de zandlaag beïnvloeden.Elke boom heeft zijn eigen voorkeuren voor bodemtypen. Het is daarom belangrijk om een boom te kiezen die past bij het bodemtype, in plaats van te spreken over betere of slechtere opties. Zandfractie en korrelgroottes Tabel 1: Zand komt in verschillende korrelgroottes voor Op de overzichtskaart van Nederland worden de gebieden weergegeven die zijn ingedeeld in fijn zand, middelgrof zand en grof zand. Deze indelingen zijn vastgesteld op basis van bodemmetingen tot een diepte van ongeveer 350 cm. Omdat bomen vaak niet dieper wortelen dan 75 cm, kan dit soms een vertekend beeld geven. Veel boomsoorten groeien goed in een licht vochthoudende bodemtype met een grovere zandkorrelgrootte. Bodemkaart nr.3: Zandkorrelgrootte onderverdeeld in fijn zand, middelgrof zand en grof zand. Tabel 1: Zand komt in verschillende korrelgroottes voor. Zand is een veelvoorkomend in vrijwel elk bodemtype, maar de zandfractie zelf komt voor in verschillende soorten en maten, zoals zilverzand, metselzand, ophoogzand, speelzand en betonzand. Bomen hebben een voorkeur voor een losse en open bodemstructuur vanwege, wortelruimte, een hoog zuurstofgehalte, correcte capillaire werking, de goede waterbuffering met voldoende drainagecapaciteit wat de kans op bodemverdichting verminderd. Kort samengevat: het element zand, en vooral het soort element zand is heel erg bepalend voor de waterhuishouding van een boom. Deze eigenschappen worden vaak bepaald door de poriënruimte. Kwaliteit- zandfractie = Poriënvolume Bij element nr.4 zijn schematische zandkorrels afgebeeld (25 keer vergroot), waarbij de witruimtes op de afbeelding tussen de gele zandkorrels poriën worden genoemd. Het poriënvolume verwijst naar de ruimten die gevuld zijn met lucht of water tussen de vaste gronddeeltjes van de bodem. Element nr. 4: Gemiddeld zandfracties. Hoe groter de zandkorrel, de grootte van het element zand, hoe meer poriënvolume er ontstaat. In onderstaande tabel wordt duidelijk dat de verschillen tussen fijn en grof zand aanzienlijke effecten hebben op het poriënvolume. Zelfs bij zandgronden met een relatief laag gehalte aan humus en leem kunnen sommige boomsoorten zich nog steeds goed ontwikkelen. Bij zwaardere bodemtypes, zoals leem en kleigrond, speelt de grootte van de zandkorrel eveneens een belangrijke rol in de kwaliteit van het bodemtype. Element nr. 5: Grotere zandfracties. Een kleine zandkorrelgrootte van het element zand heeft vaak invloed op het poriënvolume, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Daarnaast zijn fijnere zandkorrels, in tegenstelling tot de grotere zandkorrels, vaak rond van vorm, wat ook het poriënvolume beïnvloedt. De keuze aan bomen is hierdoor beperkt. Element nr. 6: Kleinere zandfracties. Hoekige zandkorrels creëren veel ruimte (poriën) tussen de zandkorrels, wat een gunstig effect heeft op het poriënvolume en daarmee op de waterhuishouding van een boom. Bij de aanplant van bomen in stedelijke, verharde gebieden wordt regelmatig speciaal samengesteld bomenzand gebruikt. Het type zand dat wordt toegepast kan variëren afhankelijk van de verkeersbelasting, maar hoekig zand wordt altijd gebruikt, vaak gecombineerd met 9% organische stof. Element nr. 7: Hoekige zandfracties, word ook gebruik bij speciaal samengesteld bomenzand. Ook de uniformiteit van de aanwezige zandfracties in een bodemtype is rechtstreeks gerelateerd aan het poriënvolume. Samengevat, het element zand binnen elk bodemtype is essentieel voor de waterhuishouding van bomen. Het percentage zand, dat doorgaans dominant aanwezig is in alle bodemtypes, speelt samen met de korrelgrootte, de vorm en de uniformiteit van de zandfractie een cruciale rol bij de ontwikkeling van bomen. Element nr. 8: Uniformen zandfracties. Het element zand speelt een cruciale rol in de bodemkwaliteit van bomen, ongeacht het type bodem Samengevat mede op basis van bovenstaande; bij alle benoemde bodemtypes volgens de onderstaande tabel is het element zand een veel voorkomend element en zeer bepalend voor de bodemkwaliteit die geschikt is voor bomen. 1.)- Het percentage van het element zand, samen met 2.)- de korrelgrootte, 3.)- de vorm en 4.)- de uniformiteit van de aanwezige zandfracties spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van bomen. Wanneer aan de juiste criteria wordt voldaan (de kwaliteit van het element zand volgens de punten 1 t/m 4) , ontstaat er een ideale poriënstructuur. Deze optimale poriënstructuur zorgt voor wortelruimte, een hoog zuurstofgehalte, correcte capillaire werking, goede waterbuffering met voldoende drainagecapaciteit, wat de kans op bodemverdichting vermindert. Bovendien is zand stabiel en voorkomt het natuurlijke scheefstand van een boom. Echter, 60% van de bodemtypes voldoen vaak niet aan deze ideale criteria (1 t/m 4 ). Tabel 2: Het soort element zand is bepalend voor de bodemkwaliteit die geschikt is voor bomen. Element: Silt - Leem Hiernaast zijn schematische slib- of siltdeeltjes op schaal afgebeeld, eveneens 25 keer vergroot. Zoals u kunt zien, zijn deze deeltjes aanzienlijk kleiner dan de gemiddelde zandkorrel. Het woord "silt" is afkomstig uit Engeland, waar het "slib" betekent. Ook de term "verfijnd stof" zou een juiste benaming zijn. Slib- of siltdeeltjes variëren in grootte van 0,002 mm tot 0,063 mm, waarbij een afzonderlijk deeltje niet meer met het blote oog waarneembaar is. Slib of siltdeeltjes hebben geen directe relatie met bomen. Bomen groeien in de grond, maar de aanwezigheid van slib of silt in de bodem kan wel invloed hebben op de groei van bomen. Element nr. 9: Schematische afmetingen van slibdeeltjes (25x vergroot). Afbeelding 1: Slib- of siltdeeltjes. Slib, ook wel aangeduid als silt, wordt voornamelijk gevormd door water- en winderosie, grotendeels ontstaan tijdens de latere ijstijden. Tussen deze ijstijden bestond er leven op onze planeet, wat verklaart waarom slibdeeltjes beduidend meer mineralen bevatten dan bijvoorbeeld zand. Het transport van deze deeltjes heeft voor het grootste deel (70-80%) plaatsgevonden door wind. Daarom wordt silt beschouwd als een windafzetting en komt het praktisch in elk bodemtype voor, zij het soms in beperkte mate. Een bodem met veel siltdeeltjes wordt gekwalificeerd als een zwaarder bodemtype, wat zeker een negatief effect kan hebben op de waterhuishouding van een boom, aangezien deze minder water doorlaat dan zand en kleiig aanvoelt, hoewel klei niet de juiste benaming is. Slib- en siltdeeltjes beïnvloeden indirect de groei van bomen door hun aanwezigheid in de bodem. Element: Lutum – Klei Klei- of lutumdeeltjes, die wederom weer op schaal zijn afgebeeld (25 keer vergroot), zijn microscopisch klein met een afmeting van minder dan 0,002 mm. De herkomst en het ontstaan van lutum zijn praktisch vergelijkbaar met die van slib- of siltdeeltjes. Het transport van klei- of lutumdeeltjes heeft echter voornamelijk plaatsgevonden door stromend water, vaak veroorzaakt door overstromingen. Zodra het stromende water tot stilstand kwam, konden deze microscopisch kleine deeltjes bezinken. Vanwege hun aanzienlijk kleinere afmetingen dan slib- of siltdeeltjes, is hun doorlatendheid veel geringer. Kleideeltjes beïnvloeden de groei van bomen door de waterhuishouding, voedingsstoffenbeschikbaarheid en bodemstructuur te bepalen. Dit heeft invloed op de wortelgroei en algemene gezondheid van bomen Element nr. 10: Schematische afmetingen van klei - of lutumdeeltjes. 25x vergroot). Een bodemtype met veel klei- of lutumdeeltjes bevat veel mineralen en voedingsstoffen, maar beïnvloedt de waterhuishouding van bomen aanzienlijk. Dit type bodem wordt vaak als zwaar beschouwd, wat invloed heeft op de wortelgroei en algemene gezondheid van bomen. Niet elke boom is geschikt voor kleigrond. Het element komt praktisch alleen voor in het bodemtype kleigrond Interessant is om te vermelden. Nederland ontstond dankzij vruchtbare kleigronden, gevormd door rivieroverstromingen. Deze gronden maakten het in de middeleeuwen populair, wat bijdroeg aan onze huidige bevolkingsdichtheid. Element: Organisch stof - Veen Veen is officieel geen grondsoort omdat het geen vaste (korrel)afmeting heeft; het bestaat uit (half)verteerde plantenresten. Het wordt echter wel als bodemtype beschouwd, daarnaast is veen vergelijkbaar met grof organisch stof en daardoor is het een element. Wanneer veen in aanraking komt met zuurstof, vaak in de bovenlaag van de grond, wordt het door bodemmicro-organismen omgezet in wat bekend staat als veraarde grond. In deze grond zijn plantenresten niet langer herkenbaar en is er sprake van een samengestelde grondlaag met een hoog organisch stofgehalte. In tegenstelling tot veen is organische stof goed verteerd. Op zandgronden gedijen bomen meestal goed bij een hoog gehalte aan organische stof in de bodem. Wanneer dit gehalte echter boven de 16% stijgt, wordt zuurstof uit de bodem onttrokken. Tijdens de afbraak van organische stof worden zowel zuurstof als stikstof uit de bodem gehaald, wat vaak negatieve gevolgen heeft voor bomen. Element nr. 11 t/m 16: Schematische afmetingen (25x vergroot) van organisch stof in div. percentages. Tabel classificaties in % Organisch stof Organisch materiaal is een essentieel onderdeel van vrijwel elke bodemsoort, vaak geconcentreerd in de bovenste lagen. Dit materiaal heeft een significante invloed op de eigenschappen van alle bodemtypes en is noodzakelijk voor een gezonde bodemstructuur. De elementen 11 tot en met 16 in de afbeelding bevatten organische stof, elk met verschillende percentageverhoudingen. Tabel 3: Namen en classificaties van Organisch stof in %. Organische stof versus zandgrond Voor het bodemtype zandgrond, dat van nature weinig tot geen mineralen bevat en waar de grondwaterstand vaak onbereikbaar is voor boomwortels, is de hoeveelheid organische stof bijzonder bepalend. Deze factor heeft een sterke invloed op de waterhuishouding, met name op de waterbufferingscapaciteit van de bodem, wat weer van invloed is op de ontwikkeling van bomen. De aangegeven gebieden op diverse kaarten zijn slechts een globale indicatie; Verschillende bodemtypes, elk met een andere kwaliteitsclassificatie, kunnen zich binnen een relatief klein gebied bevinden (binnen een straal van enkele kilometers). Zandgrond kaart 2 Zandgrond kaart 3 Zandgrond kaart 4 Zandgrond kaart 5 Zandgrond kaart 1 Zandgrondkaart 1 biedt een overzicht van het bodemtype zand in heel Nederland. Zandgrondkaart 2 toont de gebieden waar voornamelijk humorloze en humusarme zandgronden voorkomen. Zandgrondkaart 3 visualiseert de gebieden met matig humeuze zandgronden. Zandgrondkaart 4 geeft inzicht in de gebieden in Nederland met humeuze zandgronden. Zandgrondkaart 5 presenteert de gebieden met humusrijke veenachtige zandgronden. Organische stof versus zwaardere bodemtypes Organische stof speelt ook een cruciale rol bij de zwaardere bodemtypes, zoals leem- en kleigronden. Hoewel het voor zandgronden voornamelijk belangrijk is om vocht vast te houden, draagt organische stof in zwaardere bodemtypes bij aan de verbetering van de bodemstructuur, de bewerkbaarheid en de wortelgroei voor bomen. Daarnaast heeft organische stof een aanzienlijke invloed op het bodemleven en is dus onmisbaar voor elk bodemtypen. Voor zandgronden wordt humusrijke samenstelling nagestreefd met een percentage van 9 tot 12% organische stof, terwijl het streefpercentage voor zwaardere bodemtypes ongeveer 3% is (tussen humus arm en matig humeus) en voor zwaardere bodemtypes circa 4%. Een nog hoger percentage kan leiden tot vocht en drainage problemen. Element: Löss (variant van silt) Een lössdeeltje is een typische windafzetting, voornamelijk bestaande uit kwartsgesteente afkomstig van de Noordzeebodem, die droog lag tijdens de laatste ijstijd. Wanneer er uitsluitend sprake is van een windafzetting, is de korrelgrootte doorgaans redelijk uniform. Lössgrond heeft daardoor een korrelgrootte van ongeveer 0,020 mm tot 0,040 mm. Met andere woorden, löss lijkt erg op silt, maar de samenstelling heeft veel ruimte tussen de korrels, vergelijkbaar met zand. Dit zorgt voor een goede waterdoorlatendheid, een eigenschap die de meeste bomen erg prettig vinden, een eigenschap die silt- en lutumdeeltjes niet hebben. Löss valt qua classificatie en afmeting onder dezelfde noemer als silt en moet daarom worden gezien als een variant, net zoals grof en fijn zand varianten zijn van het element zand Element nr. 17: Schematische afbeelding van het Bodemkundige element löss- (25x vergroot). Een Löss samenstelling Tijdens de door wind gevormde afzetting zijn er ook veel kleine plantenresten en mineralen afgezet. Hierdoor is lössgrond niet alleen goed doorlatend, maar bevat het ook een hoog mineraal- en humusgehalte (organische stof). Dit maakt het een zeer geschikte en vruchtbare bodem voor agrariërs. Let op; de hiernaast afgebeelde samenstelling is geen enkelvoudig element meer, maar een combinatie van het element löss en het element organische stof. Samenstelling nr.1: Schematische afmetingen van een lösss samenstelling (25x vergroot). Overige bodemelementen kunnen ook van invloed zijn Naast grondwater zijn er verschillende andere elementen zoals ijzer- en kalkmineralen die, samen met diverse chemische reacties, aanzienlijke verschillen kunnen veroorzaken tussen verschillende grondlagen. Deze variaties zijn technisch van aard, wat de huidige reden is om dit voorlopig te laten rusten. Houd er rekening mee dat dit soms veel invloed kan hebben op de groei en ontwikkeling van bomen. Voor meer informatie kunt u de website van Bodemdata raadplegen: https://bodemdata.nl . In hoofdlijnen is er in Nederland maar sprake van 4 bodemtypes volgens de grote plattegrond: zandgrond , kleigrond en leemgrond (lössgrond, wordt omdat het dezelfde fractiegrote heeft ingedeeld bij leemgrond). Daarnaast bezit Nederland een beperkt aantal veengronden, want in hoofdzaak is er meer sprake van veengebieden (zie kleine plattegrond). Deze veengebieden zijn dan gecombineerd met zand- of kleideeltjes of gecombineerd met zand- of kleilagen, op de kleine bodemkaart aangegeven als venige-klei of als venig-zand . Het is belangrijk om de juiste boom te kiezen en het soort boom af te stemmen op het bodemtype. Het aanpassen van het bodemtype aan de boom kan vaak duur zijn en levert niet altijd het gewenste boom resultaat op. Bodemkaart nr.4: De gebieden waar veengronden en veengebieden voorkomen. In Nederland zijn er feitelijk maar vier bodemtypes Bodemkaart nr.5: De 3 (4) belangrijkste bodemtypes in Nederland. Het vaststellen van een bodemtype Om een juiste bomen keuze te maken, is het dus van belang dat u weet wat voor type grond u heeft. Hieronder de bodemdriehoek waarmee u ook zelf kan bepalen in welke categorie uw eigen tuingrond zou vallen. Op Afbeelding 3 ziet u een bodemtest die u zelf prima zou kunnen uitvoeren. Neem een jampot en vul deze met 20 tot 25% grond. Vul vervolgens de pot tot 80% met kraanwater. Schud het geheel enkele minuten goed door elkaar en zet de jampot daarna 12 uur weg. De zwaardere deeltjes, zoals zand, zullen als eerste bezinken, gevolgd door de siltdeeltjes en als laatste zullen de kleideeltjes bezinken. Na 12 uur kunt u vrij nauwkeurig de samenstelling van uw eigen grond bepalen. Doorgaans blijven de organische delen in het water zweven. Met andere woorden bepaal eerst uw bodemtype en maak daarna een weloverwogen bomen keuze. Figuur 3: De Bodemdriehoek versus bomen. Afbeelding 2: Bodemtest versus bomen. Veel bomen groeien goed op zandgrond, waarbij verschillende factoren een rol kunnen spelen. Deze criteria beïnvloeden in grote maten de waterhuishouding en waterbufferingsmogelijkheden van een boom. Een bodem wordt als zandgrond geclassificeerd wanneer de bovenste 60 tot 80 cm voornamelijk uit zandlagen bestaat met een klei- of lutumgehalte lager dan 8%. (Volgens Samenstelling nr. 2) Daarnaast wordt zandgrond ook gedefinieerd wanneer het slib- of siltgehalte niet hoger is dan 50%. (Volgens Samenstelling nr. 3). Wanneer is er dan sprake van het bodemtype zandgrond? Samenstelling nr.3: Een bodem met minder dan 50% slib- of siltgehalte wordt als zandgrond beschouwd. Samenstelling nr.2: Een bodem met minder dan 8% klei of lutum wordt als zandgrond beschouwd. Bodemkaart nr. 6: De gebieden waar hoofdzakelijk het bodemtype zandgrond voorkomt. De kwaliteit van het bodemtype zandgrond Veel boomsoorten gedijen goed op zandgrond. In tegenstelling tot leem- en kleigrond is de kwaliteit van zandgrond, met betrekking tot de waterhuishouding die essentieel is voor bomen, echter veel afhankelijker van externe factoren. Zandgrond, waarin het element zand zeer dominant aanwezig is, bevat van nature weinig mineralen (is ook minder vruchtbaar), heeft doorgaans een goed drainerend vermogen, maar droogt veel sneller uit dan andere bodemtypes. De kwaliteit van zandgrond wordt dus voornamelijk bepaald door: Het soort zand. Ook hier geldt weer, wat overigens essentieel is voor alle bodemtypes. Wat zijn de afmetingen (de korrelgrootte), de vormen en wat is de uniformiteit van de aanwezige zandelementen. Daarnaast, kan er sprake van leemloze of leemarmer grond, of juist van een sterk leemhoudende zandgrond? Dit aspect zal later in meer detail worden toegelicht. Een derde factor betreft het humusgehalte, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen humusloze, humusarme en humusrijke zandgrond. Een ander belangrijk punt is de bereikbaarheid van het grondwater voor boomwortels. Kan het grondwater door de boomwortels bereikt worden, of niet? Zandgronden zijn weer op te delen in: Omschrijving Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Leemlose zandgrond Duingebieden en zandverstuivingen (vaaggrond) Samenstelling nr. 4: Schematische afbeelding (25x vergroot) van leemarme zandgrond. Slitgehalte onder de 8%. Bodemkaart nr. 7: Gebieden met Leemlose zandgrond. Slitgehalte onder de 8%. Omschrijving Niet echt geschikt voor akkerbouw. Duingebieden zandverstuivingen, ook wel benoemd als vaaggronden. Er is een beperkte groep bomen die hier toch weet te overleven. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Leemarme zandgrond Samenstelling nr. 5: Schematische afbeelding (25x vergroot) van leemarme zandgrond. Slitgehalte tussen de 8-15%. Bodemkaart nr. 8: Gebieden met zwak lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 8-15%. Omschrijving Doorgaans minder groeizaam voor bomen, wel sterk afhankelijk van het organisch stofgehalte en een grondwaterstand. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Lemige zandgrond Samenstelling nr. 6: Schematische afbeelding (25x vergroot) van normaal leemhoudende zandgrond. Slitgehalte tussen de 15-30%. Bodemkaart nr. 9: Gebieden met lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 15-30%. Omschrijving In het algemeen is deze bodem geschikt voor diverse boomsoorten, hoewel dit mede afhangt van factoren zoals de kwaliteit van de aanwezige zandfractie, het organische stofgehalte en de grondwaterstand. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Sterk leemhoudende zandgrond Samenstelling nr. 7: Schematische afbeelding (25x vergroot ) van sterk lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 30-50%. Bodemkaart nr. 10: Gebieden Sterk lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 30-50%. Omschrijving De vruchtbaarheid van de bodem is doorgaans hoog voor bomen, afhankelijk van het gehalte aan organisch materiaal, de grondwaterstand en met name de grootte van de zandfractie. Bij een fijne zandfractie bestaat er echter een risico op bodemverdichting. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. leemhoudende zandgronden voor, maar die worden nog steeds als zandgrond geclassificeerd. Leemgrond is gunstig voor de groei van bomen, maar de optimale omstandigheden variëren per boomsoort en de kwaliteit van de grond. Het houdt vocht vast en laat water goed door, maar een teveel kan wateroverlast veroorzaken, terwijl een tekort leidt tot een droge bodem. Leemgrond is geschikt voor de groei van sommige bomen, maar de optimale omstandigheden zijn afhankelijk van de specifieke boomsoort en de kwaliteit van de leemgrond. Leemgrond houdt vocht vast en laat water goed door, wat gunstig is voor veel bomen. Echter, een te hoog gehalte aan leem kan leiden tot wateroverlast, terwijl een tekort aan leem kan resulteren in een te droge bodem. Wanneer is er dan sprake van het bodemtype leemgrond? Bodemkaart nr. 11: De gebieden waar leemgrond voorkomt. (Volgens Samenstelling nr. 8) Samenstelling nr.8: Er is sprake van leemgrond wanneer het slib- of siltgehalte hoger is dan 50%. Bodemkaart 10: Nederland bezit veel sterk leemhoudende zandgronden, maar deze wordt er nog steeds gekwalificeerd als zandgrond. Bij leem en leemgrond is er nog meer verwarring dan bij zand en zandgrond; leem en leemgrond mogen zeker niet met elkaar worden vergeleken. Leem is een samengestelde grond of grondlaag met de volgende definitie: Leem is een mengsel van klei, slib en zand, met relatief veel slib- of siltdeeltjes. Het begrip "relatief veel" is ruim en wordt niet in percentages gekwalificeerd. Daarentegen is leemgrond een bodemtype dat wel duidelijk gedefinieerd is, waarbij het slib- of siltgehalte hoger moet zijn dan 50%.Om nog meer verwarring te voorkomen, is het belangrijk op te merken dat in sommige delen van ons land, maar vooral bij onze Belgische zuiderburen, silt ook wel als leem wordt aangeduid. Voor alle duidelijkheid zetten we alles nog eens op een rijtje: Slib of silt verwijst naar een afmeting, een fractiegrootte (bij zand wordt gesproken van korrelgrootte). Leem is een samenstelling die vaak een grondlaag vormt en bestaat uit klei, slib en zand, met een relatief hoog gehalte aan slib- of siltdeeltjes. Leemgrond is een bodemtype dat vaak uit diverse lagen bestaat, waarbij de bovenste 60 cm ten minste voor meer dan de helft bestaat uit slib- of siltdeeltjes. lössgrond is een variant van leemgrond Samenstelling nr.1: Schematische afmetingen van een lösss samenstelling (25x vergroot). Bodemkaart nr. 12: Lössgrond erg vruchtbaar voor veel bomen. Een variant van het bodemtype leemgrond is lössgrond. De slibdeeltjes van lössgrond zijn typische windafzettingen, voornamelijk bestaande uit kwartsgesteente afkomstig van de Noordzeebodem, die droog lag tijdens de laatste ijstijd. Wanneer er uitsluitend sprake is van windafzetting, is de korrelgrootte doorgaans redelijk uniform. Hierdoor is lössgrond niet alleen goed doorlatend, maar bevat het ook een hoog mineraal- en humusgehalte (organische stof). Dit maakt het een zeer geschikte en vruchtbare bodem. Löss lijkt sterk op silt, maar de samenstelling heeft veel ruimte tussen de korrels, vergelijkbaar met zand. Dit zorgt voor een goede waterdoorlatendheid, een eigenschap die gunstig is voor de meeste bomen, terwijl silt- en lutumdeeltjes deze eigenschap niet hebben. Löss valt qua classificatie en afmeting onder dezelfde categorie als silt en moet daarom worden gezien als een variant, net zoals grof en fijn zand varianten zijn van het element zand. Niet alle bomen zijn geschikt voor kleigronden. Een grond wordt als kleigrond geclassificeerd wanneer deze meer dan 8% lutum- of kleideeltjes bevat. Samenstelling nr. 9 wordt beschouwd als een zeer lichte klei, die bodemkundig gezien tot zavelgronden behoort, terwijl Samenstelling nr. 10 wordt gekwalificeerd als zware klei (met een lutum- of kleigehalte van meer dan 55%). Ook kleigronden worden verder ingedeeld in verschillende categorieën. Omdat silt voornamelijk door wind is afgezet, bevatten alle kleigronden in 70% van de gevallen een klein percentage siltdeeltjes. Soms kan er zelfs sprake zijn van siltige kleigronden. Wanneer is er dan sprake van het bodemtype Kleigrond? Samenstelling nr.9: In bodemkundige termen wordt lichte klei ingedeeld en benoemd als zavelgrond (8% -25%). Samenstelling nr.10: Een grond wordt als zware klei beschouwd als het lutum- of kleigehalte meer dan 55% bedraagt. Ned. Bodemkaart 13: De gebieden waar hoofdzakelijk kleigrond voorkomt. Om het eenvoudig te houden is het voldoende om te weten dat we spreken van kleigrond zodra het lutum- of kleigehalte hoger is dan 8%. Lang niet alle bomen houden van klein gronden. Klei- of lutumdeeltjes hebben een directe invloed op de groei van bomen. Ze beïnvloeden in grote mate de waterhuishouding, en dichtheid de structuur van de bodem, wat op zijn beurt de wortelgroei en algemene gezondheid van bomen bepaal. Zavelgrond, ook wel benoemd als lichtere kleigrond is daar vaak wel een uitzondering op. Bij het selecteren van bomen voor zwaardere kleigronden is het essentieel om ook rekening te houden met de vochtigheid en de grondwaterstanden. Rivier- Jonge- en oude- zeeklei Oude zeeklei en jonge zeeklei zijn termen die de kleilagen in Nederland beschrijven die door de zee zijn afgezet. Oude zeeklei, gevormd tussen 8000-4000 jaar geleden, ligt dieper en heeft een blauwgrijze kleur en een vettere structuur. Jonge zeeklei, ontstaan tussen 1000 v.Chr. en de Middeleeuwen, is grover en bevat meer schelpen. Oude zeeklei komt vooral voor in laaggelegen gebieden van West- en Noord-Nederland, terwijl jonge zeeklei voornamelijk te vinden is in Zeeland, Noord-Holland, Friesland en Groningen. Rivierklei ontstond ongeveer 1000 jaar na Christus in rivieromgevingen. Het heeft vaak een bruine of grijze kleur, maar kan ook een oranje tint aannemen bij aanwezigheid van ijzer. Rivierklei is doorgaans wat grover van structuur dan zeeklei. Alle kleibodemtypes zijn zeer vruchtbaar. De zwaardere kleigronden zijn echter minder makkelijk te bewerken en kunnen soms dusdanig zwaar zijn dat zij ongeschikt zijn voor akkerbouw. Deze gronden zijn voornamelijk geschikt voor grasland. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Bodemkaart nr. 14: Toont de locaties van rivierklei (indigo), jonge zeeklei (blauw) en oude zeeklei (donder). Lichtere (zavel) en zwaardere kleigronden Kleigronden worden ingedeeld in zware klei, matige klei, lichte klei en zavelgrond. Zavelgrond bevat 10-25% klei en is bijna ideaal voor boomgroei. Lichte kleigrond bevat 25-35% klei en is meestal ook geschikt voor bomen, afhankelijk van verschillende factoren. Matige kleigrond heeft 35-55% klei en kan vocht- en drainageproblemen hebben. Zware kleigrond, met meer dan 55% klei, is vruchtbaar maar lastig te bewerken en wordt vaak in lagere delen van Nederland gevonden. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Bodemkaart nr. 15: geeft de locaties weer met lichtere (zavel) en zwaardere kleigronden. Zavelgrond (zeer lichte kleigrond) Kleigronden worden ingedeeld in zware klei, matige klei, lichte klei en zavelgrond. Zavelgrond is een bodemtype dat ligt tussen lichte kleigrond en zandgrond. Er is sprake van zavelgrond wanneer het lutum- of kleigehalte tussen de 10% en 25% ligt. Deze bodems benaderen theoretisch ideale omstandigheden voor boomontwikkeling. Samenstelling nr. 11: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype zavelgrond. Lichte kleigrond Er is sprake van lichte kleigrond wanneer het lutum- of kleigehalte tussen de 25% en 35% ligt. Deze bodems zijn doorgaans ook geschikt voor boomontwikkeling, wel afhankelijk van diverse factoren. Samenstelling nr. 12: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype lichte kleigrond. Matige kleigrond Bij matige kleigrond varieert het kleigehalte tussen 35% en 55%. De geschiktheid voor landbouw en akkerbouw is sterk afhankelijk van de dikte van de kleilaag. Vocht- en drainageproblemen kunnen zich voordoen. Dit is een belangrijk gegeven om rekening mee te houden bij de keuze van bomen voor nieuwe aanplant. Samenstelling nr. 13: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype matige kleigrond. Zware kleigrond. Zware kleigrond heeft een kleigehalte van meer dan 55%. Deze vruchtbare gronden, ook bekend als komgronden, zijn soms moeilijk te bewerken. Ze vormen zich door kleiafzettingen in lager gelegen delen van Nederland. Hoewel ze vooral geschikt zijn voor grasland, kunnen sommige bomen hier goed groeien. Samenstelling nr. 14: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype zware kleigrond. Veen en veenachtige kleigronden Bodemkaart nr. 16: Veen en veenachtige kleigronden. Veenachtige kleigronden, ook wel klei-op-veen genoemd, bestaan hoofzakelijk uit een laag klei over een veenlaag, en zijn vaak te vinden in laaggelegen gebieden en de voormalige oudere rivier- en zeekleigebieden. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Wanneer is er dan sprake van het bodemtype Veengrond? De keuze aan bomen voor veengrond is relatief beperkt mede door de lage pH-waarde van de bodem, wat de selectie van geschikte boomsoorten beïnvloedt. Van veengrond is sprake wanneer meer dan de helft van de bovenste 80 cm uit veenachtig materiaal bestaat. Zoals weergegeven op bodemkaart nr. 17, heeft Nederland niet veel veengronden die aan deze criteria voldoen. Daarnaast wordt van veengrond gesproken als het organisch stofgehalte hoger dan 35% is, waarbij de plantenresten niet meer herkenbaar zijn. Bodemkaart nr. 17 Bodemkaart nr. 17 Bodemkaart nr. 18 Bodemkaart nr. 17: Geeft aan waar nog sprake is van hoogveen. Bodemkaart nr. 18: Geeft alle veengronden aan die voldoen aan de omschreven criteria. (> 35% org. stof) . Bodemkaart nr. 19: Geeft alle veengebieden gecombineerd met zand of klei. Nederland kent echter veel gebieden waarin veen gecombineerd is met zand- of kleideeltjes of met lagen van zand of klei, aangeduid als venige-klei of venig-zand. Bomen hebben doorgaans een hoge behoefte aan organische stof. Echter, wanneer het gehalte aan organische stof boven de 16% komt, kan dit leiden tot zuurstofonttrekking uit de bodem. Tijdens het verteringsproces van organische stof worden zuurstof (en stikstof) aan de bodem onttrokken, wat vaak nadelige gevolgen heeft voor bomen, evenals andere planten.
- Info pagina's Bomen-online alles over bomen. Bomen online - Vacature in het groen - Kuus buiteninrichting
In onze bomen- en groenrapportages wordt vaak verwezen naar deze informatiepagina's, zodat de gemiddelde Nederlander de inhoud ook kan begrijpen. Our Story Every website has a story, and your visitors want to hear yours. This space is a great opportunity to give a full background on who you are, what your team does, and what your site has to offer. Double click on the text box to start editing your content and make sure to add all the relevant details you want site visitors to know. If you’re a business, talk about how you started and share your professional journey. Explain your core values, your commitment to customers, and how you stand out from the crowd. Add a photo, gallery, or video for even more engagement. Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Grafische Groen concepten Tuin- en landschaps- inrichtingen Boom, Groen en klimaat Oplossingen Technische en creatieve Info pagina's Een sterke bomen- of groenrapportage is kort en krachtig. Tijdens de opleiding hebben we geleerd om relevante informatie op te nemen en interessante details achterwege te laten. Het nadeel hiervan is dat lang niet elke bomen- of groenrapportage begrijpelijk is voor de gemiddelde Nederlander. Terwijl, burgerparticipatie en of het creëren van draagvlak voor groen binnen de samenleving wel een belangrijke opdracht is. Dit heeft ons ertoe gebracht om alle achtergrondeninformatie online beschikbaar te stellen ter ondersteuning van de door ons uitgebrachte bomen- of groenrapportages. Anders gezegd, in onze rapportages wordt vaak verwezen naar deze website. Onder de info pagina "Alle Onderwerpen" zijn diverse hoofdonderwerpen beschikbaar via het uitklapmenu. De pagina zelf bevat een volledige lijst van alle sub onderwerpen. Technische en creatieve oplossingen voor tuin en landschap, voor boom-, groen- en klimaatadaptatie
- Inschrijven Vacature in het groen : Uitzending en dienstverlening voor Boom- Groen- Tuin- Civiel- en klimaatoplossingen
Bent jij op zoek naar een nieuwe uitdaging binnen het groen? Meld je dan aan voor de functie van hovenier, werkvoorbereider, uitvoerder, adviseur of tuin- en landschapinrichter. U draagt bij aan technische en creatieve oplossingen op het gebied van groenbeheer, boombeheer, tuinontwerp, civiele techniek, watermanagement en klimaatadaptatie Our Story Every website has a story, and your visitors want to hear yours. This space is a great opportunity to give a full background on who you are, what your team does, and what your site has to offer. Double click on the text box to start editing your content and make sure to add all the relevant details you want site visitors to know. If you’re a business, talk about how you started and share your professional journey. Explain your core values, your commitment to customers, and how you stand out from the crowd. Add a photo, gallery, or video for even more engagement. Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Boom, Groen en klimaat Oplossingen Technische en creatieve Uitzending en dienstverlening voor: Tuin- en landschaps- inrichtingen Grafische Groen concepten Schrijf jezelf in Bent jij op zoek naar een nieuwe uitdaging binnen het groen? Meld je dan aan voor de functie van hovenier, werkvoorbereider, uitvoerder, adviseur of tuin- en landschapinrichter. U draagt bij aan technische en creatieve oplossingen op het gebied van groenbeheer, boombeheer, tuinontwerp, civiele techniek, watermanagement en klimaatadaptatie. Sollicitatie Voornaam E-mailadres Select Position Choose an option Achternaam Telefoon Startdatum * required Aan je CV koppelen E-mailadres Verzenden Bedankt voor de inzending!
- Vacature / ZZP-er opdracht -- Assistent hovenier
Assistent groen- en civiel werk: planten, snoeien, onderhoud en eenvoudige aanleg. Incidenteel specialistisch werk mogelijk. Voor aanleg en onderhoud van groene grijze en blauwe buitenruimtes Vacature / Zzp-er -- Hovenier Assistent hovenier FG-2 Voor meerdere of andere functiegroepen, ga terug naar de vacature (of zzp-er opdr.) Hovenier Groen – aanleg en onderhoud Voert met toenemende zelfstandigheid groenwerkzaamheden uit binnen tuinen en buitenruimtes. Werkzaamheden bestaan onder meer uit het planten van heesters en vaste planten, eenvoudig snoeiwerk, onderhoud van borders en gazons, aanbrengen van mulch- en bodembedekking en het uitvoeren van seizoensgebonden onderhoudswerkzaamheden. Je werkt grotendeels zelfstandig aan toegewezen taken en bewaakt de netheid en kwaliteit van het groenwerk. Grijs – aanleg en onderhoud (civiel) Verricht voorbereidende grond- en aanlegwerkzaamheden, zoals ontgraven en aanvullen op kleine schaal, uitvlakken van ondergronden, eenvoudige maatvoering met rolmaat en slaglijn, het stellen van opsluitingen onder begeleiding en het ondersteunen bij bestrating en eenvoudige hout- of constructiewerkzaamheden. Zelfstandige verantwoordelijkheid voor hoogtes, afschot en detaillering ligt nog beperkt bij dit niveau. Specialistisch onderhoud en aanlegwerk Binnen dit functieniveau kom je regelmatig in aanraking met specialistische disciplines, afhankelijk van het type projecten en het bedrijf waar je werkt. Specialistisch werk is meestal geen vaste taak op dit niveau; benoem je ervaring, dan kijken we of een passende specialistische vacature of zzp-opdracht beter aansluit. Functiegroep omschrijving 2 Relevante machines en gereedschappen Klein handgereedschap voor groen- en grondwerk. Motorisch handgereedschap zoals bladblazer, (loop)grasmaaier en heggenschaar (basisgebruik). Bosmaaier (basisgebruik, onder toezicht of volgens werkinstructie). Meet- en uitzetgereedschap zoals laser. (eenvoudige maatvoering). Beperkte inzet van straat- timmer- en metselgereedschap. Opleidings- en/of denkniveau MBO 2 werk- en denkniveau, verkregen via opleiding of praktijkervaring. Je voert toegewezen werkzaamheden zelfstandig uit binnen aanleg en onderhoud, hebt een goed veiligheidsbesef en begrijpt basis werkvolgorde en logistiek. Geschikt voor loondienst, BBL-trajecten en zij-instromers met relevante praktijkervaring. Relevante certificaten en aanvullende diploma’s Voor de functie FG-2 Assistent hovenier zijn veiligheid, basisvakmanschap en verantwoord werken essentieel. Certificaten zijn gericht op veilig werken binnen aanleg- en onderhoudsprojecten en vormen een fundament voor doorgroei richting vakbekwaam of allround hovenier. Altijd aanbevolen: VCA Basis Situatiegebonden aanbevolen: Bosmaaiercertificaat niveau A (of B) Kettingzaag basis niveau ECC 1 (onder toezicht) Spuitlicentie Gewasbescherming – Uitvoeren (U) Groeigericht aanbevolen: Plantenkennis basis Bodem- en bemestingskennis (basis) VCA Basis (niveau 1) -- Toelichting: Basisveiligheid voor vrijwel alle werkzaamheden binnen aanleg en onderhoud van buitenruimtes. Zonder VCA is werken op veel projecten niet toegestaan. Soort opleiding: Veiligheid basis Verplichte vooropleiding: Geen Opleidingsduur: 1 dag + examen Verplicht of aanbevolen: Sterk aanbevolen / vaak verplicht Volgens: Arbo + opdrachtgever Spuitlicentie Gewasbescherming - - Uitvoeren Toelichting: Wettelijk vereiste licentie voor het zelfstandig toepassen van gewasbeschermingsmiddelen in tuinen en buitenruimtes. Soort opleiding: Gewasbescherming uitvoering Verplichte vooropleiding: Geen Opleidingsduur: 1–2 dagen + examen Verplicht of aanbevolen: Situatiegebonden Verplicht Volgens: Wet gewasbeschermingsmiddelen + opdrachtgever Bosmaaiercertificaat (niveau basis) -- Toelichting: Veilig en verantwoord werken met bosmaaier en vergelijkbare motorische gereedschappen. Soort opleiding: Motorisch handgereedschap Verplichte vooropleiding: Geen Opleidingsduur: 1 dag Verplicht of aanbevolen: Situatiegebonden aanbevolen Volgens: Werkgever / opdrachtgever Kettingzaag basis (niveau 1) -- Toelichting: Veilig gebruik van de kettingzaag bij lichte zaag- en snoeiwerkzaamheden onder toezicht. Soort opleiding: Motorisch zaaggereedschap Verplichte vooropleiding: Geen Opleidingsduur: 1–2 dagen Verplicht of aanbevolen: Situatiegebonden aanbevolen Volgens: Werkgever Plantenkennis basis (niveau 1) - -Toelichting: Herkennen van veelvoorkomende planten en basiskennis van groei, standplaats en onderhoud. Soort opleiding: Vakinhoudelijk groen Verplichte vooropleiding: Geen Opleidingsduur: Modulair / variabel Verplicht of aanbevolen: Groeigericht aanbevolen Volgens: Werkgever Bodem- en bemestingskennis (niveau basis) --Toelichting: Inzicht in bodemopbouw, voedingstoestand en eenvoudige verbetermaatregelen. Soort opleiding: Bodem & ecologie basis Verplichte vooropleiding: Geen Opleidingsduur: 1 dag / module Verplicht of aanbevolen: Groeigericht aanbevolen Volgens: Werkgever Extra informatie – Certificaten en aanvullende opleidingen
- Poster: werken rond bomen | Vacature in het groen- Bomen.online
Schade aan boomwortels wordt vaak pas na jaren zichtbaar en is een belangrijke oorzaak van voortijdige boomsterfte. Poster: Richtlijnen werken rond bomen Afbeelding: De poster "Werken rond bomen" benoemt vijf soorten wortelschade.
- Gezocht: grondwerkers, startend of ervaren, goed loon
Vacature / zzp-opdracht Hovenier , uitgelegd in 5-6 functiestappen. 131 Vacature / zzp-opdracht hovenier --Aanleg, --Onderhoud --Specialisatie Als hovenier (aanleg & onderhoud) werk je dagelijks aan het aanleggen, verbeteren en onderhouden van tuinen en buitenruimtes. In deze vacature hovenier en zzp-opdracht hovenier ben je actief in het groen met beplanting, (vorm)snoei, gazonaanleg en gazononderhoud. Je zorgt ervoor dat buitenruimtes er het hele jaar verzorgd en professioneel uitzien. Naast het groene werk omvat deze vacature hovenier ook diverse “grijze” werkzaamheden. Denk aan voorbereidend grondwerk, het uitzetten van maatvoering, het opbouwen van een stabiele ondergrond, het plaatsen van opsluitingen en het aanleggen van basisverhardingen. Afhankelijk van het project kunnen ook div hout- lijm en metselwerkzaamheden onderdeel zijn van de zzp-opdracht hovenier of de functie in loondienst. Er is vooral behoefte aan vakbekwame ik gemotiveerde kandidaten. Binnen deze vacature hovenier / zzp-opdracht hovenier hanteren wij een duidelijke functiegroepindeling (FG-1 t/m FG-6). Zo kunnen wij jou koppelen aan het juiste functieniveau: van ondersteunend medewerker tot allround hovenier of voorman op locatie, (zie ook de checklist per functiegroep bij de Informatie onderdelen). Beschik je over aanvullende ervaring of specialistische kennis binnen de buitenruimte, dan wordt dit afzonderlijk beoordeeld en doorgaans ook passend gewaardeerd. Interesse of vragen? Ik help jou...! 6 1 - 21 3- 24 4 - 3 5- 16 6- 3 7- Follow us Volg de Vacature alert Of verstuur een bericht Update 1-nov-2025 06 -36 35 00 69 3 2 - Of verstuur een bericht Verschillen tussen hovenier, groenvoorziener en terrein- en landschapsmedewerker Wie wil werken in het groen krijgt te maken met verschillende functies en cao’s. Het onderscheid tussen hovenier, groenvoorziener en terrein- en landschapsmedewerker is daarbij belangrijk. Hoewel opleidingen en werkzaamheden deels overlappen, verschillen functie-inhoud, werkomgeving en cao duidelijk. De hovenier werkt vooral in particuliere en zakelijke tuinen en bij hoogwaardige groenprojecten. De focus ligt op aanleg en onderhoud van tuinen, inclusief beplanting, bestrating en houtconstructies. Het werk is technisch, detailgericht en vaak klantgericht. Meestal geldt de CAO Hoveniersbedrijf, met gemiddeld een hoger salaris bij ervaring of specialisatie. De groenvoorziener is actief in de openbare buitenruimte, zoals parken, bermen en plantsoenen. Het werk gebeurt op grotere schaal, vaak machinaal en in teams, en valt doorgaans onder de CAO Groen, Grond en Infrastructuur (GGI). De terrein- en landschapsmedewerker werkt in natuur- en landschapsgebieden, zoals bossen en recreatieterreinen, met de nadruk op natuurbeheer en terreinonderhoud. Hiervoor geldt meestal de CAO Bos en Natuur. Deze vacature richt zich specifiek op de functie Hovenier. Werkzaamheden die beter passen bij openbaar groen of natuurbeheer worden bewust ondergebracht in aparte, gespecialiseerde vacatures, zodat werk, niveau en cao duidelijk blijven. Functiegroepindeling en CAO Deze vacature hovenier / zzp-opdracht hovenier is gebaseerd op de cao Hoveniersbedrijf. De functie-indeling, doorgroeimogelijkheden en loonindicaties sluiten aan bij de officiële functiegroepen binnen deze cao. De verschillende functiegroepen worden hieronder uitgebreid toegelicht en per functiegroep (per niveau) uitgewerkt in groene en grijze aanleg- en onderhoudswerkzaamheden, aangevuld met relevante specialisaties binnen de buitenruimte. Specialistische werkzaamheden maken formeel geen vast onderdeel uit van de standaard hoveniersfunctie en worden binnen deze vacature hovenier en zzp-opdracht hovenier daarom apart benoemd en, indien van toepassing, afzonderlijk gewaardeerd binnen de loonschalen. FG-1 – Medewerker hovenier (CAO FG 1) Instapniveau. Ondersteunt bij aanleg en onderhoud, werkt onder begeleiding. FG-2 – Assistent hovenier (CAO FG 2) Werkt deels zelfstandig aan groenwerk en eenvoudige civiele taken op basis van (duidelijke) instructie. FG-3 – Vakbekwaam Hovenier (CAO FG 3) Vakbekwaam. Voert zelfstandig aanleg- en onderhoudswerk uit en bewaakt kwaliteit op locatie. FG-4 – Allround hovenier / Hovenier A (CAO FG 4) Ervaren. Werkt aan complexere projecten, stuurt collega aan en lost uitvoeringsvragen op. FG-5 – Meewerkend voorman hovenier (CAO FG 5) Coördineert werkzaamheden, stuurt team aan en is aanspreekpunt voor opdrachtgever. FG-6 – Voorman A hovenier (CAO FG 6) Eindverantwoordelijk op locatie. Plant personeel en bewaakt voortgang, kwaliteit en uitvoering. Hogere functie kades. Zie Bijv. vacature – Uitvoerder / toezichthouder groen Overige informatie -- Vacature / zzp-opdracht hovenier Hieronder vind je veel verdiepende informatie over de gehele vacature hovenier / zzp-opdracht hovenier, zoals Opleidingen, certificaten, gereedschappen en machines die — met uitzondering van specialistische onderdelen — van toepassing op een vakbekwaam hovenier. Deze onderdelen zijn ook per functiegroep te bekijken (klik hierboven) en bekijk het gewenste niveau, de bijbehorende werkzaamheden en het gebruikte gereedschap. Onderaan vind je een checklist vaardigheden per functiegroep, inclusief loonindicatie. Gereedschappen – Hovenier / zzp-per-opdracht Machines/ (specialismes) Specialistische vaardigheden Opleidingen – Hovenier / zzp-per-opdracht Certificaten en aanvullende opleidingen Rijbewijzen en mobiliteit. Loonindicatie (indicatief) – Hovenier / zzp-per-opdracht Tarief Checklist vaardigheden per functiegroep Gereedschappen -- Vacature / zzp-opdracht hovenier Overzicht van veelgebruikte gereedschappen binnen deze vacature hovenier / zzp-opdracht hovenier, waarmee je als vakbekwaam hovenier bekend moet zijn. Klein handgereedschap Grondgereedschap (harken, schoppen, batsen -- Algemeen grondverzet, egaliseren en plantwerk) Handzaam snoeigereedschap -- (takkenschaar, handzaag, handmatige heggenschaar -- Snoei-, vorm- en onderhoudswerkzaamheden aan groen en hout) Stratenmakersgereedschap -- (o.a. straathamers -- Handmatig straat-, stel- en correctiewerk van bestrating) Meet- en uitzetgereedschap (rolmaat, waterpas, slaglijn, piketten, hoekhaak) -- (Meten, controleren, haaks uitzetten en maatvoering van projecten) Basis timmergereedschap (hout- en constructiewerk -- eenvoudige houtconstructies zoals schuttingen, vlonders, pergola’s en maatwerkdetails) Basis metsel- en lijmgereedschap (steen- en elementwerk -- Eenvoudig metsel- en lijmwerk in tuin en buitenruimte, zoals muurtjes, opsluitingen, traptreden en betonelementen) Machinaal handzaam gereedschap Bladblazer -- (Opruimen van blad en los materiaal) Motorische grondboor -- (Boren van gaten voor palen en constructies) Uitzetten Laser -- (Hoogte- en lijnbepaling) Elektrische uitzetapparatuur -- (Digitale of elektronische maatvoering) Snoeiwerkzaamheden Kettingzaag -- (Zagen van bomen en dik hout) Heggenschaar motorisch / accu -- (Efficiënt snoeien van hagen) Maaien en diversen Grasmaaier -- (Maaien van gazons en grasvlakken) Verticuteermachine -- (Beluchten en reinigen van gazons) Kantenmaaier / kantsteker -- (Afsteken en onderhouden van randen) Bosmaaier (diverse types) -- (Maaien van ruiger terrein) Straatwerk Knipmachine – (Het op maat knippen van klinkers) Bandenzaag / haakse slijper -- (Zagen en slijpen van bestratingsmateriaal) Betonboor -- (Boren in steen en beton) Trilplaat (diverse uitvoeringen) -- (Verdichten van zand en bestrating) Specialistisch stratenmakersgereedschap -- (Project- en materiaalafhankelijk) Timmerwerk Afkortzaag -- (Op maat zagen van hout) Tafelzaag -- (Seriematig en nauwkeurig zaagwerk) Specialistisch timmergereedschap -- (Constructief en afbouwwerk) Machines / (Specialismes) -- Vacature / zzp-opdracht hovenier Binnen het vakgebied hovenier worden diverse machines ingezet bij aanleg en onderhoud. Hieronder staan de meest gebruikte machines binnen deze vacature hovenier en zzp-opdracht hovenier. Structureel of zelfstandig machinegebruik valt doorgaans onder een apart specialisme. Algemeen Landbouwtrekker -- (PTO-aangedreven, inzetbaar met diverse aanbouwdelen) Compacttrekker -- (PTO-aangedreven, veelzijdig inzetbaar bij aanleg en onderhoud) (Terrein) heftruck -- (Intern transport van materialen en pallets op projectlocaties) Civiel Mini- en mediumshovel -- (Materiaalverplaatsing en logistiek op kleine tot middelgrote schaal) Shovel -- (Zwaarder laad- en verzetwerk) (Compacte) wiellader -- (Logistieke werkzaamheden en grondverzet) Mini-graver -- (Graafwerk in beperkte en krappe ruimtes) Medium graver -- (Regulier graaf-, funderings- en grondwerk) Rupsdumper -- (Transport op slappe of onverharde ondergrond) Wieldumper -- (Transport op verhard terrein) Knikdumper -- (Wendbaar transport bij grotere projecten) Groenonderhoud Zitmaaier -- (Maaien van grotere grasoppervlakken) Aanverwante machines -- (Project- en terreinafhankelijke inzet binnen groenonderhoud) Specialistische vaardigheden -- Vacature / zzp-opdracht hovenier Het vakgebied hovenier kent meerdere basisrichtingen, zoals grondwerk, straatwerk, timmerwerk en metsel- en lijmwerkzaamheden. Wanneer deze werkzaamheden verder gaan dan het basisniveau, spreken we van een specialisme. Daarnaast zijn er specialistische werkzaamheden die niet standaard in de basisopleiding worden behandeld, maar wel voorkomen binnen tuin- en buiteninrichting. Deze werkzaamheden maken geen vast onderdeel uit van deze vacature hovenier / zzp-opdracht hovenier en worden daarom soms uitgewerkt in aparte, gespecialiseerde vacatures of zzp-opdrachten, of afzonderlijk benoemd. Zo blijven functie-inhoud, functieniveau en cao-afspraken helder. Staat jouw specialisme er niet bij, laat het ons gerust weten. Sloopwerker buitenruimte -- Verwijderen van, funderingen en overige buitenconstructies ter voorbereiding van nieuwe aanleg. Grondwerker / rioolaansluitingen -- Uitvoeren van grondwerk, sleuven graven en het aanleggen of aansluiten van PVC-riool-, drainage- en kabelsystemen. Kraan- of shovelmachinist (of vergelijkbaar) -- Bedienen van grondverzetmachines zoals graafmachines, shovels en dumpers bij aanleg- en onderhoudswerkzaamheden. Mechanische grondbewerking en grondverzet -- Bewerken, egaliseren en verplaatsen van grond met machines voor funderingen, taluds en terreinvoorbereiding. Opperman / stratenmaker -- Ondersteunen bij of zelfstandig uitvoeren van straatwerk, verhardingen, opsluitingen en maatvaste bestrating. Boomverzorger (ETW / boomverzorging) -- Snoeien, verwijderen en onderhouden van bomen volgens veiligheidsnormen, klimtechnieken en ARBO-richtlijnen. Vijverspecialist / waterpartijen -- Aanleggen en onderhouden van vijvers, waterpartijen, filtersystemen en pompinstallaties. Timmerman buiteninrichting -- Realiseren van houtconstructies zoals overkappingen, veranda’s, tuinhuizen, pergola’s en vlonders. Elektricien buiteninrichting -- Aanleggen van elektra voor tuinverlichting, beregening, pompen en overige buiteninstallaties. Allround bouwvakker buiteninrichting -- Uitvoeren van metsel-, beton- en constructiewerkzaamheden binnen tuin- en buitenprojecten. Beregeningsinstallateur -- Ontwerpen, aanleggen, testen en onderhouden van automatische beregenings- en irrigatiesystemen. Drainage- en infiltratiespecialist -- Aanleggen van afwateringssystemen, infiltratievoorzieningen en oplossingen voor waterbeheer in de buitenruimte. Kunstgrasspecialist -- Voorbereiden, aanleggen en onderhouden van kunstgrasvelden, inclusief onderbouw en afwatering. Monteur mobiele werktuigen (niveau 2, 3 of 4) -- Onderhoud, inspectie en reparatie van machines en werktuigen voor eigen gebruik of binnen projecten. Opleidingen -- Vacature / zzp-opdracht hovenier Overzicht van leer- en instroomroutes, opleidingen en doorgroeimogelijkheden binnen de vacature hovenier (aanleg & onderhoud) en zzp-opdracht hovenier. MBO Groen (Hovenier) Niveau 2 – Medewerker hovenier, instapniveau en uitvoerend Niveau 3 – Vakbekwaam hovenier, zelfstandig uitvoerend Niveau 4 – Allround hovenier / voorman, coördinerend Duur: circa 1,5 tot 4 jaar, afhankelijk van niveau en vooropleiding BBL-leerwerktraject Combinatie van werken bij een hoveniersbedrijf en één dag per week school Salaris tijdens het leertraject Zeer geschikt voor instromers, zij-instromers en doorgroei binnen FG-1 tot en met FG-5 Doorgroei en specialisatie Aanvullende vakgerichte cursussen en praktijktrainingen Specialisatie binnen aanleg, onderhoud of buitenruimte Mogelijke doorgroei naar allround hovenier, voorman of uitvoerend coördinerende rol Certificatenlijst en aanvullende opleidingen -- Vacature / zzp-opdracht hovenier Overzicht van vereiste en aanbevolen certificaten en aanvullende opleidingen binnen de vacature hovenier en zzp-opdracht hovenier. VCA Basis / VCA VOL (2 niveaus) Basisveiligheid of leidinggevende veiligheid, kennis van risico’s, werkprocedures en ARBO-regels — opleidingsduur 1–2 dagen Van toepassing op FG-1 t/m FG-6 (VOL met name FG-4 t/m FG-6) Spuitlicentie Gewasbescherming (Uitvoeren / Bedrijfsvoeren) Veilig en wettelijk correct toepassen van gewasbeschermingsmiddelen Van toepassing op FG-2 t/m FG-6 (niveau afhankelijk van functiegroep) Bosmaaier certificaat (lichte / zware inzet) Veilig werken met bosmaaiers, risicovolle terreinen, taluds en waterkanten — opleidingsduur 1–2-7 dagen Van toepassing op Uitvoeren (U): FG-2 t/m FG-4 -- Bedrijfsvoeren (B): FG-5 t/m FG-6 Motorkettingzaag (ECC 1 / 2 / 3) Gebruik en onderhoud van kettingzaag, velling en snoei — opleidingsduur 2–5 dagen Van toepassing op FG-3 t/m FG-6 Plantenkennis & beplantingsleer (basis / gevorderd ) Herkennen, toepassen en onderhouden van beplanting — duur variabel (training of module) Van toepassing op FG-2 t/m FG-6 Bestrating & maatvoering (basis) Stellen, afschot, hoogtes en fundering — opleidingsduur 2–3 dagen Van toepassing op FG-2 t/m FG-5 Houtconstructies buitenruimte (basis) Schuttingen, pergola’s, vlonders, maatvoering en bevestiging — opleidingsduur 2–3 dagen Van toepassing op FG-3 t/m FG-5 Werken langs de weg (BRL 9101 / 96a/96b) Veilig werken in en langs infrastructuur — opleidingsduur 1–2 dagen Van toepassing op FG-3 t/m FG-6 Machinale certificaten (trekker, shovel, minigraver) Veilig en verantwoord werken met machines — opleidingsduur 1–5 dagen per machine Van toepassing op FG-2 t/m FG-6 Beregening & watertechniek (basis) Aanleg en onderhoud van irrigatie- en beregeningssystemen — opleidingsduur 1–3 dagen Van toepassing op FG-3 t/m FG-5 Ecologisch werken / flora-fauna awareness Wet natuurbescherming, zorgvuldig werken in groen — opleidingsduur 1 dag Van toepassing op FG-3 t/m FG-6 Rijbewijzen & mobiliteit -- Vacature / zzp-opdracht hovenier Voor veel functies binnen de groene en civiele buitenruimte is mobiliteit essentieel. Afhankelijk van werkzaamheden, projectlocatie en inzet van machines kan een rijbewijs verplicht of sterk gewenst zijn. Per vacature wordt duidelijk aangegeven welke rijbewijzen vereist of aanbevolen zijn. Rijbewijs B Besturen van personenauto’s en lichte bedrijfswagens — vaak minimale vereiste Van toepassing op FG-1 t/m FG-6 Rijbewijs BE (aanhanger) Vervoer van machines, materialen en aanhangers — inzetbaar op wisselende locaties Van toepassing op FG-2 t/m FG-6. (Vanaf FG-3 vaak vereiste.) Rijbewijs T (trekker) Besturen van landbouw- en compacttrekkers op de openbare weg Van toepassing op FG-3 t/m FG-6 Rijbewijs C / CE Zwaarder transport van machines en materialen Van toepassing op specifieke functies, aparte vacature of zzp-opdracht Loonindicatie (indicatief) -- Vacature / zzp-opdracht hovenier Onderstaande loonindicaties zijn gebaseerd op de CAO Hoveniersbedrijf en geven een realistisch marktbeeld voor zowel de vacature hovenier als de zzp-opdracht hovenier. De bedragen zijn indicatief en afhankelijk van ervaring, regio, functieniveau en specialisme. Zzp-tarieven zijn gemiddelde richtlijnen, exclusief btw. Bij zzp-opdrachten spelen factoren zoals projectduur, verantwoordelijkheid, specialistische kennis en eventuele machine-inzet een belangrijke rol; functies met extra coördinatie of verantwoordelijkheid worden doorgaans hoger beloond Checklist functieniveau en looninschaling -- Vacature / zzp-opdracht hovenier Wij werken met een interne vaardighedenchecklist om functieniveau en looninschaling te bepalen. Deze checklist wordt samen met de kandidaat doorgenomen tijdens de intake. De functiegroepen hieronder geven een praktisch en realistisch beeld van wat per niveau wordt verwacht binnen het hoveniersvak. De uiteindelijke inschaling hangt af van ervaring, zelfstandigheid en inzetbaarheid binnen groen, grijs en eventuele specialismes. Werkzaamheden die verder gaan dan de beschreven basisvaardigheden zijn waardevol en kunnen leiden tot een hogere loon- of tariefinschaling, maar worden altijd afzonderlijk beoordeeld en benoemd als specialisme. Deze werkwijze geldt voor zowel loondienst (CAO Hoveniersbedrijf) als zzp-inzet. FG-1 – MEDEWERKER HOVENIER Praktijkgericht instapniveau (leren in de praktijk, geen afgeronde opleiding vereist) Je volgt instructies nauwkeurig Je werkt netjes en zorgvuldig Je staat open om te leren en feedback te ontvangen Groen – aanleg en onderhoud Je ondersteunt bij groenwerk zoals opruimen, planten en eenvoudig onderhoud Je werkt met handgereedschap onder begeleiding Grijs – aanleg en onderhoud Je helpt bij lichte voorbereidende werkzaamheden Je voert taken uit onder duidelijke instructie Specialismes- Werkzaamheden buiten bovenstaande basis vallen onder specialismes en worden apart beoordeeld. FG-2 – ASSISTENT HOVENIER MBO 2 werk- en denkniveau (assisterend, deels zelfstandig uitvoerend) Je voert toegewezen taken zelfstandig uit Je begrijpt werkvolgorde en planning Je neemt verantwoordelijkheid voor je eigen werk Groen – aanleg en onderhoud Je voert basis groenwerk zelfstandig uit Je werkt aan beplanting, onderhoud en gazonwerk Grijs – aanleg en onderhoud Je assisteert bij grondwerk, maatvoering en bestrating Je voert eenvoudige civiele taken uit onder instructie Specialismes - Werkzaamheden buiten bovenstaande basis vallen onder specialismes en worden apart beoordeeld FG-3 – HOVENIER MBO 3 werk- en denkniveau (vakbekwaam, zelfstandig uitvoerend) Je werkt zelfstandig en plant je eigen werkzaamheden Je bewaakt kwaliteit, veiligheid en voortgang Je signaleert problemen en lost deze zelfstandig op Groen – aanleg en onderhoud Je voert groenaanleg en onderhoud zelfstandig uit Je werkt met beplanting, snoei, gazon en seizoenswerk Grijs – aanleg en onderhoud Je voert basis grondwerk en bestrating zelfstandig uit Je werkt met maatvoering, hoogtes en afschot Specialismes - Je bent ervaren en in de praktijk beperkt gespecialiseerd in één of meerdere deelgebieden FG-4 – HOVENIER A MBO 3–4 werk- en denkniveau (ervaren, volledig zelfstandig) Je overziet meerdere werkzaamheden tegelijk Je corrigeert uitvoering waar nodig Je stuurt collega’s of leerlingen inhoudelijk aan Groen – aanleg en onderhoud Je voert complete groenprojecten zelfstandig uit Je bewaakt kwaliteit, groei en uitstraling Grijs – aanleg en onderhoud Je voert civiele werkzaamheden zelfstandig en correct uit Je bewaakt maatvoering, afwerking en duurzaamheid Specialismes - Je bent ervaren en gespecialiseerd in twee of meerdere deelgebieden binnen het vak FG-5 – ALLROUND HOVENIER / VOORMAN MBO 4 werk- en denkniveau (coördinerend en uitvoerend) Je coördineert werkzaamheden op locatie Je stuurt collega’s aan en neemt beslissingen Je bewaakt planning, kwaliteit en veiligheid Groen – aanleg en onderhoud Je stuurt groenwerk inhoudelijk aan Je bewaakt uitvoering en eindresultaat Grijs – aanleg en onderhoud Je coördineert grond-, bestratings- en constructiewerk Je bewaakt samenhang tussen discipline Specialismes - Je bent zeer ervaren en bekend met meerdere specialisaties FG-6 – VOORMAN A HOVENIER MBO 4 werk- en denkniveau (senior, eindverantwoordelijk) Je bent eindverantwoordelijk op locatie Je plant personeel, middelen en uitvoering Je stemt af met opdrachtgever of uitvoerder Groen – aanleg en onderhoud Je bewaakt niveau, kwaliteit en duurzaamheid Je stuurt meerdere teams of projecten aan Grijs – aanleg en onderhoud Je bewaakt civiele uitvoering, veiligheid en afwatering Je stuurt inzet van machines en specialisten Specialismes - Dankzij uitgebreide ervaring en opleiding ben je vertrouwd met diverse specialistische werkzaamheden binnen het hoveniersvak

