Zoeken
Doorzoek deze website
60 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Info pagina's Bomen-online alles over bomen. Bomen online - Vacature in het groen - Kuus buiteninrichting
In onze bomen- en groenrapportages wordt vaak verwezen naar deze informatiepagina's, zodat de gemiddelde Nederlander de inhoud ook kan begrijpen. Our Story Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Portofolio Martijn Kuus Bomen-online Grafische Groen concepten Tuin- en landschaps- inrichtingen Boom, Groen en klimaat Oplossingen Technische en creatieve Info pagina's Deze informatiepagina is inmiddels geactualiseerd en ondergebracht op Bomen-Online.info Bekijk hier de actuele informatie . Een sterke bomen- of groenrapportage is kort en krachtig. Tijdens de opleiding hebben we geleerd om relevante informatie op te nemen en interessante details achterwege te laten. Het nadeel hiervan is dat lang niet elke bomen- of groenrapportage begrijpelijk is voor de gemiddelde Nederlander. Terwijl, burgerparticipatie en of het creëren van draagvlak voor groen binnen de samenleving wel een belangrijke opdracht is. Dit heeft ons ertoe gebracht om alle achtergrondeninformatie online beschikbaar te stellen ter ondersteuning van de door ons uitgebrachte bomen- of groenrapportages. Anders gezegd, in onze rapportages wordt vaak verwezen naar deze website. Onder de info pagina "Alle Onderwerpen" zijn diverse hoofdonderwerpen beschikbaar via het uitklapmenu. De pagina zelf bevat een volledige lijst van alle sub onderwerpen. Technische en creatieve oplossingen voor tuin en landschap, voor boom-, groen- en klimaatadaptatie
- Omlooptijd-Leeftijd -Levensfase. | Vacature in het groen- Bomen.online
Ook een boom heeft een Werkelijk, theoretische en Mentale leeftijd (diverse levensfases). 2 ander varianten zijn: een Economisch en een Natuurlijke omlooptijd en Bomen van de 1ste, 2de, 3de en 4de grootte Inhoud: Hoe groter de boom hoe meer ondergrondse (groei)ruimte. Natuurlijke omlooptijden Economische omlooptijden Omlooptijden per functiegebied Het functiewaarden getal van een boom Bomen van de 1ste, 2de, 3de en 4de grootte Bomen van de 1ste grootte - Reguliere groei Bomen van de 1ste grootte - Snelle groei - Pioniersboomsoorten Bomen van de 2de grootte Bomen van de 3de grootte Bomen van de 4de grootte en overige Struiken en heesters. Divers leeftijden van een boom De Werkelijk leeftijd De Theoretische leeftijd Diverse levensfases (Mentale leeftijd) Groeiruimte en waterbufferingsmoglijkheden versus levensfases Div. Boomgroottes, Omlooptijden, Leeftijden en levensfases Deze informatiepagina is inmiddels geactualiseerd en ondergebracht op Bomen-Online.info Bekijk hier de actuele informatie . Er zijn 3 soorten omlooptijden. De natuurlijke omloop, de economische omloop en de omlooptijd per functiegebied. Het is algemeen bekend dat de levensduur van diverse boomsoorten sterk kan variëren. In 95% van de gevallen is de natuurlijke omloop of levensduur eenvoudig online te vinden. Een standaard vuistregel luidt: hoe hoger een boom kan groeien, des te langer is doorgaans zijn natuurlijke levensduur. Binnen de bomenwereld onderscheiden we 5 (soms 6) boomgroottes of categorieën, zoals geïllustreerd in afbeeldingen 3 tot en met 6. Deze illustraties worden vaak benoemd als Bomen van de 1ste, 2de, 3de en 4de grootte. Deze indeling biedt niet alleen inzicht in de omvang en potentiële hoogte van een boom, maar informeert ons ook over de economische en een natuurlijke levensduur, die doorgaans als 'omloop' wordt aangeduid. Daarnaast zijn er diverse soorten leeftijden, een werkelijke leeftijd, een theoretische leeftijd en een mentale leeftijd, die beter bekend staat als levensfase. Op verschillende pagina's heeft u waarschijnlijk al kunnen lezen dat de levensduur van de terrasplant aanzienlijk verlengd kan worden wanneer deze wordt verpot in een pot die vier keer groter is. De volgende vraag is dan of het zinvol is om de terrasplant in een nog grotere pot te plaatsen. Het antwoord daarop is zowel ja als nee. Hoe groter de boom hoe meer ondergrondse (groei)ruimte. Afbeelding 1 en 2: De terrasplant verpotten naar een veel grotere pot biedt toekomstmogelijkheden. Voor bomen is exact dezelfde theorie van toepassing. Ja, omdat de terrasplant dan meer zelfvoorzienend wordt; de voorwaarden met betrekking tot waterbuffering en capillaire werking worden zeker verbeterd. Echter, de levensverwachting van de plant zal niet substantieel toenemen, omdat deze terrasplant (een siergrassoort) zijn natuurlijke omvang min of meer al heeft bereikt. De plant zal zich iets beter ontwikkelen, maar hij zal zeker niet twee keer zo groot worden. Voor bomen van de 2de grootte (hoogte tussen de 6 en 12 meter) en 3de grootte (hoogte t/m 3 meter) is dezelfde theorie van toepassing. Deze bomen hebben van nature dan ook minder ondergrondse ruimte nodig dan bomen van de 1ste grootte (vanaf 12 meter en hoger). Elk levend organisme heeft een specifieke gemiddelde levensverwachting. Simpele voorbeelden van organismen zijn honden, katten, paarden, evenals tulpen en schimmels. Elk soort kan worden onderverdeeld in diverse rassen (of vergelijkbare categorieën). Zo bestaan er veel verschillende hondenrassen, waarbij elk ras weer zijn eigen natuurlijke levensverwachting heeft. Over het algemeen hebben grote honden en rashonden een kortere levensduur dan kleine honden. Deze theorie geldt ook voor bomen. De lengte van hun natuurlijke levensduur is bepaald en gedocumenteerd in het Handboek Bomen en wordt weergegeven tussen haakjes in de afbeeldingen 3 tot en met 6. Natuurlijke omlooptijden Economische omlooptijden Afbeelding 3 t/m 6: De bomenwereld is opgedeeld in 5 categorieën, die alle 5 een verschillende levensduur hebben. Ongeveer 65 a 70% van de bomen behoort tot de categorie 'bomen van de 1ste grootte' met reguliere groei, waarbij ze gemakkelijk 200 jaar of meer kunnen worden zolang hun groeiplaats maar voldoet aan de voorwaarden van de 3 à 5 vuistregels. Bij nieuwe aanplant is het echter niet realistisch om groeiplaatsen voor 200 of 300 jaar aan te leggen. Daarom heeft het Handboek Bomen streefwaardes opgesteld. Deze nader te noemen economische omlooptijden zijn te zien in Afbeeldingen 3 t/m 6. De hierboven genoemde economische omlooptijden zijn soms nog steeds aan de ruime kant en niet altijd realistisch in elke situatie. Het heeft bijvoorbeeld geen zin om bij het aanplanten van een nieuwe boom in een stedelijk gebied een groeiplaats voor 100 jaar aan te leggen, wetende dat de infrastructuur van een gemiddelde woonwijk om de 40 à 50 jaar vernieuwd moet worden, bijvoorbeeld vanwege de noodzakelijke vervanging van kabels en leidingen. Bij dergelijke werkzaamheden sneuvelen vaak oudere bestaande bomen. Daarom kiezen steeds meer gemeenten ervoor om hun eigen omlooptijden voor nieuw aan te planten bomen vast te stellen, op basis van het betreffende functiegebied. Omlooptijden per functiegebied Deze grote gemeente in de provincie Brabant heeft het gebied ingedeeld in verschillende functiegebieden. Aan elk functiegebied is een ambitieniveau en een omloopcyclus gekoppeld, wat van invloed is op de grootte (afmetingen) van de boomgroeiplaats bij nieuwe aanplant. Echter voor een particuliere tuin is het ook praktisch om vooraf een omlooptijd vast te stellen. Plattegrond functiegebieden. Figuur 1:. Deze gemeente heeft het areaal ingedeeld in diverse functiegebieden. Dit is bepalend voor de afmetingen van de boomgroeiplaats bij nieuwe aanplant. Het functiewaarden getal van een boom Op de pagina "Hoe belangrijk zijn bomen nu eigenlijk?" is al uitgebreid uitgelegd dat bomen en groen onmisbaar zijn voor onze samenleving. Op diezelfde pagina is ook duidelijk geworden dat hoe groter en ouder de boom is, des te groter zijn maatschappelijke bijdrage . Vooral het verschil tussen de diverse boomgroottes (Bomen van de 1ste, 2de, 3de en 4de grootte) maar ook het verschil tussen een natuurlijke en een economische omloop kan een aanzienlijke invloed op het functiewaarden getal. Elke groep bomen heeft een vastgestelde economische en natuurlijke levensduur. De duur van deze periodes is bepaald en gedocumenteerd in het Handboek Bomen. Het Handboek bomen fungeert als een leidende richtlijn voor vrijwel alle bomenrapporten en is erkend als een landelijke standaard voor het beheer en onderhoud van bomen. Tabel 1: Diverse boomgroepen en omlooptijden met de bijbehorende functiewaarde getallen. De bomenwereld is opgedeeld in diverse categorieën, waarbij een boom van de 1ste grootte hoger dan 12 à 15 meter. Bomen van de 2de grootte worden 6 tot 12 meter hoog en bomen van de 3de grootte blijven kleiner dan 6 meter. Daarnaast kun je een boom kunstmatig klein houden door hem vanaf het begin goed te snoeien. Bomen van de 1ste, 2de, 3de en 4de grootte Deze groep bomen heeft doorgaans de langste natuurlijke levensduur. Voorbeelden hiervan zijn: de meeste lindesoorten, diverse iepensoorten, vele beukensoorten en praktisch alle eikensoorten. Hun economische omlooptijd is ongeveer 100 jaar, maar met een effectief bomenbeheer kan hun omloop gemakkelijk worden verlengd met 50 tot 100 jaar. Sommige soorten (raadpleeg hiervoor gespecialiseerde bronnen) kunnen zelfs enkele honderden jaren oud worden en staan bekend als zeer duurzame bomen. Duurzaam investeren in deze bomengroep is doorgaans zeer efficiënt. Bomen van de 1ste grootte - Reguliere groei Afbeelding 3: De omlooptijd verruimen van bestaande bomen die vallen in de bomengroep van de 1ste grootte met een reguliere groei is vaak erg duurzaam. Bomen van de 1ste grootte - Snelle groei - Pioniersboomsoorten Bomen van de 1ste grootte die snel groeien, worden vaak aangeduid als pioniersboomsoorten. Deze bomen kiemen gemakkelijk en verschijnen spontaan, produceren snel en veel groenmassa, en leveren daardoor een aanzienlijke veel diverse functiewaarden . Echter, deze bomen hebben zacht hout en zijn mede daardoor gevoeliger voor ziektes en aantastingen, wat hun kortere levensduur verklaart. Hun economische omlooptijd is vastgesteld op 60 jaar. Voorbeelden hiervan zijn verschillende elsensoorten, de meeste wilgensoorten, en vrijwel alle populierensoorten. Hoewel de omloop van deze bomen ook kan worden verlengd, is de efficiëntie lager dan bij de eerder genoemde bomengroep. Bovendien hebben we het vaak over bomen met een aanzienlijke omvang, waardoor de investeringskosten voor duurzaam bomenbehoud relatief hoog zijn, terwijl hun omloop soms maar beperkt verlengd kan worden. Daarom moet altijd eerst de vraag worden gesteld welke conditie heeft de boom en kosten moeten er worden gemaakt om de levensduur van de boom enigszins te verlengen. Veel conifeerachtige bomen (ongeveer 70-80%), waarvan niet alle snelgroeiend zijn, hebben een kortere levensduur (gemiddeld 60 jaar), die doorgaans niet significant verlengd kan worden. Ongeveer 20 tot 30% van de conifeerachtige bomen behoort tot de categorie 'bomen van de eerste grootte met normale groei', en een beperkt aantal valt onder de categorie 'bomen van de 2de grootte'. Afbeelding 4: Bomen van de 1ste grootte met snelle groei (pioniersoorten) produceren een aanzienlijke hoeveelheid biomassa maar hebben een relatief korte levensduur Voorbeelden hiervan zijn een groot aantal lijsterbessoorten, de meeste meidoornsoorten, diverse hazelaarsoorten en bijvoorbeeld een moerbeiboom. Deze bomen zijn grotendeels gecultiveerd, waardoor ze doorgaans minder sterk zijn. Dit verklaart hun kortere economische omloop van ongeveer 60 jaar. Echter, met een duurzaam bomenbeheer kan hun levensduur aanzienlijk worden verlengd tot soms wel 100 à 150 jaar. Bomen van de 2de grootte Afbeelding 4: De levensduur extra verruimen van bestaande bomen die vallen in de bomengroep van de 2de grootte is doorgaans duurzaam. Bomen van de 3de grootte Voorbeelden hiervan zijn diverse sierkersen, sierappels, en bijv. een Goudenregen. Deze groep wordt gemiddeld 40 jaar. Hun levensduur is zeker wel te verlengen maar doorgaans niet heel royaal. Daarnaast willen we opmerken dat deze bomengroep nogal wat soorten bezit die gevoelig zijn voor ziektes (waar de boom dan vroegtijdig aan bezwijkt). Het is belangrijk om eerst te overwegen of duurzaam behoud van deze bomen zinvol is. Een boom draagt pas bij aan de maatschappij wanneer deze ouder is. De groenmassa boven de grond is hierbij het meest bepalend. Deze bomengroep zal echter nooit, zelfs niet op oudere leeftijd, veel groenmassa leveren in vergelijking met andere bomengroepen. De investeringskosten zijn doorgaans wel lager ten opzichte van boombehoud bij andere boomgroepen. Afbeelding 6: De levensduur verlengen van bomen die vallen in de bomengroep van de 3de grootte is niet altijd verstandig. Bomen van de 4de grootte en overige De levensduur van deze bomengroep varieert sterk en is afhankelijk van het specifieke boomsoort. Bomen die zijn geënt op een stam (zoals de Bolacacia of de Boltrompetboom) hebben doorgaans een beperkte levensduur van 20 à 30 jaar. Daarentegen kunnen lei-lindes zeer oud worden. De linde valt van nature binnen de categorie van bomen van de 1ste grootte, maar heeft als lei-vorm aanzienlijk minder ondergrondse ruimte nodig. In dergelijke gevallen blijft de 50:50-regel altijd van toepassing. Afbeelding 6: De levensduur verlengen van deze bomengroep is echt afhankelijk van het boomsoort Struiken en heesters Zeker binnen stedelijke gebieden is al het groen van groot belang. Ook struiken en heesters dragen bij aan diverse functiewaarden, maar hun bijdrage is niet gelijkwaardig aan die van bomen. Vooral grote bomen bieden aanzienlijke hogere functiewaarden getallen, zoals weergegeven bij de verschillende afbeeldingen. Afbeelding 7: Struiken en heesters zijn waardevolle groene elementen, maar zij hebben een lagere functiewaarde dan bomen Er zijn drie soorten leeftijden: een werkelijke leeftijd, een theoretische leeftijd en een mentale leeftijd, die vaak als levensfase wordt aangeduid. De werkelijke en theoretische leeftijd zijn belangrijk, omdat het nuttig is om te weten hoe oud een boom ongeveer is. Wij hechten echter vooral waarde aan de mentale leeftijd, omdat deze iets zegt over de huidige kwaliteit van de boom en de ondergrondse groeimogelijkheden. Deze verschillende 3 soorten leeftijdscategorieën kunnen echt aanzienlijk van elkaar verschillen. Diverse soorten Leeftijden De Werkelijk leeftijd De werkelijke leeftijd van een boom kan vaak eenvoudig worden vastgesteld door het jaar van aanplant te vergelijken met het huidige jaartal. De Theoretische leeftijd Echter, de datum van de aanplant is lang niet altijd beschikbaar. Mede daarom wordt er ook weleens gebruik gemaakt van een theoretische leeftijd. Hierbij wordt de stamdoorsnede op een hoogte van 130 cm boven het maaiveld gemeten, waarbij iedere centimeter overeenkomt met een bepaald tijdsbestek. We geven een voorbeeld: een boom van de 2de grootte heeft een stamdoorsnede van 22 cm. Deze 22 cm moet dan worden vermenigvuldigd met 1,25 jaar. De theoretische leeftijd zou dan afgerond 27 jaar zijn. Deze theoretische leeftijd dient wel als indicatie en kan aanzienlijk verschillen van de werkelijke leeftijd. Wanneer een boom slecht of minder snel groeit, wordt deze automatisch als jonger geclassificeerd, wat soms een heel verkeerd beeld kan geven. Tabel 2:Een indicatie tabel t.b.v. de leeftijdsberekening van diverse boomgroepen. Diverse levensfases (De mentale leeftijd) Bij ons mensen zit er een verschil tussen een werkelijke en een mentale leeftijd. Ditzelfde geldt voor bomen en planten. Om dit uit te leggen, gebruiken we weer het voorbeeld van de terrasplant. Als u situatie 1 met de verwijderde pot bekijkt, dan ziet u een enorme witte wortelmassa die zich niet verder kan ontwikkelen. Deze terrasplant zal dan ook geen jaar meer meegaan op uw terras. Hij zal beetje bij beetje wegkwijnen. Afbeelding 8: Aan de hand van een terrasplant worden er diverse situaties weergeven die ook van toepassing zijn op een boom Situatie 1 Situatie 2 Situatie 3 Situatie 4 Als we de terrasplant 1 en 2 zouden vergelijken met de bomentabel volgens Figuur 1, dan zal deze ingeschaald worden volgens levensfase 7 of 8. Hij zal uiteindelijk gaan omschakelen naar fase 9 en 10, waar hij sterft. Zijn toekomst wordt verruimd zodra u de terrasplant verpot naar een veel grotere pot, volgens Situatie 3. De groei en waterbufferingsmoglijkheden worden zo in ruime mate verruimd, waardoor de terrasplant nu ingeschaald kan worden bij levensfase 5 en 6. Figuur 1: diverse levensfases van een boom, van jong t/m aftakeling Je kan vrijwel nooit zeggen: “die boom wordt zo hoog” (zoals vaak wel beweerd wordt op internet). De omstandigheden waarbinnen een boom zich bevindt zijn immers heel invloedrijk op de ontwikkeling, waarbij de ondergrondse groeiruimte, de waterbufferingsmoglijkheden en de capillaire werking een hele belangrijke rol spelen. Een mooi voorbeeld zijn de ‘verschillende grondwaterprofielen’ , waarbij de ondergrondse groeiruimte per profiel in het lichtbruin wordt weergegeven. Groeiruimte en waterbufferings- mogelijkheden versus levensfases Figuur 3: Weergave van 5 soorten grondwaterprofielen, die allemaal een andere uitwerking hebben op de ontwikkeling van een boom. Een te hoge grondwaterstand Grondwaterprofiel Contactwaterprofiel Hangwaterprofiel Een diepliggend schijnwaterprofiel 1 Een hoogliggend schijnwaterprofiel 2 Stel dat we 40 jaar geleden bij alle 6 de verschillende waterprofielen exact dezelfde boommaat hadden aangeplant, ervan uitgaande dat de overige criteria zoals infiltratiemogelijkheden en bodemsamenstelling 100% vergelijkbaar zijn. Dan zouden volgens Figuur 3 ongeveer deze verschillende boomgroottes zijn ontstaan. Ook de levensfase van elke boom zou verschillend zijn. De boom die is afgebeeld bij “een te hoge grondwaterstand” bevindt zich in levensfase nummer 8. Hoewel de boom met het grondwaterprofie l vier keer zo groot is qua kroonomvang, bevindt deze boom zich slechts in levensfase nummer 5 of 6. De boom met het hangwaterprofiel blijft achter in groei, hij kan namelijk het grondwater niet bereiken. Maar dit betekent niet automatisch dat hij in een slechte levensfase verkeert. De grondkwaliteit en de waterhuishoudmogelijkheden zal doorslaggevend zijn, er is immers genoeg ondergrondse groeiruimte. Figuur 3: Een weergave van 4 verschillende grondsoorten die allemaal een andere uitwerking hebben op de ontwikkeling van een boom. De invloed van de grondkwaliteit en grondsamenstelling kunnen we op eenzelfde manier weergeven. Als we 40 jaar geleden overal, bij alle 4 de diverse grondsamenstellingen, exact dezelfde boom aangeplant zouden hebben en we er wederom vanuit gaan dat de andere voorwaardes, zoals het grondwaterprofiel, 100% vergelijkbaar zijn, dan zullen er verschillende boomgroottes ontstaan. Het ene bodemtype biedt immers gewoon betere voorwaardes dan de andere bodemtype. Lees hierover meer op de informatiepagina 'bodemtypes versus bomen'.
- Gezocht: Beheer Toezichthouder Boswachter
Werk als Beheer Toezichthouder Boswachter aan toezicht, natuurbeheer en controle binnen bosgebieden, natuurterreinen en openbare ruimte. Bekijk de vacature. 9 Aantal gekoppelde profielen Beheerder Toezichthouder Boswachter in Midden-Nederland (zzp en loondienst) Boswachter openbare ruimte | Toezicht, natuurbeheer en veiligheid binnen bos-, natuur- en recreatiegebieden. In loondienst of als zelfstandige werk je via een leer- en werkorganisatie waar vakmanschap en ontwikkeling centraal staan. Als Boswachter (Toezichthouder/Beheerder) bewaak je natuurwaarden, veiligheid en naleving binnen bos- en natuurgebieden en stuur je praktisch op beheermaatregelen, toezicht en opvolging van meldingen in het veld. Terug naar toezicht- en beheerfunctie Terug naar Vacature overzicht Interesse of vragen? Ik help jou...! Follow us Volg de Vacature-alert 06 -36 35 00 69 M- West Ned. M- Oost Ned. M- Zuid Ned. Of verstuur een bericht Binnen bos- en natuurbeheer bestaan meerdere niveaus van toezicht, beheer en operationele regie. Afhankelijk van gebiedsgrootte, recreatiedruk en complexiteit werk je meer richting inspectie, dagelijks terreinbeheer, toezicht op uitvoering of coördinatie van natuur- en recreatiegebieden. De functie sluit aan op ecologie, wijkbeheer, toezicht openbare ruimte en integraal terreinbeheer binnen groen-, natuur- en recreatieomgevingen. Zie de carrière ladder ↑ → ↓ Te combineren met / Overlapt / Lijkt op: Inspecteur Ecologie (↓ inspectie) Boominspecteur (↓ inspectie) Inspecteur Openbaar Groen (↓) Wijkbeheerder (→ beheer) Boombeheerder (→ beheer) Toezichthouder Groen & Natuur (→ ↑) Assetbeheerder Groen (↑ toezicht complex) Beleidsadviseur Groen/Natuur (↑↑ strategie Beheer Toezichthouder Boswachter houdt toezicht binnen bos- en natuurbeheer Omschrijving Als Boswachter (Toezichthouder/Beheerder) ben je verantwoordelijk voor toezicht en beheer in bos-, natuur- en recreatiegebieden. Je bewaakt naleving van regels, veiligheid en natuurwaarden en je stuurt op beheermaatregelen in het veld (paden, rasters, recreatie, soorten en schade). Je werkt gebiedsgericht en zorgt dat meldingen, prioriteiten en acties opvolgbaar zijn. Dit is toezicht en beheer; geen beleidsvorming of ontwerp. Voor aantoonbaarheid zorg je voor registraties, controles, meldingen en terugkoppeling richting beheerteam en opdrachtgever. Je werkt daarbij met meldsystemen/terreinbeheerapp, kaartviewer/GIS, inspectielijsten en werkafspraken. Deze rol past bij gebiedsgericht beheer met veel afstemming; bij gevoelige dossiers of incidenten wordt de senior variant zwaarder ingezet. In de praktijk vraagt de functie om zelfstandigheid, communicatieve vaardigheden en zorgvuldig handelen bij toezicht en escalatie. De rol kent meerdere niveaus van verantwoordelijkheid, afhankelijk van gebiedsgrootte, recreatiedruk en incidentgevoeligheid. Meestal vraagt dit een MBO 4+ tot HBO werk- en denkniveau, met richting Bos- en natuurbeheer, Groenbeheer of vergelijkbaar, of aantoonbaar gelijkwaardig door ervaring. Gebiedsrondes uitvoeren: schade, verstoring, onveiligheid en illegale acties signaleren Toezicht houden op naleving van gebiedsregels, veiligheid en natuurwaarden Meldingen beoordelen, prioriteren en opvolging uitzetten binnen werkafspraken Herstelacties en afzettingen laten uitvoeren en controle op resultaat organiseren Toezicht bij werkzaamheden in kwetsbare zones; afspraken en maatregelen bewaken Registreren en rapporteren: foto, locatie, incident, vervolgactie en terugkoppeling Afstemmen met beheerploegen, aannemers, ecologie en gebiedspartners De-escalerend communiceren met recreanten en stakeholders in het veld Incidenten melden en escaleren volgens afspraken en protocollen opdrachtgever Meewerken aan trendbeelden: verstoringsdruk, schadepatronen en veiligheidsrisico’s Wat wij zoeken Een salaris tussen de € 2.775 en € 5.300 bruto per maand, afhankelijk van functieniveau Of een zelfstandig uurtarief tussen de € 50 en € 95, afhankelijk van inzetbaarheid Kilometervergoeding (afhankelijk van project en locatie) Wekelijkse betaling (elke donderdag) Mogelijkheid tot vervolgopdrachten Bij loondienst: vakantiegeld en vakantiedagen Mogelijkheid tot vaste aanstelling na projectperiode Bedrijfsauto mogelijk (in overleg, afhankelijk van project en rol) Telefoon, laptop, van de zaak (afhankelijk van rol en projectafspraken) Thuiswerkmogelijkheden (sterk afhankelijk van opdrachtgever en projectfase) Rijbewijs B noodzakelijk; BE soms gewenst afhankelijk van locaties en middelen Goede beheersing van het Nederlands, mondeling en schriftelijk Engels mondeling is een pluspunt; afhankelijk van aannemer/omgeving VCA en/of Veilig werken langs de weg is vaak vereist Wat wij bieden AXXAZ Nederland is lid van het ArbeidsGilde, een onafhankelijke non-profitorganisatie voor opleiding, begeleiding en kennisoverdracht. Samen met opdrachtgevers investeren wij bovengemiddeld in vakmanschap en ontwikkeling binnen duidelijke werkafspraken. Dit geldt voor werknemers én voor zelfstandigen die zelfstandig willen blijven werken binnen de stichting. Zie ook onderaan de pagina. Certificaten en opleidingen die passen bij jouw rol, niveau en doorgroei Begeleiding en ontwikkelstappen, zodat je niet vastzit aan één werkplek Wij brengen jouw vaardigheden en competenties in kaart en valideren deze via een EVC-traject of Skillspaspoort. Dit staat gelijk aan een diploma van een beroepsopleiding. Dit geldt voor werknemers én voor zzp’ers die zelfstandig willen blijven werken binnen de ArbeidsGilde (arbeidsgilde.nl) MBO 4+ tot HBO werk- en denkniveau (Bos- en natuurbeheer/Groenbeheer of vergelijkbaar) Ervaring met gebiedsbeheer en toezicht; zelfstandig rondes en opvolging organiseren Werken met BOR/assetbeheer, meldsysteem en GIS/kaartviewer is een duidelijke pré Objectief registreren en navolgbaar rapporteren (foto, locatie, status, vervolgactie) Communicatief richting aannemer en omgeving; duidelijk en conflictarm in uitvoering Rijbewijs B noodzakelijk; BE soms gewenst afhankelijk van locaties en middelen Goede beheersing van het Nederlands, mondeling en schriftelijk Engels mondeling is een pluspunt; afhankelijk van aannemer/omgeving VCA en/of Veilig werken langs de weg is vaak vereist Wat wij vragen Wij bemiddele medewerkers in loondienst én zelfstandigen voor opdrachten in de buitenruimte, via AXXAZ Landscape (groen) en AXXAZ Infra (grijs). We zorgen voor een duidelijke start: heldere afspraken, passende projecten en één aanspreekpunt voor afstemming. Functieniveau en loon of tarief bepalen we samen op basis van ervaring, zelfstandigheid en inzetbaarheid. Specialismen buiten de basis kunnen aanvullend worden gewaardeerd. Bedrijfsprofiel / Organisatie profiel ArbeidsGilde Als lid van het ArbeidsGilde levert AXXAZ Nederland met haar divisie Groen een positieve bijdrage aan de verdere ontwikkeling van medewerkers, bevordert ze leermeesterschap en zorgt voor vakbekwaamheid. Zij streeft naar langdurige dienstverbanden bij opdrachtgevers. Word zelf leermeester, of laat je door één van onze leermeesters in de praktijk bijscholen. Beheer Toezichthouder Boswachter tijdens toezicht en beheer in natuurgebieden
- Cookiebeleid | Vacatureinhetgroen
Cookiebeleid Als uw website bijvoorbeeld persoonlijke informatie bijhoudt door het gebruik van cookies of vergelijkbare technologieën, dient u dit duidelijk te maken aan uw sitebezoekers. Wees duidelijk over de trackingtools (bv. cookies, flashcookies, webbakens, etc.) die uw website gebruikt, welke persoonlijke informatie er wordt verzameld en waarvoor deze wordt gebruikt. Het is belangrijk om op te merken dat diensten van derden, zoals Google Analytics of andere applicaties die worden aangeboden via Wix, die cookies plaatsen of andere trackingtechnologieën gebruiken via de diensten van Wix, hun eigen beleid kunnen hebben met betrekking tot hoe ze informatie verzamelen en opslaan. Omdat dit externe diensten betreft vallen dergelijke handelswijzen niet onder het privacybeleid van Wix. In dit ondersteunende artikel krijgt u meer informatie over cookies en uw Wix-site De uitleg en informatie die hierin wordt gegeven betreffen echter enkel uitleg, informatie en voorbeelden in algemene zin. U dient dit artikel niet te interpreteren als juridisch advies of als aanbevelingen omtrent hetgeen u daadwerkelijk zou moeten doen. We raden u aan juridisch advies in te winnen voor het verkrijgen van inzicht en om u te helpen bij het opstellen van uw cookiebeleid.
- Gezocht: Inspecteur Openbaar Groen (starter/ervaren)
Werk als Inspecteur Openbaar Groen aan kwaliteitscontrole en toezicht in de openbare ruimte. Starter of ervaren professional? Bekijk de vacature. 6 Aantal gekoppelde profielen. Inspecteur Openbaar Groen in Midden-Nederland (zzp en loondienst) Je werkt via een leer- en werkorganisatie waarin ontwikkeling en vakmanschap centraal staan, in loondienst of als zelfstandige. Vacatures zzp-opdracht Inspecteur Openbaar Groen. Als Inspecteur (Zzp’er) Openbaar Groen voer je kwaliteitsrondes en areaalcontroles uit: je meet beeldkwaliteit (KOR) herhaalbaar, registreert feitelijk met foto/GPS/codering en levert input voor opvolging, zonder beheer- of contractbesluiten te nemen. Interesse of vragen? Ik help jou...! Follow us Volg de Vacature-alert 06 -36 35 00 69 M- West Ned. M- Oost Ned. M- Zuid Ned. Terug naar Inspecterende functies Terug naar Vacature overzicht Of verstuur een bericht Als Inspecteur Openbaar Groen voer je kwaliteitsrondes en areaalcontroles uit in de openbare ruimte. Je scoort beeldkwaliteit (KOR) meetbaar en herhaalbaar en inventariseert conditie, onderhoudstoestand en veiligheidssignalen. Je registreert feitelijk en consequent (foto, GPS, codering) en levert input voor opvolging. Dit is geen beheer- of contractrol; je neemt geen bestekkeuzes, meerwerkafspraken of aansturingsbesluiten. Omschrijving Te combineren met / Overlapt / Lijkt op: Boominspecteur (→ inspectie) Inspecteur / Toezicht Ecologie (→ inspectie) Werkvoorbereider Groen (↑ voorbereiding) Wijkbeheerder Openbare Ruimte (↑↑ beheer) Toezichthouder Groen (↑↑↑ toezicht) Groenadviseur (↑↑↑ advies) Voor rapportage lever je nulmetingen, kwaliteitsrondes en trendoverzichten op, inclusief prioriteitenlijst waar nodig. Je werkt daarbij met KOR-catalogus en scorelijsten, BOR/assetbeheer of een inspectie-app, Excel/rapportagetools en (projectafhankelijk) RAW- of bestekinformatie. Deze rol past bij projectmatige kwaliteitsmetingen en beheercontracten; inhoudelijke beheerkeuzes liggen bij beheerder of adviseur. (Richtlengte alinea 3: ±400–500 tekens) Bij contractmetingen is consistent scoren en reproduceerbaar registreren cruciaal, zodat discussies over kwaliteit en herstel beheersbaar blijven. De rol komt voor in meerdere niveaus van zelfstandigheid en beoordelingsdiepgang, afhankelijk van project en opdrachtgever. Meestal vraagt dit MBO 3–4 tot MBO 4+ werk- en denkniveau, met richting Groenbeheer /Hovenier /Groen & Cultuurtechniek en bij voorkeur opleiding Inspecteur Beeldkwaliteit (KOR) of aantoonbaar gelijkwaardig door ervaring; bomen- en plantenkennis (Latijnse benaming) is een pré. Werk als Inspecteur Openbaar Groen aan toezicht, controle en kwaliteitsbewaking in de openbare ruimte. Kwaliteitsrondes en areaalcontroles uitvoeren in openbaar groen (wijken, parken, routes) Beeldkwaliteit (KOR) scoren: objectief, meetbaar en herhaalbaar volgens meetinstructies Registreren in BOR/assetbeheer of inspectie-app met foto, GPS en consequente codering Conditie en onderhoudstoestand inventariseren en afwijkingen feitelijk vastleggen Veiligheidssignalen en gebreken signaleren en melden volgens werkafspraken Nulmetingen, kwaliteitsrondes en trendoverzichten opleveren voor contract- of projectsturing Prioriteitenlijsten opstellen voor herstel en opvolging binnen afgesproken kaders RAW/bestekinformatie raadplegen waar beschikbaar; jij noteert, maakt geen bestekkeuzes Heldere terugkoppeling geven: kort, feitelijk en navolgbaar voor opdrachtgever en beheer Consistent werken met scorelijsten, meetkaders en contractmeetregels (projectafhankelijk) Wat wij zoeken Een salaris tussen de € 2.875 en € 4.500 bruto per maand, afhankelijk van functieniveau Of een zelfstandig uurtarief tussen de € 36 en € 75, afhankelijk van inzetbaarheid Kilometervergoeding (afhankelijk van project en locatie) Flexibele uren mogelijk (vaak one-job) Wekelijkse betaling (elke donderdag) Mogelijkheid tot vervolgopdrachten Voor internationale sollicitanten: praktische ondersteuning mogelijk (bijv. huisvesting) Bij loondienst: vakantiegeld en vakantiedagen. Mogelijkheid tot vaste aanstelling na projectperiode Goede middelen voor veldregistratie en rapportage (afhankelijk van inzet) Wat wij bieden AXXAZ Nederland is lid van het ArbeidsGilde, een onafhankelijke non-profitorganisatie voor opleiding, begeleiding en kennisoverdracht. Samen met opdrachtgevers investeren wij bovengemiddeld in vakmanschap en ontwikkeling binnen duidelijke werkafspraken. Dit geldt voor werknemers én voor zelfstandigen die zelfstandig willen blijven werken binnen de stichting. Zie ook onderaan de pagina. Certificaten en opleidingen die passen bij jouw rol, niveau en doorgroei Begeleiding en ontwikkelstappen, zodat je niet vastzit aan één werkplek Wij brengen jouw vaardigheden en competenties in kaart en valideren deze via een EVC-traject of Skillspaspoort. Dit staat gelijk aan een diploma van een beroepsopleiding. Dit geldt voor werknemers én voor zzp’ers die zelfstandig willen blijven werken binnen de ArbeidsGilde (arbeidsgilde.nl) MBO 3–4 t/m MBO 4+ werk- en denkniveau (Groenbeheer/Hovenier/Groen & Cultuurtechniek) Ervaring met KOR/beeldkwaliteitmetingen is vaak een duidelijke pré Opleiding Inspecteur Beeldkwaliteit (KOR) wordt regelmatig gevraagd Objectief en consequent kunnen beoordelen; herhaalbaar scoren volgens meetinstructies Nauwkeurig registreren: foto’s, locaties, codering en onderbouwing Bekend met BOR/assetbeheer of inspectie-app; Excel/rapportagetools is een pré Basisvaardigheid met kaartviewer of GIS in het veld is groot pluspunt Rijbewijs B noodzakelijk; BE soms gewenst afhankelijk van locaties/inzet Beheersing van het Nederlands, mondeling en schriftelijk VCA en/of Veilig werken langs de weg is vaak vereist. Wat wij vragen Wij bemiddele medewerkers in loondienst én zelfstandigen voor opdrachten in de buitenruimte, via AXXAZ Landscape (groen) en AXXAZ Infra (grijs). We zorgen voor een duidelijke start: heldere afspraken, passende projecten en één aanspreekpunt voor afstemming. Functieniveau en loon of tarief bepalen we samen op basis van ervaring, zelfstandigheid en inzetbaarheid. Specialismen buiten de basis kunnen aanvullend worden gewaardeerd. Bedrijfsprofiel / Organisatie profiel ArbeidsGilde Als lid van het ArbeidsGilde levert AXXAZ Nederland met haar divisie Groen een positieve bijdrage aan de verdere ontwikkeling van medewerkers, bevordert ze leermeesterschap en zorgt voor vakbekwaamheid. Zij streeft naar langdurige dienstverbanden bij opdrachtgevers. Word zelf leermeester, of laat je door één van onze leermeesters in de praktijk bijscholen. Praktijkwerkzaamheden: inspectie en registratie: Vacatures zzp-opdracht Openbaar Groen
- Gezocht: grondwerkers, startend of ervaren, goed loon
Gezocht: vakbekwame (ZZP-ers) en startende grondwerkers. Leer snel het vak met goede verdiensten, uitgelegd in 5-6 functiestappen. 86 Div. beschikbare Vacatures Opdrachten Grondwerkers interesse of vragen? Ik help jou...! 6 1- 3 2- 21 3- 14 4- 3 5- 16 6- 3 6- Follow us Volg de Vacature alert Of verstuur een bericht Update 1-nov-2025 06 -36 35 00 69 3 2- Of verstuur een bericht Our Story Vacature Grondwerker -- Functieomschrijving Deze pagina is hier tijdelijk geplaatst totdat de nieuwe GWW-site klaar is Vacature (Allround) Grondwerker Als grondwerker kun je snel doorgroeien en dus relatief veel geld verdienen, zeker wanneer je je specialiseert: tot wel € 800 o f mee r per week. Veel starters beheersen binnen 5 tot 8 maanden al meerdere disciplines die horen bij het vak of de vacature van (allround) grondwerker (zoals benoemd bij de stappen 1 t/m 6). Vaak wordt gedacht dat het werk van een grondwerker vooral uit handmatig graven bestaat. In werkelijkheid komt langdurig handmatig graafwerk nauwelijks nog voor. De vacature is veel veelzijdiger en uitdagender dan veel mensen verwachten. Een goede grondwerker: Stuurt de kraanmachinist aan, ziet het werk vooruit, bereidt dit slim voor en laat de kraan het zware werk doen. Leer in relatief korte tijd het vak grondwerker met uitstekende verdien mogelijkheden. Toegelicht in 5 a 6 functieschalen Vacature bandenkraanmachinist Bij de vacature voor bandenkraanmachinist wordt tevens verwezen naar de functie van grondwerker. Waarom? Wie kraanmachinist wil worden, moet eerst bekend zijn met de basisvaardigheden die horen bij de vacature van allround grondwerker (zie ook stap 1 t/m 5-6). In de praktijk betekent dit dat men meestal begint als grondwerker. Daarna (of tussentijds) kun je starten op een minigraver. Het duurt vervolgens enige tijd voordat je een volwaardig inzetbare bandenkraanmachinist bent, die horen bij de vacature voor bandenkraanmachinist. Stap 1.0 — Een startende grondwerker. Als startende grondwerker verricht je voornamelijk hand- en spandiensten en ondersteun je de graafmachine bij zijn werkzaamheden. Een veelvoorkomende taak voor beginnende grondwerkers is het bijsteken van cunetten of sleuven die door de graafmachine worden uitgegraven (1.1). (Een cunet is een fundatielaag van zand of puin die dient als ondergrond voor verharding.) In deze instapfase van deze vacatuur verdien je, naast een eventueel tijdelijk starterstarief *, een netto uurloon** van circa € 15,00 – € 17,00. Dit komt neer op ongeveer € 600 – € 680 netto ** per week. Het uurtarief van een zzp’er bedraagt (naast een mogelijk starterstarief) ongeveer € 32,00 – € 36,00 per uur. Voor deze stap is meestal geen specifieke vooropleiding vereist, maar een B-VCA-certificaat is vrijwel altijd noodzakelijk voor deze vacature fase. Stap 2.0 — Een beginnende grondwerker. Je ontvangt nog steeds dagelijkse instructies van een begeleider, voorman of uitvoerder, maar inmiddels heb je al de nodige ervaring opgebouwd en kun je relatief snel doorgroeien naar een functie met meer eigen verantwoordelijkheid. Als grondwerker ben jij uiteindelijk degene die volgens tekening de graaflijnen uitzet waarlangs de kraanmachinist moet werken (2.1) Met behulp van een laser, die je zelf instelt (2.2) en bedient (2.3), bepaal je volgens tekening (2.4) tot welke diepte er gegraven moet worden. Wanneer er diep gegraven moet worden en het grondwater hoog staat, zorg je samen met een collega voor het installeren (2.5) en beheren (2.6) van de bronbemaling. In deze fase de vacature kun je rekenen op een netto uurloon** van circa € 17,00 tot € 18,00 (oftewel ongeveer € 680 tot € 720 per week). Het exacte salaris hangt af van je ervaring en eventueel gevolgde cursussen, zoals het werken met lasers of het toepassen van grondwaterbeheer die horen bij deze vacature. Werk je als zelfstandige, dan ligt het uurtarief tussen € 33,50 en €. 37,50. Als je deze stap beheerst, mag je jezelf vakbekwaam grondwerker noemen. Heb je interesse in de vacature kraanmachinist? Dan is dit het moment om eens proef te gaan draaien op een kleine minigrave (3.5). Stap 3.0 -- Vakbekwaam grondwerker Met een KLIC-melding kun je zelf kabels en leidingen opsporen en vrij graven (3.1). Zodra de sleuf volgens tekening is gegraven op basis van jouw aanwijzingen, ben je verantwoordelijk voor het zelfstandig aansluiten van het PVC-rioleringssysteem (3.2). Ook het leggen en ondergronds schieten van kabels met behulp van een compressor behoort tot bij deze vacature fase (3.3). Het plaatsen van een straatkolk, (laadpaal, elektrakast of vergelijkbaar), die door de kraan op jouw aanwijzingen wordt aangevoerd, valt eveneens onder jouw taken (3.4). Na het aanleggen van het pvs-riool- en kabelsysteem ben je (3.5) verantwoordelijk voor het verdichten van de eerder gegraven sleuf. Ook de herstelwerkzaamheden t.b.v het straatwerk behoren bij deze functeischaal (3.6) Een echte grondwerker draagt zorg voor al deze taken, terwijl de kraanmachinist het zware werk uitvoert. In deze vacature fase ligt het netto-uurloon tussen € 18,00 en € 19,00 (netto** € 720 tot € 760 per week). Mogelijke aanvullende dagopleidingen zijn rioleringssystemen en kabeltechnieken. Het uurtarief van een zzp’er bedraagt in deze fase tussen € 34,00 en € 38,00 per uur. Heb je interesse in de vacature kraanmachinist? Dan is dit het moment om eens proef te draaien op een kleine minigraver. Stap 3.1 -- Extra gespecialiseerde vaardigheden Maar mogelijk heb jij al ervaring opgedaan op een minigraver, shovel of vergelijkbare machines (3.1.1).. Ook het aanbrengen van huisaansluitingen, vaak bestaande uit PVC (3.1.2) en glasvezel (3.1.3), volgens tekening (3.1.4), geldt als een redelijk specialistische vaardigheid binnen deze fase. Specialiseren en doorgroeien tot een Gevorderde of een Allround grondwerker De bovengenoemde werkzaamheden (stap 1 tot en met 3) zijn, zeker wanneer je enkele dagen met een collega meeloopt, relatief eenvoudig en snel aan te leren. De vraag (het aantal vacatures) naar vakbekwame grondwerkers is groot en het werk wordt relatief goed beloond. Daarnaast zijn er mogelijkheden om door te groeien tot allround grondwerker. Dit traject kan – afhankelijk van jouw technisch inzicht en ambities – enkele weken tot mogelijk enkele maanden in beslag nemen. De vacature voor grondwerker biedt daarmee niet alleen zekerheid, maar ook perspectief op doorgroei. Wie zich verder wil ontwikkelen, kan bovendien gebruikmaken van de opleidingsmogelijkheden die bij deze vacature horen. In deze specialisatiefase kun je, afhankelijk van de mate van zelfstandigheid en specialisatie, een netto uurloon** van €19,00 tot €21,00 verdienen (circa €720 tot €840 netto per week). Voor bepaalde specialisaties zijn aanvullende certificaten of praktijktrainingen vereist. Het uurtarief van een zzp’er bedraagt in deze fase tussen de €37,00 en €41,00 per uur. Stap 4.1 -- Aanleggen van betonriolering Binnen de vacature voor grondwerker wordt het aanleggen van betonriolering beschouwd als een specialistische taak. Dit werk vraagt om specifieke kennis en vaardigheden, maar is over het algemeen goed aan te leren. Juist deze specialistische werkzaamheden maken de vacature voor grondwerker extra interessant. De functieschaal is hierbij op te delen in beginnend (4.11), ervaren (4.12), zelfstandig (4.13) en volgens tekening (4.14). Stap 4.2 -- Voorbereidingen treffen voor de geplande verharding. Ben jij na enige tijd in staat zelfstandig lijnen en hoogtes uit te zetten? Kun jij de graafmachine zo aansturen dat er een optimale ondergrond ontstaat voor stratenmakers of voor de asfalteermachine? Dan mag je jezelf met recht een gevorderde grondwerker noemen. Ook deze functieschaal is op te delen in beginnend (4.21), ervaren (4.22), zelfstandig (4.23) en volgens tekening (4.24). Het plaatsen van beschoeiing of damwanden behoort tot de werkzaamheden die doorgaans door een grondwerker worden uitgevoerd. Ook hier is weer sprake van beginnend (5.1), ervaren (5.2), zelfstandig (5.3) en volgens tekening (5.4). Daarnaast zijn er binnen de vacature grondwerker nog diverse andere specialisatiemogelijkheden, afhankelijk van de marktvraag en persoonlijke interesses. Stap 5 -- Vacature Allround Grondwerker Stap 5 -- Vacature M eewerkend voorman/ Uitvoerder Het plaatsen van beschoeiing of damwanden behoort tot de werkzaamheden die doorgaans door een grondwerker worden uitgevoerd. Ook hier is weer sprake van beginnend (5.1), ervaren (5.2), zelfstandig (5.3) en volgens tekening (5.4). Daarnaast zijn er binnen de vacature grondwerker nog diverse andere specialisatiemogelijkheden, afhankelijk van de marktvraag en persoonlijke interesses. *Starterstarief Wanneer je totaal onbekend bent met het vak, wordt er in goed overleg met jou 1 of 2 weken een starterstarief toegepast. Dit tarief (ca. €1,= a € 2,= lager dan het reguliere tarief) is bedoeld om kennis te maken met het vak én om jou een kans te geven bij een opdrachtgever. **Netto loon De genoemde bedragen zijn realistisch, maar wel indicatief en afhankelijk van ervaring, de mate van zelfstandigheid en het soort CAO. De vermelde netto lonen zijn inclusief doorbetaling van 20–25 vakantiedagen maar zijn wel all-in, (inclusief premies, vakantiegeld en overige toeslagen). Overige voorkeuren Rijbewijs B (bij voorkeur B-E) en eigen vervoer hebben de voorkeur. Een aanvaardbare communicatie in het Nederlands, Duits of Engels is een pré om te kunnen groeien in het vak van grondwerker. Natuurlijk is het werk als grondwerker met momenten fysiek zwaar en je moet bereid zijn om uiteenlopende taken op te pakken. Houd er rekening mee dat iedereen met geen ervaring bij de basis start, maar als je handig bent ,initiatief toont en graag buiten werkt, kun je binnen relatief korte tijd doorgroeien tot een allround grondwerker met uitstekende verdienmogelijkheden.
- Bomen online - Vacature in het groen - Kuus buiteninrichting
Het type grondwaterprofiel speelt een cruciale rol bij de ontwikkeling en toekomstverwachting van een boom. Grondwaterpeil versus bomen Deze informatiepagina geeft een overzicht van alle grondwaterstanden die in Nederland voorkomen en vormt een aanvulling op het hoofdstuk over de waterhuishouding van een boom. Zoals weergegeven in figuur 1, heeft het type grondwaterpeil invloed op diverse kwaliteitscriteria die wenselijk zijn voor een boom. Eerst worden alle grijs gearceerd nummers 1.0, 1.1, 4.0, 3.1, 3.2, 3.3, 3.4, en 3.5 in het overzicht 3.0 nader toegelicht waarna alle voorkomende typen grondwaterstanden worden toegelicht. 3.0 De invloed van een grondwarerprofiel INHOUD De invloed van een grondwaterprofiel Afb. Overzicht Criteria diverse grondwaterstanden Groeiplaatsberekening – Grondwaterprofiel- Waterbuffering Hoge grondwaterstand: goed of slecht voor de boom? Verstoring van de waterhuishouding Lage grondwaterstand: goed of slecht voor de boom? Verschillende grondwaterprofielen versus bomen Grondwaterprofiel Hangwaterprofiel Contactwaterprofiel Schijnwaterprofiel Kaart van Nederland met div. (grond)waterprofielen 4.0 1.0 3.0 Overzicht of Figuur 1 toont een gedetailleerd onderdeel van de boomgroeiplaats volgens de vier vuistregels. Alle grijze knoppen in het overzicht zijn aanklikbaar en verwijzen u naar de juiste alinea. Daarnaast is er een PDF met hogere leeskwaliteit, die automatisch op een andere pagina opent. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 1.1 boomgroeiplaats 3.3 Deze informatiepagina is inmiddels geactualiseerd en ondergebracht op Bomen-Online.info Bekijk hier de actuele informatie . Groeiplaatsberekening - Grondwaterprofiel - Waterbuffering 1.0 in het overzicht. Zoals eerder toegelicht bij de criteria voor boomgroeiplaatsen , zijn de ondergrondse groeimogelijkheden – los van enkele externe factoren – doorgaans bepalend voor de levensduur van een boom. De hoeveelheid groenmassa die een boom bovengronds nodig heeft (in m³), dient overeen te komen met de beschikbare ondergrondse groeiruimte (eveneens in m³). Dit principe wordt aangeduid als de 50:50-regel (vuistregel nr. 1.0). Een meer diepgaande toelichting is te vinden bij de 4 vuistregels met betrekking tot de ondergrondse groeiruimte. 3.1 in het overzicht. Deze groeiruimte is essentieel voor zowel wortelontwikkeling als waterbuffering. Indien een boom het grondwater kan bereiken of dit in de toekomst kan doen via capillaire werking , kan de benodigde ondergrondse ruimte worden gehalveerd; in dat geval vervult de grondwaterstand immers de functie van waterbuffer. Meer uitleg vind je op de informatiepagina ‘de waterhuishouding van een boom’ bij paragraaf de Waterbufferingsmogelijkheden. Samenvattend heeft het type waterprofiel een aanzienlijke invloed op de benodigde ondergrondse groeiruimte. Daarnaast is de onderstaande alinea eveneens relevant voor de groeiplaatsberekening. Hoge grondwaterstand: goed of slecht voor de boom? 1.1 - 3.2 in het overzicht. Over het algemeen is een hoge grondwaterstand dus gunstig voor bomen, maar bij een te hoge stand kan dit nadelige gevolgen hebben. Bomen wortelen niet dieper dan de hoogste grondwaterstand, (1 okt. laag versus 1 mrt hoog) waardoor een hoge stand ertoe leidt dat er minder beschikbare kubieke meters grond zijn. De diepte van de groeiruimte is vaak zeer bepalend hoeveel ruimte er in m3 beschikbaar is, wat de ontwikkelingsmogelijkheden van bomen kan beperken. Bij een grondwaterstand van 100 tot 80 cm of nog minder diep ondervinden bomen van de 1ste grootte met een leeftijd van 40 jaar meestal problemen. Figuur 2 toont daarom schematisch minder beschikbare grond in vergelijking met Figuur 3. Figuur 2 en 3: Een hoge en een redelijk standaard grondwaterprofiel Zodra u vanuit zuidelijke richting de provincie Drenthe inrijdt (bijv. via de N48), ziet u veelal korte gedrongen bomen. De bomen kunnen zich hier niet volledig ontwikkelen vanwege een te hoge grondwaterstand. Zoals je in Afbeelding 1 kunt zien, ligt de autoweg (de N48) ook ver boven het maaiveld. Afbeelding 1: Bomen langs de N48 (provincie Drenthe) Afbeelding 2: Bomen langs de N705 (Flevopolder) Afbeelding 3: Verhoogde plantenbak Hetzelfde geldt voor de Flevopolder (een gebied waar overigens ook veel wind staat, iets wat doorgaans bij de meeste bomen ook zorgt voor groeistagnatie). Figuur 4: Het maaiveld verhogen of een verhoogde plantenbak aanbrengen, kan zeker een oplossing zijn voor een hoge grondwaterstand. De ondergrondse groeiruimte wordt daarmee vergroot, waardoor de boom veel meer ontwikkelingsmogelijkheden heeft. Het verhogen van het maaiveld (volgens Figuur 4) of het aanbrengen van een verhoogde plantenbak, zoals te zien in Afbeelding 3, kan helpen bij problemen met een hoge grondwaterstand. Verstoring van de waterhuishouding 3.4 in het overzicht. Een (te) hoge grondwaterstand heeft in veel gevallen een negatief effect op de drainagecapaciteit van de bodem 3.3 in het overzicht. Met name bij zware bodemtypes kan een hoge grondwaterstand de waterhuishouding binnen zowel de intensieve als extensieve wortelzone aanzienlijk verstoren. Dit verstoort met name de wortelontwikkeling van bomen. Zo komen hogere grondwaterstanden vaak voor op kleigronden, die door hun beperkte poriënvolume hier extra gevoelig voor zijn. Tijdens natte perioden die langer dan 24 uur aanhouden, kan hierdoor een tekort aan bodemzuurstof ontstaan. Op de informatiepagina over de waterhuishouding van bomen wordt uitgebreid toegelicht wat het poriënvolume inhoudt, evenals de relevante kwaliteitscriteria. Deze criteria zijn direct gekoppeld aan de benodigde zuurstofwaarden die essentieel zijn voor een gezonde boomgroei. Figuur 5 4.0 in het overzicht. In figuur 7 zijn de infiltratiemogelijkheden rond de boon van extra belang, omdat dit daar de enige watertoevoer is. Meer informatie over de infiltratiemogelijkheden van bomen staat op een aparte pagina. Figuur 6 en 7 Lage grondwaterstand: goed of slecht voor de boom? 3.5 in het overzicht. Figuur 6 illustreert een dwarsdoorsnede van een bodemprofiel waarin een hoge grondwaterstand bijdraagt aan de waterbuffering (wateropslag). In figuur 7 is het grondwater echter niet toegankelijk voor boomwortels, waardoor bomen aanzienlijk meer ondergrondse ruimte nodig hebben om een voldoende waterbuffer te realiseren. Om die reden is de bodemkwaliteit, waarbij met name het zandgehalte en het organisch stofgehalte bepalend zijn, van veel groter belang. 3.0 in het overzicht. Er zijn verschillende soorten grondwaterprofielen (zie Figuur 8). Deze hebben allemaal een andere uitwerking op de ontwikkeling en dus op de toekomstverwachting van een boom. Welke grondwaterstand er bij u van toepassing is kan u zien op onderstaande kaart van Nederland. U kunt het vaak ook vrij eenvoudig vinden op internet. Houd er wel rekening mee dat het grondwater een wisselende stand kan hebben, afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de seizoenen (1 okt. laag versus 1 mrt hoog). Verschillende grondwaterprofielen In principe hebben bomen evenveel ondergrondse groeiruimte nodig als dat ze bovengrondse groenontwikkeling (nodig) hebben. Maar op het moment dat een boom het grondwater kan of gaat bereiken, dan mag u de hoeveelheid m³ aan ondergrondse (groei)ruimte halveren. Bomen van de 1ste grootte profiteren doorgaans van een grondwaterstand die niet dieper ligt dan 3 à 3,5 meter. Onder de voorwaarde dat de waterhuishouding naar behoren functioneert. Voor bomen van de 3de grootte geldt dat ze doorgaans profiteren van een grondwaterstand die niet dieper ligt dan 2 à 2,5 meter. Grondwaterprofiel Zodra een boom het grondwater niet kan bereiken, is er sprake van een hangwaterprofiel. De boom is dan compleet afhankelijk van de infiltratiemogelijkheden voor het natuurlijke regenwater. Ook de kwaliteit van het bodemtype weegt hierbij veel zwaarder dan bij de andere soorten waterprofielen. Door de steeds drogere zomers (vooral de lengte van de droogteperiode), worden bomen met een hangwaterprofiel steeds meer ingeschaald als bomen met een mindere toekomstverwachting. Hangwaterprofiel Figuur 8: Weergave van 5 soorten grondwaterprofielen, die allemaal een andere uitwerking hebben op de ontwikkeling van een boom. Een te hoge grondwaterstand Grondwaterprofiel Contactwaterprofiel Hangwaterprofiel Een diepliggend schijnwaterprofiel 1 Een hoogliggend schijnwaterprofiel 2 Zoals gezegd, kan het grondwater een wisselende stand hebben gedurende het jaar. Zo kan er in de zomer (en begin najaar) een diepe grondwaterstand gelden, terwijl de grondwaterstand in de winter (en in het vroege voorjaar) hoger ligt waarbij de boom d.m.v. capillaire werking gebruik kan maken van de waterstand. Bij dit zogeheten contactwaterprofiel kunt u 20 tot 30% aftrekken van de benodigde m³ aan ondergrondse groeiruimte. Contactwaterprofiel Er is sprake van een schijnwaterprofiel wanneer er een harde grondlaag aanwezig is die niet doordringbaar is voor boomwortels (zie rode stippellijn in Figuur 8). Dit profiel kan, als de harde laag dieper ligt dan 150 cm, in bepaalde omstandigheden voordelen bieden. Over het algemeen is een harde grondlaag echter om diverse redenen onwenselijk. In veel gevallen leidt een schijnwaterprofiel tot groeistagnatie bij bomen. Meer informatie hierover is te vinden op de infopagina “Waterhuishouding - onderdeel: harde grondlagen” . Schijnwaterprofiel Kaart van Nederland met diverse (grond)waterprofielen In deze gebieden is er praktisch altijd sprake van een grondwaterprofiel. In een aantal gevallen (zeer plaatselijk) is er sprake van een te hoge grondwaterstand (100cm of nog minder diep gemeten per 1-mrt.), waardoor bomen, zeker van de 1ste grootte, zich nooit helemaal goed kunnen ontwikkelen. In deze gebieden is er veelal sprake van een grondwaterprofiel en in beperkte mate is er sprake van een contactwaterprofiel. In deze gebieden is er veelal sprake van hangwaterprofiel en in beperkte mate is er sprake van een contactwaterprofiel. In deze twee gebieden is er altijd sprake van een hangwaterprofiel waarbij de rode gebieden aangeven dat het grondwater dieper ligt dan 40 meter. Een schijnwaterprofiel kan in geheel Nederland voorkomen.
- Gezocht: Projectleider Infra (starter/ervaren)
Werk als Projectleider Infra aan aanleg en uitvoering van grond-, weg- en waterbouwprojecten. Starter of ervaren professional? Bekijk de vacature. 7 Aantal gekoppelde profielen Projectleider Infra in Midden-Nederland (zzp en loondienst) Of je nu werknemer bent of zzp’er: je werkt binnen een leer- en werkorganisatie met focus op vakontwikkeling. Vacatures zzp-opdracht Projectleider Infra. Als Projectleider Infra stuur je civiele en infraprojecten integraal aan van voorbereiding tot oplevering. Je bewaakt scope, planning, budget, kwaliteit en risico’s, organiseert afstemming met opdrachtgever, uitvoering en ketenpartners en borgt dat wijzigingen en keuzes navolgbaar zijn binnen mandaat. Interesse of vragen? Ik help jou...! Follow us Volg de Vacature-alert 06 -36 35 00 69 M- West Ned. M- Oost Ned. M- Zuid Ned. Of verstuur een bericht Terug naar Aansturende functie Terug naar Vacature overzicht Omschrijving Als Projectleider Infra stuur je civiele en infraprojecten integraal aan van voorbereiding tot oplevering. Je bewaakt scope, planning, budget, kwaliteit en risico’s en organiseert afstemming met opdrachtgever, uitvoering en ketenpartners. Je neemt besluiten binnen mandaat en borgt dat wijzigingen en keuzes navolgbaar zijn. Dit is projectmatige aansturing; geen dagelijkse werkvoorbereiding of uitvoerende veldrol. Te combineren met / Overlapt / Lijkt op: Werkvoorbereider Infra (↓↓ voorbereiding) Calculator Infra (↓↓ voorbereiding) Landmeter (↓↓ voorbereiding) Uitvoerder Groen GWW (↓ aansturing) Projectleider (operationeel) (→↑ aansturing) Project- Programmamanager GGI (↑↑ strategie) Je levert projectplannen, besluitstukken en voortgangsrapportages op en borgt herleidbaarheid van afspraken, wijzigingen en risico’s. Je werkt met projectbeheersing, contractkaders, planningen en rapportageformats en stemt af met bestuur en stakeholders. Deze rol past bij complexe projecten en gebiedsopgaven; bij grote budgetten of bestuurlijke druk wordt senioriteit vaker gevraagd. In de praktijk vraagt de functie om leiderschap, besluitvaardigheid en heldere communicatie richting team en omgeving. Meestal vraagt dit HBO werk- en denkniveau, met richting Civiele Techniek, Built Environment, Projectmanagement of aantoonbaar gelijkwaardig door ervaring. Projectleider Infra coördineert planning, uitvoering en team op een infra-project. Projectdoelen borgen; scope, planning, budget en kwaliteit Team aansturen; werkvoorbereiding, uitvoering en onderaannemers Risico’s en wijzigingen managen; dossiervorming en besluitvorming Afstemming met opdrachtgever en omgeving; voortgang, knelpunten, afspraken Oplevering organiseren; rapportage, restpunten, overdracht en nazorg Wat wij zoeken/Verantwoordelijkheden Een salaris tussen de € 3.800 en € 6.200 bruto per maand, afhankelijk van functieniveau Of een zelfstandig uurtarief tussen de € 70 en € 120, afhankelijk van inzetbaarheid Kilometervergoeding (afhankelijk van project en locatie) Wekelijkse betaling (elke donderdag) Mogelijkheid tot vervolgopdrachten Voor internationale sollicitanten: praktische ondersteuning mogelijk (zoals huisvesting) Bij loondienst: vakantiegeld en vakantiedagen Mogelijkheid tot vaste aanstelling na projectperiode Bedrijfsauto mogelijk (in overleg, afhankelijk van project en rol) Telefoon en/of laptop van de zaak (afhankelijk van rol en projectafspraken) Wat wij bieden AXXAZ Nederland is lid van het ArbeidsGilde, een onafhankelijke non-profitorganisatie voor opleiding, begeleiding en kennisoverdracht. Samen met opdrachtgevers investeren wij bovengemiddeld in vakmanschap en ontwikkeling binnen duidelijke werkafspraken. Dit geldt voor werknemers én voor zelfstandigen die zelfstandig willen blijven werken binnen de stichting. Zie ook onderaan de pagina. Certificaten en opleidingen die passen bij jouw rol, niveau en doorgroei Begeleiding en ontwikkelstappen, zodat je niet vastzit aan één werkplek Wij brengen jouw vaardigheden en competenties in kaart en valideren deze via een EVC-traject of Skillspaspoort. Dit staat gelijk aan een diploma van een beroepsopleiding. Dit geldt voor werknemers én voor zzp’ers die zelfstandig willen blijven werken binnen de ArbeidsGilde (arbeidsgilde.nl) HBO werk- en denkniveau (Civiele Techniek, Built Environment, Projectmanagement of vergelijkbaar) Aantoonbare ervaring met projectleiding in civiele en infraprojecten Projectafhankelijk: kennis van RAW/UAV(-GC) en K&L-werkafspraken wordt vaak gevraagd Sterk in besluitvorming en dossiervorming: afspraken, wijzigingen en mandaat navolgbaar Goede beheersing van het Nederlands (mondeling en schriftelijk) Engels mondeling is een pluspunt (i.v.m. arbeidsmigranten en software, projectafhankelijk) Rijbewijs B noodzakelijk; BE soms gewenst (afhankelijk van materieel/aanhanger) VCA en/of Veilig werken langs de weg is vaak vereist Wat wij vragen Wij bemiddele medewerkers in loondienst én zelfstandigen voor opdrachten in de buitenruimte, via AXXAZ Landscape (groen) en AXXAZ Infra (grijs). We zorgen voor een duidelijke start: heldere afspraken, passende projecten en één aanspreekpunt voor afstemming. Functieniveau en loon of tarief bepalen we samen op basis van ervaring, zelfstandigheid en inzetbaarheid. Specialismen buiten de basis kunnen aanvullend worden gewaardeerd. Bedrijfsprofiel / Organisatie profiel ArbeidsGilde Als lid van het ArbeidsGilde levert AXXAZ Nederland met haar divisie Groen een positieve bijdrage aan de verdere ontwikkeling van medewerkers, bevordert ze leermeesterschap en zorgt voor vakbekwaamheid. Zij streeft naar langdurige dienstverbanden bij opdrachtgevers. Word zelf leermeester, of laat je door één van onze leermeesters in de praktijk bijscholen. Projectleider Infra bij de uitvoering van een infra-project
- Gezocht: Inspecteur Water(gebieden) (zzp/loondienst)
Werk als Inspecteur Water(gebieden) aan toezicht en kwaliteitscontrole in waterbeheer. Starter of ervaren professional? Bekijk de vacature. Inspecteur Water(gebieden) in Midden-Nederland (zzp en loondienst) Waterinspecteur beheer & buitenruimte | Je werkt via een leer- en werkorganisatie waarin ontwikkeling en vakmanschap centraal staan, in loondienst of als zelfstandige. Als Inspecteur Water & Watergebieden inspecteer en registreer je waterobjecten, oevers en waterzones in de buitenruimte. Je controleert beeldkwaliteit, conditie en veiligheid en legt schades, risico’s en afwijkingen herleidbaar vast voor beheer, onderhoud en vervolgacties binnen water- en buitenruimteprojecten. 5 Aantal gekoppelde profielen Interesse of vragen? Ik help jou...! Follow us Volg de Vacature-alert 06 -36 35 00 69 M- West Ned. M- Oost Ned. M- Zuid Ned. Terug naar Inspecterende functies Terug naar Vacature overzicht Of verstuur een bericht Inspecteur Water & Watergebieden werkt vaak samen met beheerders, ecologische inspecteurs en wateradviseurs binnen beheer en onderhoud van watergangen, oevers en buitenruimte. Je ondersteunt inspecties, registraties en controles met duidelijke rapportages, kaartlagen en veldregistraties voor opvolging, onderhoud en kwaliteitsborging. Zie de carrière ladder ↑ → ↓ Te combineren met / Overlapt / Lijkt op: Bodeminspecteur (→ inspectie) Inspecteur / Toezicht Ecologie (→ inspectie) Werkvoorbereider Riolering (↑ voorbereiding) Beheerder Watersystemen (↑↑ beheer) Adviseur Water en Watersystemen (↑↑↑ advies) Werk als Inspecteur Water(gebieden) aan toezicht, controle en kwaliteit in waterbeheer en waterschapsgebieden. Omschrijving Als Waterinspecteur inspecteer en registreer je waterobjecten en watergebieden in de buitenruimte, zoals watergangen, oevers en waterzones. Je toetst beeld en conditie, signaleert schades en veiligheidsrisico’s en legt afwijkingen vast ten opzichte van onderhoudsafspraken en normen. Dit is een inspecterende en registrerende rol; geen ontwerp, berekeningen of beleidsadvies. Voor borging lever je inspectierapportages en overdracht van resultaten op, inclusief prioriteitenlijst en vervolgacties. Je werkt daarbij met een inspectie- of beheerapp, GIS-viewer/kaartlagen, checklists/normen en vastgestelde werkafspraken. Deze rol past bij gemeentelijk en gebiedsbeheer; toezicht bij uitvoering is beperkt en kleinschalig. Bij onderhouds- en herstelcycli is consistente registratie essentieel om veiligheid en kwaliteit te borgen richting beheer en aannemers. De rol komt voor in meerdere niveaus van zelfstandigheid en complexiteit, afhankelijk van gebied, opdrachtgever en dossiers. Meestal vraagt dit MBO 3–4 tot MBO 4+ werk- en denkniveau, met richting Watermanagement, Civiele Techniek of GWW, of aantoonbaar gelijkwaardig door ervaring. Waterobjecten en watergebieden inspecteren in de buitenruimte (watergangen, oevers, zones) Beeld en conditie toetsen en afwijkingen vastleggen t.o.v. afspraken en onderhoudsnormen Schades, gebreken en veiligheidsrisico’s signaleren en urgentie/prioriteit registreren Registreren en rapporteren met foto’s, locaties, status en opmerkingen in beheer- of inspectieapp Werken met GIS-viewer/kaartlagen voor objectlocaties, grenzen en meldingen Checklists en inspectienormen toepassen volgens opdrachtgever- of gebiedsafspraken Inspectierapportages en overdracht opleveren inclusief vervolgacties en prioriteitenlijst Afstemmen met beheerder over opvolging binnen rol, afspraken en herstelcycli Toezicht bij uitvoering alleen eenvoudig en kleinschalig volgens werkafspraken (waar gevraagd) Bewaken dat registratie herleidbaar, reproduceerbaar en dossierproof is Wat wij zoeken (Verantwoordelijkheden) Wat wij bieden Een salaris tussen de € 2.875 en € 4.500 bruto per maand, afhankelijk van functieniveau Of een zelfstandig uurtarief tussen de € 36 en € 85, afhankelijk van inzetbaarheid Kilometervergoeding (afhankelijk van project en locatie) Flexibele uren mogelijk (vaak one-job) Wekelijkse betaling (elke donderdag) Mogelijkheid tot vervolgopdrachten Voor internationale sollicitanten: praktische ondersteuning mogelijk (bijv. huisvesting) Bij loondienst: vakantiegeld en vakantiedagen. Mogelijkheid tot vaste aanstelling na projectperiode Goede middelen voor veldregistratie en rapportage (afhankelijk van inzet) AXXAZ Nederland is lid van het ArbeidsGilde, een onafhankelijke non-profitorganisatie voor opleiding, begeleiding en kennisoverdracht. Samen met opdrachtgevers investeren wij bovengemiddeld in vakmanschap en ontwikkeling binnen duidelijke werkafspraken. Dit geldt voor werknemers én voor zelfstandigen die zelfstandig willen blijven werken binnen de stichting. Zie ook onderaan de pagina. Certificaten en opleidingen die passen bij jouw rol, niveau en doorgroei Begeleiding en ontwikkelstappen, zodat je niet vastzit aan één werkplek Wij brengen jouw vaardigheden en competenties in kaart en valideren deze via een EVC-traject of Skillspaspoort. Dit staat gelijk aan een diploma van een beroepsopleiding. Dit geldt voor werknemers én voor zzp’ers die zelfstandig willen blijven werken binnen de ArbeidsGilde (arbeidsgilde.nl) Wat wij vragen MBO 3–4 t/m MBO 4+ werk- en denkniveau (Watermanagement, Civiele Techniek of GWW) Ervaring met waterinspecties of vakgerichte cursus waterinspectie/onderhoud is een pré Objectief en zorgvuldig kunnen beoordelen en registreren; herleidbaar en reproduceerbaar Werken met inspectie- of beheerapp, checklists en vast registratieformat Basisvaardig met GIS-viewer/kaartlagen voor locatievastlegging en objectinformatie Kennis van onderhoudsafspraken, normen en meldprocedures; projectafhankelijk Rijbewijs B noodzakelijk; BE soms gewenst afhankelijk van locaties/inzet Beheersing van het Nederlands, mondeling en schriftelijk VCA en/of Veilig werken langs de weg is vaak vereist. Bedrijfsprofiel / Organisatie profiel Wij bemiddele medewerkers in loondienst én zelfstandigen voor opdrachten in de buitenruimte, via AXXAZ Landscape (groen) en AXXAZ Infra (grijs). We zorgen voor een duidelijke start: heldere afspraken, passende projecten en één aanspreekpunt voor afstemming. Functieniveau en loon of tarief bepalen we samen op basis van ervaring, zelfstandigheid en inzetbaarheid. Specialismen buiten de basis kunnen aanvullend worden gewaardeerd. ArbeidsGilde Als lid van het ArbeidsGilde levert AXXAZ Nederland met haar divisie Groen een positieve bijdrage aan de verdere ontwikkeling van medewerkers, bevordert ze leermeesterschap en zorgt voor vakbekwaamheid. Zij streeft naar langdurige dienstverbanden bij opdrachtgevers. Word zelf leermeester, of laat je door één van onze leermeesters in de praktijk bijscholen. Inspecteur Water actief in toezicht op waterbeheer en infrastructuur
- Bodemtypes en -Kwaliteit versus bomen | Vacature in het groen- Bomen.online
Het bodemtype of de bodemkwaliteit heeft vaak invloed op de ontwikkeling en toekomstverwachting van een boom. Bodemkwaliteit en div. bodemtype INHOUD: Vooraf doorlezen is wel een pre Bodemkwaliteit en bodemtypes Bomen in het bebouwd of stedelijk gebied Het ontstaan van onze bodems Vooraf Deze informatiepagina behandelt de bodemkwaliteiten en de gewenste samenstelling van het substraat voor de aanleg van groeiplaatsen voor bomen. Het is belangrijk om goed op de hoogte te zijn van de onderstaande bodemkundige criteria; deze pagina verwijst er herhaaldelijk naar, maar biedt geen gedetailleerde beschrijvingen. Indien u niet bekend bent met deze criteria, wordt geadviseerd eerst de overige informatiepagina’s te raadplegen. Dit kan door op één van de vier onderwerpen in het onderstaande overzicht te klikken. De 4 belangrijkste basis bodemelementen Wat maakt bodemkunde dan soms zo ingewikkeld? Toelichting van de 4 belangrijkste basis bodemelementen Element Zand. Zand (ver)kleuringen Zandfractie en korrelgroottes (incl. Tabel) Kwaliteit- Zandfractie = Poriënvolume Het element zand. Vaak bepalend voor de bodemkwaliteit Element: Silt - Leem Element: Lutum – Klei Element: Organisch stof – Veen Tabel en classificaties Organisch stof Organische stof versus zandgrond Organische stof versus zwaardere bodemtypes Element: Löss (variant van silt) Overige bodemelementen Nederland kent feitelijk maar 3(4) bodemtypes! Het vaststellen van een bodemtype Wanneer is er dan sprake van een zandgrond? --- Leemlose zandgrond --- Leemarme zandgrond --- Lemige zandgrond --- Sterk leemhoudende zandgrond Wanneer is er dan sprake van een leemgrond? --- Lössgrond is een variant van leemgrond Wanneer is er dan sprake van een Kleigrond? Rivier- Jonge- en oude- zeeklei Lichtere (zavel) en zwaardere kleigronden --- Zavelgrond (zeer lichte kleigrond) --- Lichte kleigrond --- Matige kleigrond --- Zware kleigrond --- Veenachtige kleigronden Wanneer is er dan sprake van een Veengrond 2.0 Waterhuishouding. 1.0 Groeiplaatsberekening 3.0 Grondwaterstanden 4.0 Infiltratiemogelijkheden boomgroeiplaats Samenvatting van een boomgroeiplaats volgens vier vuistregels. Klik op de nummers 1.0 t/m 4.0 in de afbeelding voor meer informatie. Daarnaast is er een PDF met hogere leeskwaliteit, die automatisch op een andere pagina opent. Deze informatiepagina is inmiddels geactualiseerd en ondergebracht op Bomen-Online.info Bekijk hier de actuele informatie . Bodemkwaliteit en bodemtypes De afgebeelde plattegrond is een gedetailleerde kaart van Nederland, afkomstig van Bodemdata. Dit is een website die wordt onderhouden door Wageningen University & Research (WUR) en het Ministerie van Landbouw. De site is openbaar toegankelijk via https://bodemdata.nl/basiskaarten. Op deze website zijn meer dan 200 erkende bodemtypes opgenomen, weergegeven en tot in detail beschreven. De beschrijvingen zijn vaak zeer technisch van aard, waardoor ze voor de gemiddelde Nederlander moeilijk te begrijpen zijn. In essentie is het niet zo moeilijk, hoewel het op internet soms onbedoeld ingewikkeld wordt gemaakt. Hoe dan ook, elk kleurvlak op kaart 1 is een uniek bodemtype en bestaat uit verschillende grondlagen. Bodemkaart nr.1 biedt uitgebreide gegevens. Op deze pagina presenteren we op een vereenvoudigde manier de vier tot zes belangrijkste bodemtypes die in Nederland voorkomen volgens Bodemkaart nr.2. Met deze informatie krijgt u als mogelijke niet-deskundige een helder inzicht in de Nederlandse bodems Bodemkaart nr. 1: Detail kaart Bodemdata.nl Bodemkaart nr. 2: Bodemkaart met 6 bodemtypes. Bomen in het bebouwd of stedelijk gebied Het is belangrijk om te weten dat de bodemstructuren in bebouwde of stedelijke gebieden vaak zijn onderworpen aan intensieve grondbewerking, zoals bij de aanleg van rioleringen en andere infrastructuur. Hierdoor zijn de oorspronkelijke bodemtypes vaak niet meer herkenbaar. Het ontstaan van onze bodems Onze bodem, die meestal uit diverse grondlagen bestaat, is ontstaan door miljoenen jaren van slijtage aan stenen en rotsen, veroorzaakt en verspreidt door wind, water en ijs (ook vaak benoemd als erosie). Met andere woorden, het vrijkomende slijtagestof, vormt onze Nederlandse bodems. Dit proces vond voornamelijk plaats tijdens de ijstijden, maar het gebeurt ook vandaag de dag nog steeds. Denk bijvoorbeeld aan Saharazand dat op uw auto terechtkomt. Wetenschappers hebben berekend dat onze bergen over 1.000 jaar gemiddeld 2 à 3 meter lager zullen zijn als gevolg van erosie. Ook bij hedendaagse overstromingen neemt het water soms grote hoeveelheden slib mee. De 4 belangrijkste elementen en hun afmetingen Het organische stofgehalte is een element dat u kunt vergelijken met potgrond en wat in variërende hoeveelheden in elke bodem voorkomt (van zeer beperkt tot meer overvloedig, zoals bij veengrond). Naast dit organische stofgehalte, worden hieronder de drie belangrijkste korrelgroottes weergegeven. Deze vier genoemde elementen (incl. het organische stof) bepalen gezamenlijk (voor 95%) de opbouw van onze Nederlandse bodems. De indeling is dus niet veel ingewikkelder dan dit. De termen zand, slib en klei verwijzen naar de afmeting van het slijtagestof (zoals bij zandkorrels). Figuur 2: Samenvatting van de vier essentiële elementen die voor 90% het type bodem of de kwaliteit van de groeiplaats van bomen bepalen. Waar zit de complexiteit? Het is belangrijk duidelijk onderscheid te maken tussen een bodemtype, een samenstelling (die in dit document ook wel aangeduid wordt als grondlaag), en een element. Anders gezegd: een zandgrond (wat een bodemtype is, zie kolom A), een zandlaag of -samenstelling (kolom B), en het woord 'zand' zelf (wat een afmeting of korrelgrootte is, zie kolom C) hebben alle drie een totaal andere betekenis. Wat maakt bodemkunde dan soms zo ingewikkeld Figuur 3: De opbouw van een bodemtype. Omschrijvingen van de 4 belangrijkste bodemelementen in Nederland Onderstaand gaan we dieper in op de 4 hierboven genoemde elementen. Deze extra informatie is zeker nuttig om eens door te lezen. Daarnaast worden er enkele varianten nader omschreven. Dit geeft voldoende inzicht voor alle informatie die hier verder verstrekt wordt. Element Zand: Op de afbeelding hiernaast ziet u een schematische weergave van een paar gemiddelde zandkorrels, 25 keer vergroot. Een korrelgrootte tussen 0,063 mm en 2 mm wordt aangeduid als "zand". Als u goed kijkt, zijn sommige zandkorrels met het blote oog zichtbaar. Zand was een van de eerste elementen op onze planeet, waarschijnlijk afgezet tijdens een van de vroege ijstijden toen de aarde nog niet leefbaar was. Daardoor bevat het element zand weinig mineralen. Daarnaast begint de bodem in Nederland over het algemeen met een zandlaag aan de basis. Element nr. 1: Schematische afbeelding van zandkorrels (25x vergroot). Daarnaast is het belangrijk te vermelden dat : het element zand vaak in grote hoeveelheden voorkomt bij vrijwel elk bodemtype. Bijvoorbeeld, diverse kleigronden bestaan nog steeds voor 90% uit het element zand. Het element zand is dus een van de belangrijkste element voor de ontwikkeling van bomen. Zand (ver)kleuringen Element nr. 2: Schematische zandkorrels met een hoog ijzergehalte (25x vergroot). Element nr. 3: Schematische zandkorrels met een hoog kalkgehalte (25x vergroot). De kleur van zand wordt voornamelijk bepaald door het gehalte aan kalk en ijzer. IJzermineralen kunnen oxideren, wat kan resulteren in de verandering van wit zand naar lichtbruin. Zandlagen die door zeewater zijn gevormd, bevatten doorgaans veel kalk afkomstig van schelpen. Daarnaast kan de hoeveelheid organisch materiaal, zoals bij potgrond (zie volgende alinea), de kleur en kwaliteit van de zandlaag beïnvloeden.Elke boom heeft zijn eigen voorkeuren voor bodemtypen. Het is daarom belangrijk om een boom te kiezen die past bij het bodemtype, in plaats van te spreken over betere of slechtere opties. Zandfractie en korrelgroottes Tabel 1: Zand komt in verschillende korrelgroottes voor Op de overzichtskaart van Nederland worden de gebieden weergegeven die zijn ingedeeld in fijn zand, middelgrof zand en grof zand. Deze indelingen zijn vastgesteld op basis van bodemmetingen tot een diepte van ongeveer 350 cm. Omdat bomen vaak niet dieper wortelen dan 75 cm, kan dit soms een vertekend beeld geven. Veel boomsoorten groeien goed in een licht vochthoudende bodemtype met een grovere zandkorrelgrootte. Bodemkaart nr.3: Zandkorrelgrootte onderverdeeld in fijn zand, middelgrof zand en grof zand. Tabel 1: Zand komt in verschillende korrelgroottes voor. Zand is een veelvoorkomend in vrijwel elk bodemtype, maar de zandfractie zelf komt voor in verschillende soorten en maten, zoals zilverzand, metselzand, ophoogzand, speelzand en betonzand. Bomen hebben een voorkeur voor een losse en open bodemstructuur vanwege, wortelruimte, een hoog zuurstofgehalte, correcte capillaire werking, de goede waterbuffering met voldoende drainagecapaciteit wat de kans op bodemverdichting verminderd. Kort samengevat: het element zand, en vooral het soort element zand is heel erg bepalend voor de waterhuishouding van een boom. Deze eigenschappen worden vaak bepaald door de poriënruimte. Kwaliteit- zandfractie = Poriënvolume Bij element nr.4 zijn schematische zandkorrels afgebeeld (25 keer vergroot), waarbij de witruimtes op de afbeelding tussen de gele zandkorrels poriën worden genoemd. Het poriënvolume verwijst naar de ruimten die gevuld zijn met lucht of water tussen de vaste gronddeeltjes van de bodem. Element nr. 4: Gemiddeld zandfracties. Hoe groter de zandkorrel, de grootte van het element zand, hoe meer poriënvolume er ontstaat. In onderstaande tabel wordt duidelijk dat de verschillen tussen fijn en grof zand aanzienlijke effecten hebben op het poriënvolume. Zelfs bij zandgronden met een relatief laag gehalte aan humus en leem kunnen sommige boomsoorten zich nog steeds goed ontwikkelen. Bij zwaardere bodemtypes, zoals leem en kleigrond, speelt de grootte van de zandkorrel eveneens een belangrijke rol in de kwaliteit van het bodemtype. Element nr. 5: Grotere zandfracties. Een kleine zandkorrelgrootte van het element zand heeft vaak invloed op het poriënvolume, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Daarnaast zijn fijnere zandkorrels, in tegenstelling tot de grotere zandkorrels, vaak rond van vorm, wat ook het poriënvolume beïnvloedt. De keuze aan bomen is hierdoor beperkt. Element nr. 6: Kleinere zandfracties. Hoekige zandkorrels creëren veel ruimte (poriën) tussen de zandkorrels, wat een gunstig effect heeft op het poriënvolume en daarmee op de waterhuishouding van een boom. Bij de aanplant van bomen in stedelijke, verharde gebieden wordt regelmatig speciaal samengesteld bomenzand gebruikt. Het type zand dat wordt toegepast kan variëren afhankelijk van de verkeersbelasting, maar hoekig zand wordt altijd gebruikt, vaak gecombineerd met 9% organische stof. Element nr. 7: Hoekige zandfracties, word ook gebruik bij speciaal samengesteld bomenzand. Ook de uniformiteit van de aanwezige zandfracties in een bodemtype is rechtstreeks gerelateerd aan het poriënvolume. Samengevat, het element zand binnen elk bodemtype is essentieel voor de waterhuishouding van bomen. Het percentage zand, dat doorgaans dominant aanwezig is in alle bodemtypes, speelt samen met de korrelgrootte, de vorm en de uniformiteit van de zandfractie een cruciale rol bij de ontwikkeling van bomen. Element nr. 8: Uniformen zandfracties. Het element zand speelt een cruciale rol in de bodemkwaliteit van bomen, ongeacht het type bodem Samengevat mede op basis van bovenstaande; bij alle benoemde bodemtypes volgens de onderstaande tabel is het element zand een veel voorkomend element en zeer bepalend voor de bodemkwaliteit die geschikt is voor bomen. 1.)- Het percentage van het element zand, samen met 2.)- de korrelgrootte, 3.)- de vorm en 4.)- de uniformiteit van de aanwezige zandfracties spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van bomen. Wanneer aan de juiste criteria wordt voldaan (de kwaliteit van het element zand volgens de punten 1 t/m 4) , ontstaat er een ideale poriënstructuur. Deze optimale poriënstructuur zorgt voor wortelruimte, een hoog zuurstofgehalte, correcte capillaire werking, goede waterbuffering met voldoende drainagecapaciteit, wat de kans op bodemverdichting vermindert. Bovendien is zand stabiel en voorkomt het natuurlijke scheefstand van een boom. Echter, 60% van de bodemtypes voldoen vaak niet aan deze ideale criteria (1 t/m 4 ). Tabel 2: Het soort element zand is bepalend voor de bodemkwaliteit die geschikt is voor bomen. Element: Silt - Leem Hiernaast zijn schematische slib- of siltdeeltjes op schaal afgebeeld, eveneens 25 keer vergroot. Zoals u kunt zien, zijn deze deeltjes aanzienlijk kleiner dan de gemiddelde zandkorrel. Het woord "silt" is afkomstig uit Engeland, waar het "slib" betekent. Ook de term "verfijnd stof" zou een juiste benaming zijn. Slib- of siltdeeltjes variëren in grootte van 0,002 mm tot 0,063 mm, waarbij een afzonderlijk deeltje niet meer met het blote oog waarneembaar is. Slib of siltdeeltjes hebben geen directe relatie met bomen. Bomen groeien in de grond, maar de aanwezigheid van slib of silt in de bodem kan wel invloed hebben op de groei van bomen. Element nr. 9: Schematische afmetingen van slibdeeltjes (25x vergroot). Afbeelding 1: Slib- of siltdeeltjes. Slib, ook wel aangeduid als silt, wordt voornamelijk gevormd door water- en winderosie, grotendeels ontstaan tijdens de latere ijstijden. Tussen deze ijstijden bestond er leven op onze planeet, wat verklaart waarom slibdeeltjes beduidend meer mineralen bevatten dan bijvoorbeeld zand. Het transport van deze deeltjes heeft voor het grootste deel (70-80%) plaatsgevonden door wind. Daarom wordt silt beschouwd als een windafzetting en komt het praktisch in elk bodemtype voor, zij het soms in beperkte mate. Een bodem met veel siltdeeltjes wordt gekwalificeerd als een zwaarder bodemtype, wat zeker een negatief effect kan hebben op de waterhuishouding van een boom, aangezien deze minder water doorlaat dan zand en kleiig aanvoelt, hoewel klei niet de juiste benaming is. Slib- en siltdeeltjes beïnvloeden indirect de groei van bomen door hun aanwezigheid in de bodem. Element: Lutum – Klei Klei- of lutumdeeltjes, die wederom weer op schaal zijn afgebeeld (25 keer vergroot), zijn microscopisch klein met een afmeting van minder dan 0,002 mm. De herkomst en het ontstaan van lutum zijn praktisch vergelijkbaar met die van slib- of siltdeeltjes. Het transport van klei- of lutumdeeltjes heeft echter voornamelijk plaatsgevonden door stromend water, vaak veroorzaakt door overstromingen. Zodra het stromende water tot stilstand kwam, konden deze microscopisch kleine deeltjes bezinken. Vanwege hun aanzienlijk kleinere afmetingen dan slib- of siltdeeltjes, is hun doorlatendheid veel geringer. Kleideeltjes beïnvloeden de groei van bomen door de waterhuishouding, voedingsstoffenbeschikbaarheid en bodemstructuur te bepalen. Dit heeft invloed op de wortelgroei en algemene gezondheid van bomen Element nr. 10: Schematische afmetingen van klei - of lutumdeeltjes. 25x vergroot). Een bodemtype met veel klei- of lutumdeeltjes bevat veel mineralen en voedingsstoffen, maar beïnvloedt de waterhuishouding van bomen aanzienlijk. Dit type bodem wordt vaak als zwaar beschouwd, wat invloed heeft op de wortelgroei en algemene gezondheid van bomen. Niet elke boom is geschikt voor kleigrond. Het element komt praktisch alleen voor in het bodemtype kleigrond Interessant is om te vermelden. Nederland ontstond dankzij vruchtbare kleigronden, gevormd door rivieroverstromingen. Deze gronden maakten het in de middeleeuwen populair, wat bijdroeg aan onze huidige bevolkingsdichtheid. Element: Organisch stof - Veen Veen is officieel geen grondsoort omdat het geen vaste (korrel)afmeting heeft; het bestaat uit (half)verteerde plantenresten. Het wordt echter wel als bodemtype beschouwd, daarnaast is veen vergelijkbaar met grof organisch stof en daardoor is het een element. Wanneer veen in aanraking komt met zuurstof, vaak in de bovenlaag van de grond, wordt het door bodemmicro-organismen omgezet in wat bekend staat als veraarde grond. In deze grond zijn plantenresten niet langer herkenbaar en is er sprake van een samengestelde grondlaag met een hoog organisch stofgehalte. In tegenstelling tot veen is organische stof goed verteerd. Op zandgronden gedijen bomen meestal goed bij een hoog gehalte aan organische stof in de bodem. Wanneer dit gehalte echter boven de 16% stijgt, wordt zuurstof uit de bodem onttrokken. Tijdens de afbraak van organische stof worden zowel zuurstof als stikstof uit de bodem gehaald, wat vaak negatieve gevolgen heeft voor bomen. Element nr. 11 t/m 16: Schematische afmetingen (25x vergroot) van organisch stof in div. percentages. Tabel classificaties in % Organisch stof Organisch materiaal is een essentieel onderdeel van vrijwel elke bodemsoort, vaak geconcentreerd in de bovenste lagen. Dit materiaal heeft een significante invloed op de eigenschappen van alle bodemtypes en is noodzakelijk voor een gezonde bodemstructuur. De elementen 11 tot en met 16 in de afbeelding bevatten organische stof, elk met verschillende percentageverhoudingen. Tabel 3: Namen en classificaties van Organisch stof in %. Organische stof versus zandgrond Voor het bodemtype zandgrond, dat van nature weinig tot geen mineralen bevat en waar de grondwaterstand vaak onbereikbaar is voor boomwortels, is de hoeveelheid organische stof bijzonder bepalend. Deze factor heeft een sterke invloed op de waterhuishouding, met name op de waterbufferingscapaciteit van de bodem, wat weer van invloed is op de ontwikkeling van bomen. De aangegeven gebieden op diverse kaarten zijn slechts een globale indicatie; Verschillende bodemtypes, elk met een andere kwaliteitsclassificatie, kunnen zich binnen een relatief klein gebied bevinden (binnen een straal van enkele kilometers). Zandgrond kaart 2 Zandgrond kaart 3 Zandgrond kaart 4 Zandgrond kaart 5 Zandgrond kaart 1 Zandgrondkaart 1 biedt een overzicht van het bodemtype zand in heel Nederland. Zandgrondkaart 2 toont de gebieden waar voornamelijk humorloze en humusarme zandgronden voorkomen. Zandgrondkaart 3 visualiseert de gebieden met matig humeuze zandgronden. Zandgrondkaart 4 geeft inzicht in de gebieden in Nederland met humeuze zandgronden. Zandgrondkaart 5 presenteert de gebieden met humusrijke veenachtige zandgronden. Organische stof versus zwaardere bodemtypes Organische stof speelt ook een cruciale rol bij de zwaardere bodemtypes, zoals leem- en kleigronden. Hoewel het voor zandgronden voornamelijk belangrijk is om vocht vast te houden, draagt organische stof in zwaardere bodemtypes bij aan de verbetering van de bodemstructuur, de bewerkbaarheid en de wortelgroei voor bomen. Daarnaast heeft organische stof een aanzienlijke invloed op het bodemleven en is dus onmisbaar voor elk bodemtypen. Voor zandgronden wordt humusrijke samenstelling nagestreefd met een percentage van 9 tot 12% organische stof, terwijl het streefpercentage voor zwaardere bodemtypes ongeveer 3% is (tussen humus arm en matig humeus) en voor zwaardere bodemtypes circa 4%. Een nog hoger percentage kan leiden tot vocht en drainage problemen. Element: Löss (variant van silt) Een lössdeeltje is een typische windafzetting, voornamelijk bestaande uit kwartsgesteente afkomstig van de Noordzeebodem, die droog lag tijdens de laatste ijstijd. Wanneer er uitsluitend sprake is van een windafzetting, is de korrelgrootte doorgaans redelijk uniform. Lössgrond heeft daardoor een korrelgrootte van ongeveer 0,020 mm tot 0,040 mm. Met andere woorden, löss lijkt erg op silt, maar de samenstelling heeft veel ruimte tussen de korrels, vergelijkbaar met zand. Dit zorgt voor een goede waterdoorlatendheid, een eigenschap die de meeste bomen erg prettig vinden, een eigenschap die silt- en lutumdeeltjes niet hebben. Löss valt qua classificatie en afmeting onder dezelfde noemer als silt en moet daarom worden gezien als een variant, net zoals grof en fijn zand varianten zijn van het element zand Element nr. 17: Schematische afbeelding van het Bodemkundige element löss- (25x vergroot). Een Löss samenstelling Tijdens de door wind gevormde afzetting zijn er ook veel kleine plantenresten en mineralen afgezet. Hierdoor is lössgrond niet alleen goed doorlatend, maar bevat het ook een hoog mineraal- en humusgehalte (organische stof). Dit maakt het een zeer geschikte en vruchtbare bodem voor agrariërs. Let op; de hiernaast afgebeelde samenstelling is geen enkelvoudig element meer, maar een combinatie van het element löss en het element organische stof. Samenstelling nr.1: Schematische afmetingen van een lösss samenstelling (25x vergroot). Overige bodemelementen kunnen ook van invloed zijn Naast grondwater zijn er verschillende andere elementen zoals ijzer- en kalkmineralen die, samen met diverse chemische reacties, aanzienlijke verschillen kunnen veroorzaken tussen verschillende grondlagen. Deze variaties zijn technisch van aard, wat de huidige reden is om dit voorlopig te laten rusten. Houd er rekening mee dat dit soms veel invloed kan hebben op de groei en ontwikkeling van bomen. Voor meer informatie kunt u de website van Bodemdata raadplegen: https://bodemdata.nl . In hoofdlijnen is er in Nederland maar sprake van 4 bodemtypes volgens de grote plattegrond: zandgrond , kleigrond en leemgrond (lössgrond, wordt omdat het dezelfde fractiegrote heeft ingedeeld bij leemgrond). Daarnaast bezit Nederland een beperkt aantal veengronden, want in hoofdzaak is er meer sprake van veengebieden (zie kleine plattegrond). Deze veengebieden zijn dan gecombineerd met zand- of kleideeltjes of gecombineerd met zand- of kleilagen, op de kleine bodemkaart aangegeven als venige-klei of als venig-zand . Het is belangrijk om de juiste boom te kiezen en het soort boom af te stemmen op het bodemtype. Het aanpassen van het bodemtype aan de boom kan vaak duur zijn en levert niet altijd het gewenste boom resultaat op. Bodemkaart nr.4: De gebieden waar veengronden en veengebieden voorkomen. In Nederland zijn er feitelijk maar vier bodemtypes Bodemkaart nr.5: De 3 (4) belangrijkste bodemtypes in Nederland. Het vaststellen van een bodemtype Om een juiste bomen keuze te maken, is het dus van belang dat u weet wat voor type grond u heeft. Hieronder de bodemdriehoek waarmee u ook zelf kan bepalen in welke categorie uw eigen tuingrond zou vallen. Op Afbeelding 3 ziet u een bodemtest die u zelf prima zou kunnen uitvoeren. Neem een jampot en vul deze met 20 tot 25% grond. Vul vervolgens de pot tot 80% met kraanwater. Schud het geheel enkele minuten goed door elkaar en zet de jampot daarna 12 uur weg. De zwaardere deeltjes, zoals zand, zullen als eerste bezinken, gevolgd door de siltdeeltjes en als laatste zullen de kleideeltjes bezinken. Na 12 uur kunt u vrij nauwkeurig de samenstelling van uw eigen grond bepalen. Doorgaans blijven de organische delen in het water zweven. Met andere woorden bepaal eerst uw bodemtype en maak daarna een weloverwogen bomen keuze. Figuur 3: De Bodemdriehoek versus bomen. Afbeelding 2: Bodemtest versus bomen. Veel bomen groeien goed op zandgrond, waarbij verschillende factoren een rol kunnen spelen. Deze criteria beïnvloeden in grote maten de waterhuishouding en waterbufferingsmogelijkheden van een boom. Een bodem wordt als zandgrond geclassificeerd wanneer de bovenste 60 tot 80 cm voornamelijk uit zandlagen bestaat met een klei- of lutumgehalte lager dan 8%. (Volgens Samenstelling nr. 2) Daarnaast wordt zandgrond ook gedefinieerd wanneer het slib- of siltgehalte niet hoger is dan 50%. (Volgens Samenstelling nr. 3). Wanneer is er dan sprake van het bodemtype zandgrond? Samenstelling nr.3: Een bodem met minder dan 50% slib- of siltgehalte wordt als zandgrond beschouwd. Samenstelling nr.2: Een bodem met minder dan 8% klei of lutum wordt als zandgrond beschouwd. Bodemkaart nr. 6: De gebieden waar hoofdzakelijk het bodemtype zandgrond voorkomt. De kwaliteit van het bodemtype zandgrond Veel boomsoorten gedijen goed op zandgrond. In tegenstelling tot leem- en kleigrond is de kwaliteit van zandgrond, met betrekking tot de waterhuishouding die essentieel is voor bomen, echter veel afhankelijker van externe factoren. Zandgrond, waarin het element zand zeer dominant aanwezig is, bevat van nature weinig mineralen (is ook minder vruchtbaar), heeft doorgaans een goed drainerend vermogen, maar droogt veel sneller uit dan andere bodemtypes. De kwaliteit van zandgrond wordt dus voornamelijk bepaald door: Het soort zand. Ook hier geldt weer, wat overigens essentieel is voor alle bodemtypes. Wat zijn de afmetingen (de korrelgrootte), de vormen en wat is de uniformiteit van de aanwezige zandelementen. Daarnaast, kan er sprake van leemloze of leemarmer grond, of juist van een sterk leemhoudende zandgrond? Dit aspect zal later in meer detail worden toegelicht. Een derde factor betreft het humusgehalte, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen humusloze, humusarme en humusrijke zandgrond. Een ander belangrijk punt is de bereikbaarheid van het grondwater voor boomwortels. Kan het grondwater door de boomwortels bereikt worden, of niet? Zandgronden zijn weer op te delen in: Omschrijving Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Leemlose zandgrond Duingebieden en zandverstuivingen (vaaggrond) Samenstelling nr. 4: Schematische afbeelding (25x vergroot) van leemarme zandgrond. Slitgehalte onder de 8%. Bodemkaart nr. 7: Gebieden met Leemlose zandgrond. Slitgehalte onder de 8%. Omschrijving Niet echt geschikt voor akkerbouw. Duingebieden zandverstuivingen, ook wel benoemd als vaaggronden. Er is een beperkte groep bomen die hier toch weet te overleven. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Leemarme zandgrond Samenstelling nr. 5: Schematische afbeelding (25x vergroot) van leemarme zandgrond. Slitgehalte tussen de 8-15%. Bodemkaart nr. 8: Gebieden met zwak lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 8-15%. Omschrijving Doorgaans minder groeizaam voor bomen, wel sterk afhankelijk van het organisch stofgehalte en een grondwaterstand. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Lemige zandgrond Samenstelling nr. 6: Schematische afbeelding (25x vergroot) van normaal leemhoudende zandgrond. Slitgehalte tussen de 15-30%. Bodemkaart nr. 9: Gebieden met lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 15-30%. Omschrijving In het algemeen is deze bodem geschikt voor diverse boomsoorten, hoewel dit mede afhangt van factoren zoals de kwaliteit van de aanwezige zandfractie, het organische stofgehalte en de grondwaterstand. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Sterk leemhoudende zandgrond Samenstelling nr. 7: Schematische afbeelding (25x vergroot ) van sterk lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 30-50%. Bodemkaart nr. 10: Gebieden Sterk lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 30-50%. Omschrijving De vruchtbaarheid van de bodem is doorgaans hoog voor bomen, afhankelijk van het gehalte aan organisch materiaal, de grondwaterstand en met name de grootte van de zandfractie. Bij een fijne zandfractie bestaat er echter een risico op bodemverdichting. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. leemhoudende zandgronden voor, maar die worden nog steeds als zandgrond geclassificeerd. Leemgrond is gunstig voor de groei van bomen, maar de optimale omstandigheden variëren per boomsoort en de kwaliteit van de grond. Het houdt vocht vast en laat water goed door, maar een teveel kan wateroverlast veroorzaken, terwijl een tekort leidt tot een droge bodem. Leemgrond is geschikt voor de groei van sommige bomen, maar de optimale omstandigheden zijn afhankelijk van de specifieke boomsoort en de kwaliteit van de leemgrond. Leemgrond houdt vocht vast en laat water goed door, wat gunstig is voor veel bomen. Echter, een te hoog gehalte aan leem kan leiden tot wateroverlast, terwijl een tekort aan leem kan resulteren in een te droge bodem. Wanneer is er dan sprake van het bodemtype leemgrond? Bodemkaart nr. 11: De gebieden waar leemgrond voorkomt. (Volgens Samenstelling nr. 8) Samenstelling nr.8: Er is sprake van leemgrond wanneer het slib- of siltgehalte hoger is dan 50%. Bodemkaart 10: Nederland bezit veel sterk leemhoudende zandgronden, maar deze wordt er nog steeds gekwalificeerd als zandgrond. Bij leem en leemgrond is er nog meer verwarring dan bij zand en zandgrond; leem en leemgrond mogen zeker niet met elkaar worden vergeleken. Leem is een samengestelde grond of grondlaag met de volgende definitie: Leem is een mengsel van klei, slib en zand, met relatief veel slib- of siltdeeltjes. Het begrip "relatief veel" is ruim en wordt niet in percentages gekwalificeerd. Daarentegen is leemgrond een bodemtype dat wel duidelijk gedefinieerd is, waarbij het slib- of siltgehalte hoger moet zijn dan 50%.Om nog meer verwarring te voorkomen, is het belangrijk op te merken dat in sommige delen van ons land, maar vooral bij onze Belgische zuiderburen, silt ook wel als leem wordt aangeduid. Voor alle duidelijkheid zetten we alles nog eens op een rijtje: Slib of silt verwijst naar een afmeting, een fractiegrootte (bij zand wordt gesproken van korrelgrootte). Leem is een samenstelling die vaak een grondlaag vormt en bestaat uit klei, slib en zand, met een relatief hoog gehalte aan slib- of siltdeeltjes. Leemgrond is een bodemtype dat vaak uit diverse lagen bestaat, waarbij de bovenste 60 cm ten minste voor meer dan de helft bestaat uit slib- of siltdeeltjes. lössgrond is een variant van leemgrond Samenstelling nr.1: Schematische afmetingen van een lösss samenstelling (25x vergroot). Bodemkaart nr. 12: Lössgrond erg vruchtbaar voor veel bomen. Een variant van het bodemtype leemgrond is lössgrond. De slibdeeltjes van lössgrond zijn typische windafzettingen, voornamelijk bestaande uit kwartsgesteente afkomstig van de Noordzeebodem, die droog lag tijdens de laatste ijstijd. Wanneer er uitsluitend sprake is van windafzetting, is de korrelgrootte doorgaans redelijk uniform. Hierdoor is lössgrond niet alleen goed doorlatend, maar bevat het ook een hoog mineraal- en humusgehalte (organische stof). Dit maakt het een zeer geschikte en vruchtbare bodem. Löss lijkt sterk op silt, maar de samenstelling heeft veel ruimte tussen de korrels, vergelijkbaar met zand. Dit zorgt voor een goede waterdoorlatendheid, een eigenschap die gunstig is voor de meeste bomen, terwijl silt- en lutumdeeltjes deze eigenschap niet hebben. Löss valt qua classificatie en afmeting onder dezelfde categorie als silt en moet daarom worden gezien als een variant, net zoals grof en fijn zand varianten zijn van het element zand. Niet alle bomen zijn geschikt voor kleigronden. Een grond wordt als kleigrond geclassificeerd wanneer deze meer dan 8% lutum- of kleideeltjes bevat. Samenstelling nr. 9 wordt beschouwd als een zeer lichte klei, die bodemkundig gezien tot zavelgronden behoort, terwijl Samenstelling nr. 10 wordt gekwalificeerd als zware klei (met een lutum- of kleigehalte van meer dan 55%). Ook kleigronden worden verder ingedeeld in verschillende categorieën. Omdat silt voornamelijk door wind is afgezet, bevatten alle kleigronden in 70% van de gevallen een klein percentage siltdeeltjes. Soms kan er zelfs sprake zijn van siltige kleigronden. Wanneer is er dan sprake van het bodemtype Kleigrond? Samenstelling nr.9: In bodemkundige termen wordt lichte klei ingedeeld en benoemd als zavelgrond (8% -25%). Samenstelling nr.10: Een grond wordt als zware klei beschouwd als het lutum- of kleigehalte meer dan 55% bedraagt. Ned. Bodemkaart 13: De gebieden waar hoofdzakelijk kleigrond voorkomt. Om het eenvoudig te houden is het voldoende om te weten dat we spreken van kleigrond zodra het lutum- of kleigehalte hoger is dan 8%. Lang niet alle bomen houden van klein gronden. Klei- of lutumdeeltjes hebben een directe invloed op de groei van bomen. Ze beïnvloeden in grote mate de waterhuishouding, en dichtheid de structuur van de bodem, wat op zijn beurt de wortelgroei en algemene gezondheid van bomen bepaal. Zavelgrond, ook wel benoemd als lichtere kleigrond is daar vaak wel een uitzondering op. Bij het selecteren van bomen voor zwaardere kleigronden is het essentieel om ook rekening te houden met de vochtigheid en de grondwaterstanden. Rivier- Jonge- en oude- zeeklei Oude zeeklei en jonge zeeklei zijn termen die de kleilagen in Nederland beschrijven die door de zee zijn afgezet. Oude zeeklei, gevormd tussen 8000-4000 jaar geleden, ligt dieper en heeft een blauwgrijze kleur en een vettere structuur. Jonge zeeklei, ontstaan tussen 1000 v.Chr. en de Middeleeuwen, is grover en bevat meer schelpen. Oude zeeklei komt vooral voor in laaggelegen gebieden van West- en Noord-Nederland, terwijl jonge zeeklei voornamelijk te vinden is in Zeeland, Noord-Holland, Friesland en Groningen. Rivierklei ontstond ongeveer 1000 jaar na Christus in rivieromgevingen. Het heeft vaak een bruine of grijze kleur, maar kan ook een oranje tint aannemen bij aanwezigheid van ijzer. Rivierklei is doorgaans wat grover van structuur dan zeeklei. Alle kleibodemtypes zijn zeer vruchtbaar. De zwaardere kleigronden zijn echter minder makkelijk te bewerken en kunnen soms dusdanig zwaar zijn dat zij ongeschikt zijn voor akkerbouw. Deze gronden zijn voornamelijk geschikt voor grasland. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Bodemkaart nr. 14: Toont de locaties van rivierklei (indigo), jonge zeeklei (blauw) en oude zeeklei (donder). Lichtere (zavel) en zwaardere kleigronden Kleigronden worden ingedeeld in zware klei, matige klei, lichte klei en zavelgrond. Zavelgrond bevat 10-25% klei en is bijna ideaal voor boomgroei. Lichte kleigrond bevat 25-35% klei en is meestal ook geschikt voor bomen, afhankelijk van verschillende factoren. Matige kleigrond heeft 35-55% klei en kan vocht- en drainageproblemen hebben. Zware kleigrond, met meer dan 55% klei, is vruchtbaar maar lastig te bewerken en wordt vaak in lagere delen van Nederland gevonden. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Bodemkaart nr. 15: geeft de locaties weer met lichtere (zavel) en zwaardere kleigronden. Zavelgrond (zeer lichte kleigrond) Kleigronden worden ingedeeld in zware klei, matige klei, lichte klei en zavelgrond. Zavelgrond is een bodemtype dat ligt tussen lichte kleigrond en zandgrond. Er is sprake van zavelgrond wanneer het lutum- of kleigehalte tussen de 10% en 25% ligt. Deze bodems benaderen theoretisch ideale omstandigheden voor boomontwikkeling. Samenstelling nr. 11: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype zavelgrond. Lichte kleigrond Er is sprake van lichte kleigrond wanneer het lutum- of kleigehalte tussen de 25% en 35% ligt. Deze bodems zijn doorgaans ook geschikt voor boomontwikkeling, wel afhankelijk van diverse factoren. Samenstelling nr. 12: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype lichte kleigrond. Matige kleigrond Bij matige kleigrond varieert het kleigehalte tussen 35% en 55%. De geschiktheid voor landbouw en akkerbouw is sterk afhankelijk van de dikte van de kleilaag. Vocht- en drainageproblemen kunnen zich voordoen. Dit is een belangrijk gegeven om rekening mee te houden bij de keuze van bomen voor nieuwe aanplant. Samenstelling nr. 13: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype matige kleigrond. Zware kleigrond. Zware kleigrond heeft een kleigehalte van meer dan 55%. Deze vruchtbare gronden, ook bekend als komgronden, zijn soms moeilijk te bewerken. Ze vormen zich door kleiafzettingen in lager gelegen delen van Nederland. Hoewel ze vooral geschikt zijn voor grasland, kunnen sommige bomen hier goed groeien. Samenstelling nr. 14: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype zware kleigrond. Veen en veenachtige kleigronden Bodemkaart nr. 16: Veen en veenachtige kleigronden. Veenachtige kleigronden, ook wel klei-op-veen genoemd, bestaan hoofzakelijk uit een laag klei over een veenlaag, en zijn vaak te vinden in laaggelegen gebieden en de voormalige oudere rivier- en zeekleigebieden. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Wanneer is er dan sprake van het bodemtype Veengrond? De keuze aan bomen voor veengrond is relatief beperkt mede door de lage pH-waarde van de bodem, wat de selectie van geschikte boomsoorten beïnvloedt. Van veengrond is sprake wanneer meer dan de helft van de bovenste 80 cm uit veenachtig materiaal bestaat. Zoals weergegeven op bodemkaart nr. 17, heeft Nederland niet veel veengronden die aan deze criteria voldoen. Daarnaast wordt van veengrond gesproken als het organisch stofgehalte hoger dan 35% is, waarbij de plantenresten niet meer herkenbaar zijn. Bodemkaart nr. 17 Bodemkaart nr. 17 Bodemkaart nr. 18 Bodemkaart nr. 17: Geeft aan waar nog sprake is van hoogveen. Bodemkaart nr. 18: Geeft alle veengronden aan die voldoen aan de omschreven criteria. (> 35% org. stof) . Bodemkaart nr. 19: Geeft alle veengebieden gecombineerd met zand of klei. Nederland kent echter veel gebieden waarin veen gecombineerd is met zand- of kleideeltjes of met lagen van zand of klei, aangeduid als venige-klei of venig-zand. Bomen hebben doorgaans een hoge behoefte aan organische stof. Echter, wanneer het gehalte aan organische stof boven de 16% komt, kan dit leiden tot zuurstofonttrekking uit de bodem. Tijdens het verteringsproces van organische stof worden zuurstof (en stikstof) aan de bodem onttrokken, wat vaak nadelige gevolgen heeft voor bomen, evenals andere planten.





